Regelmatige werkwoorden Duits

Regelmatige werkwoorden

1 / 36
volgende
Slide 1: Slide
newEditorDuitsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Regelmatige werkwoorden

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel:


  • Ik weet wat regelmatige werkwoorden zijn

  • Ik kan regelmatige werkwoorden vervoegen 

  • ik ken 2 uitzonderingen: ik kan een ww met stam eindigend op -d/-t of op een sisklank vervoegen.


Deze slide heeft geen instructies

de stam van het werkwoord

Om een werkwoord te kunnen vervoegen moet je de stam vinden.

De stam van het werkwoord vind je door -en of -n weg te halen van het hele werkwoord.


voorbeeld: stam van wohnen = wohn

stam van klettern = kletter

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

IDEWIS

Volgorde van de persoonlijke voornaamwoorden!


Deze slide heeft geen instructies

Wat is de stam van een werkwoord.

Er zijn meerdere antwoorden juist

A

de ik vorm

B

de hij vorm

C

het hele werkwoord minus -n

D

het hele werkwoord minus -en

Antwoord C kan ook kloppen voor een paar werkwoorden bv:

streicheln

tun

verbessern


Dus als het hele ww niet met -en  eindigt maar met -n.

Stap 1: Stam van het ww bepalen

Voor het vervoegen van een werkwoord schrijf je dus eerst de stam op!


Voorbeelden:

wohnen = wohn

kaufen = kauf

reisen = reis 

streicheln = streichel

Deze slide heeft geen instructies

Stap 2: passende uitgang toevoegen bij ww met uitgang -en

Voorbeeld: wohnen, de stam die je gebruikt met vervoegen is: wohn

ich wohn e

du wohn st

er/sie es wohn t

wir wohn en

ihr wohn t

sie wohn en/ Sie wohn en



Deze slide heeft geen instructies

Stap 2: passende uitgang toevoegen bij werkwoorden op alleen uitgang -n

Voorbeeld: wandern, stam: wander


ich wander e

du wander st

er/sie/es wander t

wir wander n

ihr wander t

sie wander n, Sie wander n



Deze slide heeft geen instructies

Uitzondering 1:

Regelmatige werkwoorden met stam op -d of -t:

werkwoord: reden (stam=red

ich rede

du redest    ! extra e                  

er/sie es redet    !   extra e       

wir reden

ihr redet        !   extra e                

sie reden, Sie red en



Deze slide heeft geen instructies

Uitzondering 2: Regelmatige werkwoorden met stam op S-klank

s/ -ss/ -ß/ -z : een uitzondering 

bij "du-vorm" alleen -t


werkwoord: reisen (stam=reis)

ich reise

du reist            !      (let op alleen een t) 

er/sie es reist                       

wir reisen

ihr reist                            

sie reisen, Sie reisen



Deze slide heeft geen instructies

Opdracht:


Vind de stam van het werkwoord!

Deze slide heeft geen instructies

spielen

Deze slide heeft geen instructies

streicheln

Deze slide heeft geen instructies

antworten

Deze slide heeft geen instructies

heißen

Deze slide heeft geen instructies

Sleep het juiste Duitse persoonlijk voornaamwoord naar het Nederlandse persoonlijk voornaamwoord.

ik

jij

hij

zij

wij

jullie

het

u

zij

ich

ihr

er

es

wir

du

sie

Sie

sie

Deze slide heeft geen instructies

regelmatige werkwoorden vervoeging 

Ich 

Du

er/sie/es

wir

ihr

Sie/sie

stam + en 

stam + t

stam + e

stam + en 

stam + st

stam + t 

Deze slide heeft geen instructies

Vervoeg het Duitse regelmatige werkwoord spielen (= spelen).                                  

ich

du

er/sie/es


wir

ihr

sie/Sie

Denk aan de stam!







spielen

spielen

spielst

spiele

spielt

spielt

Deze slide heeft geen instructies

Ich (spielen)

A

spielt

B

spiele

C

spielen

D

gespielt

Deze slide heeft geen instructies

du (kaufen).

A

kaufet

B

kaufe

C

kaufen

D

kaufst

Deze slide heeft geen instructies

ihr (machen)

A

machen

B

machst

C

macht

D

mache

Deze slide heeft geen instructies

Let op!

Vervoeg je een zwak werkwoord, dan verander je niets aan de stam! 

Deze slide heeft geen instructies

(Hören) ihr Technomusik?

A

hörst

B

hört

C

hort

D

hören

Deze slide heeft geen instructies

Du (besuchen) die Oma.

A

besucht

B

besuchst

C

besuchen

D

besuche

Deze slide heeft geen instructies

Ihr (kaufen) schöne Sachen.

A

kaufst

B

kaufen

C

kaufe

D

kauft

Deze slide heeft geen instructies

Warum (tanzen) du nicht?

A

tanzen

B

tanzt

C

tanzst

D

tanze

Deze slide heeft geen instructies

Meine Eltern (streicheln) den Hund.

A

streicheln

B

streichele

C

streichelt

D

streichelst

Deze slide heeft geen instructies

Er (grüßen) seine Freunde.

A

grüßt

B

grußt

C

grüße

D

grüßen

Deze slide heeft geen instructies

Warum (hassen) Anne Spinnen?

A

hasst

B

hassst

C

hasse

D

hast

Deze slide heeft geen instructies

Wie (finden) du Deutsch?

A

finde

B

finden

C

findst

D

findest

Deze slide heeft geen instructies

MAAR LET OP!

Eindigt de stam op een d of een t?

Dan krijgt je bij du, er/sie/es en ihr eerst een E achter de STAM en daarna de uitgang van (fe)esttenten.


Eindigt de stam op een S-klank (ss, ß, z, x)?

Dan krijg je bij du alleen een T achter de STAM!

Deze slide heeft geen instructies

ich

du

er/sie/es


wir

ihr

sie/Sie

ik

jij

hij/zij/het


wij

jullie

zij/u

wohne

wohnst

wohnt


wohnen

wohnt

wohnen

rede

redest

redet


reden

redet

reden

reise

reist

reist


reisen

reist

reisen

wohnen             reden             reisen

                             stam d/t         stam s-klank

1. stam? werkwoord -en

2. plaats uitgang die hoort bij het pers vnw

BV.: wohnen - wohn - du wohnst

ezelsbruggetje:

(fe)esttenten

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Dus.....leer deze 6 uitgangen!!

Samenvatting regelmatige werkwoorden vervoegen:
Stap 1: schrijf de stam op (hele w.w. -n / - en)

Stap 2: voeg de uitgang toe

ich              stam + e                         wir                   stam + en
du               stam + st                       ihr                    stam + t
er/sie/es  stam + t                         sie/Sie            stam + en

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies