H9.3 Breuken en decimale getallen

Startrekenen 1F

H9.3 Breuken en decimale getallen

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Startrekenen 1F

H9.3 Breuken en decimale getallen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even herhalen ..

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een winkel verkoopt 60 broeken.
2/5 is blauw. Hoeveel blauwe broeken heeft de winkel verkocht?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Jenny rijdt van Amsterdam naar een camping in Frankrijk. Per uur legt ze 1/8 van de totale afstand af. Welk deel van de totale afstand heeft ze na 6 uur rijden afgelegd?
Vereenvoudig het antwoord zo ver mogelijk.

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In 1 prei-schotel gaat 1/8 liter water.
Hoeveel liter water gaat er
in 5 prei- schotels?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Les 3: Breuken en decimale getallen
Breuken en decimale getallen zijn eigenlijk hetzelfde, maar je schrijft ze anders op. 


 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Een handig trucje
Reken de breuk om naar 1/10 (tienden) of naar 1/100  (honderdsten). 

51=102=0,2
103=0,3
10064=0,64

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samen
Welk decimaal getal is hetzelfde (is gelijk) aan 3/5?






Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
Welk decimaal getal is gelijk aan 3/4?
43=10075=0,75

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken de breuken om naar decimale getallen.
21=
107=
54=

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Andersom kan ook
Je kunt een decimaal getal ook als breuk schrijven.
 
1 getal (decimaal) achter de komma --> 10den
2 getallen (decimalen) achter de komma --> 100sten


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

een voorbeeld
0,1 spreek je uit als 1 tiende.
Als breuk: 1/10

0,14 spreek je uit als 14 honderdsten
als breuk: 14/100

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijk dus
Hoe spreek ik het uit? 
Door te luisteren naar de uitspraak weet je of je 10den of 100sten moet gebruiken. 
0,3 spreek je uit als ............ en je schrijft dus..............
0,89 spreek je uit als...............en je schrijft dus..............
1,4 spreek je uit als 1 hele en 4 ............en je schrijft dus..............
3,53 spreek je uit als 3 hele en 53 .... ......en je schrijft dus..............

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht:

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf de getallen van groot naar klein op.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak van een decimaal getal een breuk:

0,2
A
2/1
B
1/5
C
2/10
D
1 op de 5

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak van een breuk een decimaal getal:

9/10
A
0,1
B
0,9
C
90%
D
10%

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke breuk hoort bij het decimale getal:

0,75
A
7510
B
43

Slide 19 - Quizvraag

Als je het getal uitspreekt hoor je de breuk. Deze kan je dan nog vereenvoudigen.
Maken
Opdracht 21, 22, 23 en 24 op blz 198 t/m 201

Klaar? Nakijken

Daarna studiemeter: 
1F --> domein 2 --> oefeningen --> verhoudingen en breuken
Maak deze oefening --> 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De verhouding tussen twee getallen betekent
A
vermenigvuldigen
B
optellen
C
delen
D
vereenvoudigen

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2 op de 5 snoepjes is een dropje.
Wat is de verhouding?
A
2:5
B
5:2
C
2x5
D
5x2

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke verhoudingen zijn gelijk aan
1 : 6?
A
3 : 9
B
3 : 18
C
5 : 30
D
6 : 30

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verhoudingen:
99 : 36 is het zelfde als 33 :
A
12
B
3
C
15
D
9

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de kleinste verhouding bij deze kralen?
groen : geel
A
6 : 2
B
2 : 6
C
3 : 1
D
1 : 3

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de verhouding tussen de rode en gele rozen?
A
5 : 4
B
4 : 5
C
1 : 4
D
4 : 1

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke verhouding is hetzelfde als:

12 van de 30

A
2/5
B
4/10
C
24/60
D
6/15

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je de verhouding 9:15 als breuk?
A
5/3
B
15/9
C
9/15
D
3/5

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vereenvoudigen van verhoudingen
vereenvoudig 6 : 48
A
1 : 4
B
3 : 7
C
1 : 8
D
1 : 6

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke verhouding is gelijk aan 3:4
A
12:30
B
16:35
C
18:40
D
15:20

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de kleinste verhouding
witte kralen : zwarte kralen?
A
4 : 2
B
2 : 4
C
1 : 2
D
2 : 1

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies