H2 : Getallen en bewerkingen Paragraaf 2.1 & 2.2
Wiskunde - week 41 (6 oktober)
H2 : Getallen en bewerkingen Paragraaf 2.1 & 2.2
Wiskunde - week 41 (6 oktober)
Maar eerst....
Hoe was je weekend?
Wat was er top dit weekend?
Zeg het in 1 woord
Wat gaan we vandaag doen
de 4 bewerkingen
maal en punt
rekenvolgorde
starten met paragraaf 2.2
Deze bewerkingen gebruik je bij veel wiskundige onderwerpen, maar ook nu al in het dagelijks leven.
Kun je een voorbeeld noemen?
Als we spreken van het PRODUCT dan bedoelen we:
Aftrekken
Optellen
Vermenigvuldigen
Delen
Met TERMEN bedoelen we de getallen die we gebruiken bij:
Aftrekken (Verschil)
Optellen (Som)
Vermenigvuldigen (Product)
Delen (Quotiënt)
Met VERSCHIL bedoelen we:
Optellen
Delen
Vermenigvuldigen
Aftrekken
Slide titel
Slide tekst
NB: Op de computer gebruiken we een *
Voorbeeld
100 - (7+8) * 5 + (20 : 4) =
100 - 15 * 5 + 5 =
100 - 75 + 5 =
25 + 5 = 30
Werkwijze
100 - (7+8) * 5 + (20 : 4) =
100 - 15 * 5 + 5 =
100 - 75 + 5 =
25 + 5 = 30
antwoord
Uitwerking
Oplossing
Huiswerk maken =
Van alleen de antwoorden opschrijven leer je niks
Werk de opgaven uit; begrijp je het niet kijk dan eerst naar de theorie!
Maak nu op je laptop
Opgaven 8 en 9 (2.1)
10 minuten
m
s
Paragraaf 2.2 (1)
0, 1 , 2 , 3, 4, 120, 999 etc. noemen we natuurlijke getallen
Het getal 3 is een deler van 24 want 24 : 3 is 8
Het getal 1 is ook altijd een deler
Paragraaf 2.2 (2)
voorbeeld: de delers van 12 zijn: 1, 2, 3, 4, 6 en 12
want als je 12 deelt door 1 van deze natuurlijke getallen krijg je als antwoord ook een natuurlijk getal
Hoeveel delers heeft het natuurlijke getal 6
1
2
3
4
5
6
Antwoord = er zijn 4 delers
je kunt 6 delen door:
1
2
3
6
Priemgetal
Een natuurlijk getal met precies twee delers noemen we een priemgetal
voorbeelden: 5, 7, 13, 23, 67
5 heeft 2 delers: 1 en 5
Als laatste vandaag....
het natuurlijke getal 60 is geen priemgetal
want je kunt het delen door meer dan 2 natuurlijke getallen
(1, 2, 3, 4, 5, 6, 10, 12, 15, 20, 30)
Je kunt 60 schrijven als het product (!) van meerdere priemgetallen
Je gaat 60 delen door het kleinste priemgetal (niet de 1)
Dat is 2 = als je 60 deelt door 2 hou je 30 over.
Nu ga je 30 delen door het kleinst mogelijke priemgetal, dat is ook 2
Dan deel je 15 door het laagst mogelijke priemgetal, dat is 3
Maak opgaven
13, 14 & 15
m
s
Wat hebben we geleerd
product, quotiënt, verschil en som
het vermenigvuldigingsteken = <punt> (* op je laptop)
rekenvolgorde
natuurlijke getallen en delers
priemgetallen en priemfactoren
tekst
HUISWERK
staat vanmiddag ook in Magister
Maak je huiswerk van vandaag (maandag) als je dat al niet had gedaan
Theorie B: ggd en kgv goed lezen !
Opgaven maken (op je laptop): 8,9, 13, 14
en opgaven 16, 17, 18 ,19 en 20
zoek op: wat is het grootste priemgetal op de wereld?
TOT DONDERDAG!