Grammatica
Grammatica
Terugblik
Vorige week donderdag hebben we geoefend met het meewerkend voorwerp.
Doel
Je kent het onderwerp, de persoonsvorm, het werkwoordelijk gezegde en het lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp
Nut?
Jan gaf de toets aan de leraar. Wat is 'Jan'?
meewerkend voorwerp
lijdend voorwerp
onderwerp
meewerkend voorwerp
Jan gaf de toets aan de leraar. Wat is 'de toets'?
meewerkend voorwerp
lijdend voorwerp
onderwerp
meewerkend voorwerp
Herhaling:
gezegde: alle werkwoorden uit de zin
onderwerp: wie (wat) + gezegde
lijdend voorwerp: wat (wie) + gezegde + onderwerp
Meewerkend voorwerp
aan (voor) wie/wat + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp
of de korte vorm:
aan wie of voor wie
Wat is het meewerkend voorwerp? Sophie doet jou de groeten
Geen meewerkend voorwerp
jou
Sophie
de groeten
Wie heeft mijn scooter gerepareerd? mijn scooter =
onderwerp
meewerkend voorwerp
lijdend voorwerp
werkwoordelijk gezegde
Wat is het meewerkend voorwerp (MV) in de zin: Mag ik u een kopje koffie aanbieden?
Wat is het meewerkend voorwerp (MV) in de zin: Het verlegen jongetje gaf ik een schouderklopje.
Het meewerkend voorwerp is: De ober heeft eindelijk een glas cola voor Meindert ingeschonken.
Wat is het meewerkend voorwerp? Hij geeft zijn zus een knuffel.
Ga naar Teams en kies in een tweetal twee opdrachten uit en werk die uit.
Lesdoel behaald?
Noteer vragen die bij je opkomen in je schrift.
Voorruitblik
Volgende week: afronden WON project eigen tijdschrift.
Dinsdag afronden/oefenen presentaties
woensdag en donderdag: presentaties