Zelftest CO-niveau 2

Zelftest CO-niveau 2


1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorTechniekMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Zelftest CO-niveau 2


Zie de bijgevoegde afbeelding :

Welke type gastoestel is dit?

A

Type A

B

Type B

C

Type C

D

Type D

Wat is de oorzaak van een te hoge CO-concentratie in een toestel ?

A

te arm mengsel

B

onvolledige verbrandig

C

volledige verbranding

D

te veel zuurstof bij verbranding

Er is een B23-toestel toegepast

A

B23-toestellen mogen nooit bij mechanische ventilatie worden toegepast

B

B23-toestellen hebben een trekonderbreker nodig

C

B23-toestellen mogen onder voorwaarden wel toegepast worden bij mechanische ventilatie

D

B23-toestellen moeten zijn voorzien van een VATO

Waar kan een gecombineerde koolmonoxide- en rookmelder het best worden toegepast?

A

in ruimte met verbrandgstoestel, slaapkamers en keukens

B

in slaapkamers en andere verblijfsruimten

C

bij slaapkamers en ruimte met verbrandngstoestel

D

alleen in ruimte met verbrandingstoestel

bij vervangen van een combiketel wordt een toestel geplaatst met de volgende gegevens:

Bi




Bi = 34,8 kW

Bs = 38,3kW

Ruimte wordt natuurlijk geventileerd en toestel wordt open aangesloten.

Hoe groot dienen At1 en Aa1 in cm2 te zijn wanneer inhoud van de ruimte 7,2 m3 is?


Een onveilige verbrandingsluchtvoorziening kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Hoe kan dat?

A

Omdat het toestel dan te warm wordt.

B

Omdat koolmonoxide de zuurstof in het bloed verdringt

C

Omdat het toestel dan te koud kan worden in de winter

D

Omdat vrijkomende gassen de longen irriteren

Je voert een een rookgasanalyse uit waarbij een toestel, type B11, op vollast (100%) in bedrijf is.

Uit de meetgegevens blijkt dat het percentage CO in de rookgassen 239 ppm is.

Voldoet dit toestel aan de norm voor uitstoot CO?

A

Nee, dit is een type B-toestel, die mag maximaal 200 ppm uitstoten.

B

Nee, dit is een type B-toestel en die mag maximaal 100 ppm uitstoten.

C

Ja, dit is een type B-toestel en die mag maximaal 400 ppm uitstoten

D

Ja, een type B-toestel heeft een rookgasafvoer , de CO wordt altijd naar buiten afgevoerd

Je voert onderhoud uit aan een Nefit trendline, opgesteld op zolder met vertikale rookgasafvoer door het dak.

Metingen geven aan dat er 7,2% CO2 en 8,8 % O2 in rookgassen zitten. Wat zou je moeten doen?

A

Niets, alles is goed

B

de gas-luchtverhouding bijstellen voor een armer mengsel

C

de gasluchtverhouding bijstellen voor een rijker mengsel

D

dit is goed, want het is een vertikale doorvoer en geen horizontale doorvoer

Hoe kun je bij een concentrische rookgasafvoer controleren of de deze rookgassen lekt?

A

door tijdens de warmtevraag van het toestel gebruik te maken van een dauwpuntspiegel

B

Dit kan niet worden gecontroleerd. Een afvoer waar de rookgassen door de binnenbuis strommen kun je niet controleren

C

Door tijdens bedrijf een O2 meting uit te voeren met de voormantel eraf.

D

door tijdens bedrijf een O2 meting uit te voeren met de voormantel erop

Een klant vraagt of het toestel dat nu brandt op propaan ook kan worden gebruikt voor aardgas? Zoja, wat dient er te worden aangepst?

A

het ventilatortoerental bij aardgas dient te worden aangepast

B

alle aanpassingen welke door fabrikant worden voorgeschreven

C

Het O2 percentage dient te worden verhoogd

D

de rookgasafvoer moet worden aangepast

Bij de eisen aan een schacht voor natuurlijke afvoer bij toepassing van een type A toestel is aangegeven Aa1 = 120. Wat wil dit zeggen?

Text

A

De doorlaat van de schacht moet een minimale oppervlakte hebben van 120 cm2

B

de schacht mag niet langer zijn dan 120 cm

C

het materiaal van de schacht moet bestand zijn tegen een temperatuur van minimaal 120 graden Celsius

D

de schacht ligt maximaal 120 cm van het verbrandingstoestel af

Bij het aansluiten van een HR-ketel worden twee merken kunststof afvoeren gebruikt.

Mag dit en waarom wel of waarom niet ?

A

Ja, dat is geen probleem

B

Ja, dat mag maar alleen als ze beide het QA keurmerk hebben

C

Nee, er is ëën merk toegestaan

D

Nee, alleeen een metalen afvoer is toegestaan

Een condenserende CV-ketel heeft intern een kunststof condensbak en rookgasafvoer.

De installateur wil deze ketel aansluiten met een kunststof afvoer met daarop de gegevens: T120-P-W

Mag de installateur de kunststof afvoer toepassen?

A

Ja, dat mag, maar de fabrikant kan extra richtlijnen geven.

B

Ja, dat mag als er een extra aansluiting wordt gemaakt voor condensaatafvoer met vaste aansluiting op binnenriolering

C

Nee, dat mag niet omdat terugstromend condenswater corrosief is

D

Nee, je mag nooit een kunststof afvoerleiding op een cv-ketel aansluiten.

Noem 4 eisen waaraan een opstellingsruimte voor een aardgastoestel moet voldoen.

In de zomer wordt het in een opstellingsruimte 42 gr. Celsius, Het is buiten 33 gr. Celsius.

Wordt aan de temperatuureisen voldaan?

A

Ja, want hogere temperaturen zijn in de zomer toegestaan

B

Ja, want het temperatuurverschil tussen buiten en de opstellingsruimte is kleiner dan 10 gr Celsius

C

Nee, want de temperatuur in de opstellingsruimte mag nooit boven de 40 gr. Celsius komen

D

Nee, want de temperatuur mag in de opstellingsruimte nooit boven de 25 gr. Celsius komen

Op een zolder moet een nieuwe cv-ketel worden geplaatst. De oude RGA is niet bruikbaar. Er moet dus een nieuwe aangelegd en geplaatst worden en er wordt een concentrische RGA toegepast.

Wat geldt voor deze concentrische RGA?

A

Minimaal 0,3 meter boven het dakvlak en tenminste 0,5 meter van de dakrand verwijderd

B

Minimaal 0,5 meter boven dakvlak en tenminste 0,5 meter van de dakrand verwijderd

C

Minimaal 0,8 meter boven het dakvlak en tenminste 1 meter van de dakrand verwijderd

D

Minimaal 1 meter boven het dakvlak en tenminste 0,3 meter van de dakrand verwijderd

Voor het bepalen van de verdunningsfactor f of de verdunningsafstand Lmin is de belasting van het toestel nodig. Welke waarden gelden voor deze belasting bij combitoestellen tot 40 KW(bovenwaarde)?

Gerekend moet worden met een maximum van :

A

de nominale belasting voor warmtapwaterfunctie of de CV-functie

B

de nominale belasting voor de CV-functie en 50% van de nominale belasting voor warmtapwaterfunctie

C

50% van de nominale belasting voor de cv-functie en de nominale belasting van de warmtapwaterfunctie

D

50% van de nominale belasting van de cv-functie en 50% van de nominale belasting van de warmtapwaterfunctie

Tijdens het inbedrijfstellen meet de monteur een

O2 waarde van 4,3 % en een CO-waarde van 138 PPM

In de installatie-instructie staat aangegeven dat de gemeten O2 waarde tussen de 4,0% en 4,5% dient te zijn en de COluchtvrij kleiner dan 180 PPm dient te zijn.

Is dit toestel volgens de fabrikantseisen afgesteld?

A

Nee , omdat de CO- luchtvrij waarde te hoog is bij de gemeten O2 waarde

B

Nee , omdat de O2 waarde los van de CO luchtvrij staat

C

Ja, omdat de gemeten hoeveelheid CO onder de 180 PPM blijft, wat ook door fabrikant is opgegeven

D

Nee, omdat de gemeten O2 waarde groter is dan 4% en kleiner dan 4,5%

Bij een meting van koolmonoxide meet je de hoeveelheid in PPM.

Bij welke waarde dien je een melding van een (bijna) ongeval?

A

bij 0-5 PPM

B

bij 10-20 PPM

C

bij 5-10 PPM

D

meer dan 20 PPM