WERKWOORDSPELLING (tt, vt, volt.t)

Werkwoordspelling
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 6-8

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Werkwoordspelling

Slide 1 - Tekstslide

In welke tijd staat deze zin

Slide 2 - Tekstslide

De auto strandt langs de snelweg.
A
tegenwoordige tijd
B
verleden tijd
C
voltooide tijd

Slide 3 - Quizvraag

Volgens mij hebben we elkaar al ontmoet.
A
tegenwoordige tijd
B
verleden tijd
C
voltooide tijd

Slide 4 - Quizvraag

Loes vierde haar verjaardag in het zwembad.
A
tegenwoordige tijd
B
verleden tijd
C
voltooide tijd

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de ik-vorm van rennen?
A
renn
B
ren
C
renne
D
reen

Slide 6 - Quizvraag

Wat is de ik-vorm van blozen?
A
blos
B
bloos
C
blooz
D
bloz

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de ik-vorm van verven?
A
verf
B
verven
C
verv
D
vervt

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Jij .......
(boren, tt) een gat in de muur.

Slide 10 - Open vraag

......
(slapen, tt) jij op zolder?

Slide 11 - Open vraag

Hij ......
(werken, tt) op zolder.

Slide 12 - Open vraag

De jongen .......
(raden, tt) het goede antwoord.

Slide 13 - Open vraag

Het meisje .......
(vinden, tt) het huiswerk moeilijk.

Slide 14 - Open vraag

Jan (reizen) naar Australië.

Vul de goede vervoeging in de tegenwoordige tijd.

Slide 15 - Open vraag