Vitaal burgerschap 1.2 les 1

1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Wat houdt vitaliteit allemaal in?

Slide 5 - Woordweb

Wat is vitaal burgerschap? 
 Het willen en kunnen nadenken over de eigen leefstijl en zorgdragen
voor de echte fitheid als burger en werknemer.
 Een gezonde leefstijl is het resultaat van keuzes die je maakt over
eten, kleding, geld uitgeven, sporten, genieten, zorg, relaties; 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Slide 16 - Video

Samenvattend: 

- Vitaal burgerschap = Het willen en kunnen nadenken over de eigen leefstijl en zorgdragen voor de echte fitheid als burger en werknemer.
- Dit is van belang voor: 
* jouw gezondheid en kwaliteit van leven 
* voor de samenleving 
* voor de organisatie waar je werkt
* voor jou als sociaal werker: gelijke kansen op een gelukkig en gezond leven 

Slide 17 - Tekstslide

Even testen....
Wat weten jullie al? 

Slide 18 - Tekstslide

Wat is de beweegnorm?
A
150 minuten matig intensieve lichaamsbeweging per week.
B
is de minimale hoeveelheid lichaamsbeweging die wordt aanbevolen.
C
30 minuten matig intensieve lichaamsbeweging per dag.
D
De beweegnorm is alleen van toepassing op jongeren.

Slide 19 - Quizvraag

Wat zijn voorbeelden van matig intensieve lichaamsbeweging?
A
Hardlopen, zwemmen en tennis .
B
Wandelen, fietsen en tuinieren
C
Yoga, pilates en stretching .
D
Klimmen, boksen en voetballen

Slide 20 - Quizvraag

Welke voedingsmiddelen horen in de Schijf van Vijf?
A
Groenten, fruit, volkoren producten, zuivel en vis
B
Koffie, thee, water, melk en vruchtensappen
C
Frisdrank, chips, chocolade, ijs en snoep
D
Pizza, hamburgers, patat, donuts en milkshakes

Slide 21 - Quizvraag

Hoe vaak moet je per week aan de beweegnorm voldoen?
A
minimaal 7 dagen per week .
B
minimaal 2 dagen per week
C
minimaal 3 dagen per week
D
minimaal 5 dagen per week

Slide 22 - Quizvraag

Welk voedingsmiddel staat niet in de schijf van 5?
A
rookworst
B
Sinaasappel
C
Wortel
D
Kwark

Slide 23 - Quizvraag

Hoeveel gram groente is aanbevolen?
A
150
B
200
C
250
D
400

Slide 24 - Quizvraag

Wat zijn de voordelen voor je gezondheid van veganistisch eten?
A
Veganistisch eten heeft geen gezondheidsvoordelen.
B
Betere gewichtsbeheersing en verhoogde energie.
C
Minder kans op bepaalde vormen van kanker.
D
Lager risico op hartziekten en hoge bloeddruk.

Slide 25 - Quizvraag

Wat is de aanbevolen maximale alcoholinname per dag voor vrouwen?
A
1 glas
B
4 glazen
C
3 glazen
D
2 glazen

Slide 26 - Quizvraag

Hoe beïnvloedt drugsgebruik de gezondheid?
A
Schade aan organen, verzwakt immuunsysteem, psychische stoornissen
B
Verhoogde energie, verbeterde focus, hogere hartslag
C
Verbeterde spijsvertering, sterkere botten, betere ademhaling
D
Lagere bloeddruk, verminderde stress, betere slaap

Slide 27 - Quizvraag

Hoe kan teveel stress het immuunsysteem beïnvloeden?
A
Verzwakking van het immuunsysteem
B
Versterking van het immuunsysteem
C
Verhoogd risico op infecties
D
Verlaagd risico op ziektes

Slide 28 - Quizvraag

Welke fysieke symptomen kunnen optreden bij overmatige stress?
A
Verbeterde concentratie
B
Vermoeidheid
C
Spierpijn
D
Verhoogde energie

Slide 29 - Quizvraag

Hoe kan een gezonde werkomgeving bijdragen aan het verminderen van werkstress?
A
Veel mogelijkheden om het werk zelf in te richten
B
Geen pauzes toestaan
C
Onvriendelijke collega's hebben
D
Een goede balans tussen werk en privé bevorderen

Slide 30 - Quizvraag

Wat zijn mogelijke oorzaken van werkstress?
A
Een onaardige collega
B
Te weinig koffiepauzes nemen
C
Te veel salaris ontvangen
D
Hoge werkdruk en gebrek aan controle over het werk

Slide 31 - Quizvraag

Opdracht: hoe gezond is de klas? 
  • We stellen klassikaal een goede vitaliteitstest op
  • We delen de klas in  6 groepen
  • Elke groep krijgt een thema
  • Maak over dit thema 4 goede vragen waarmee je iemands vitaliteit op dat thema kun meten (score: 1-2-3) 
  • De docent maakt een (anonieme) google forms
  • De klas maakt de test; er komt een klassikale uitslag
  • Geef jezelf na het invullen een cijfer van 1-10: hoe staat het met jouw vitaliteit? Waar kun je nog wat verbeteren? Stel 2 verbeterdoelen op. 

Slide 32 - Tekstslide

Thema's
  1. Voeding
  2. Bewegen 
  3. Mentale gezondheid
  4. Drugs
  5. Alcohol
  6. Zingeving 
  7. eenzaamheid en relaties

Slide 33 - Tekstslide

Let op: een goede vraag
vraagt naar concreet gedrag
Heeft duidelijke antwoordmogelijkheden
is gebaseerd op feitelijk gezond/ongezond gedrag 


Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Wat is een effectieve manier om werkstress tegen te gaan?
A
Regelmatig pauzes nemen en ontspanningsoefeningen doen
B
Altijd bereikbaar zijn voor werk
C
Zorg voor manieren om op je werkt te ontstressen, zoals roken
D
Meer uren werken per dag

Slide 38 - Quizvraag