15. Haringen, kabeljauwen en zalmachtigen

15. Haringen, kabeljauwen en zalmachtigen
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieSpeciaal OnderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

15. Haringen, kabeljauwen en zalmachtigen

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de les

Aan het einde van de les weet ik:

- Waar haringen leven
- Waar kibbeling van gemaakt wordt
- Hoe mannetjes en vrouwtjes elkaar herkennen (lantaarnvis)

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik



Platvissen, palingachtigen en meervallen

Slide 3 - Tekstslide

Waar of niet waar?
Platvissen behoren tot de beenvissen. De jonge vissen hebben een normaal vissenuiterlijk. Na enige tijd krijgen ze een platte vorm. Daarbij gaat ook een oog van de ene kant van het lijf naar de andere.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Wat is de bekendste platvis?
A
Tong
B
Schol
C
Heilbot
D
Tarbot

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de grootste platvis?
A
Tong
B
Schol
C
Heilbot
D
Tarbot

Slide 6 - Quizvraag

Hoe lang duurt het voordat een aal een volwassen paling is?
A
Een maand
B
Een jaar
C
Vijf jaar
D
Tien jaar

Slide 7 - Quizvraag

Leven meervallen in zoet of zout water?
A
Zoet
B
Zout
C
Zoet en zout

Slide 8 - Quizvraag

Haringen
Er zijn zo'n 350 soorten haringen. Daartoe behoren de echte haringen, maar ook sardines, sprot en ansjovis. (Sprot zijn kleine visjes, zie foto)
De meeste haringen leven in de open zee en vormen daar grote scholen. Er zijn echter ook zo'n 50 verschillende soorten zoetwaterharing. Alle haringen voeden zich met kleine levende wezens in plankton.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Kabeljauwen
Tot de kabeljauwen behoren ongeveer 480 soorten, die vrijwel allemaal in zee leven. Kabeljauwen waren er 50 miljoen jaar geleden al. Waarschijnlijk zijn de vroegste vormen zelfs meer dan 100 miljoen jaar oud. Er zijn kabeljauwachtigen die in grote hoeveelheden gevangen worden, zoals de kabeljauw en de schelvis.

Slide 11 - Tekstslide

Linkje video
https://schooltv.nl/video/keuringsdienst-van-waarde-in-de-klas-kibbeling/#q=kabeljauw

Slide 12 - Tekstslide

Zalmachtigen
Zalmachtigen is de verzamelnaam voor zo'n 330 heel verschillende vissoorten. Daartoe behoren bijvoorbeeld de zalm, de forel en de zalmforel, maar ook allerlei snoeken. Ze leven allemaal voornamelijk in zoet water. Ook heel ongewoon uitziende diepzeevissen als de addertandvis of de lantaarnvis behoren tot de zalmachtigen.

Slide 13 - Tekstslide

Lantaarnvis
De lantaarnvis ziet er weliswaar net zo uit als een kleine sardine, maar hij heeft verder niets met die vis gemeen. Hij leeft in de diepzee en heeft zilverachtige ogen en lichtorganen aan zijn lijf. Mannetjes en vrouwtjes kunnen elkaar herkennen aan die lichtorganen. Het mannetje straalt helderder dan het vrouwtje. Het licht komt op chemische wijze tot stand.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Opdrachten maken

Slide 16 - Tekstslide

Waar leven de meeste haringen?
A
In meren
B
In zoetwater
C
In rivieren
D
In de open zee

Slide 17 - Quizvraag

Wat zijn voorbeelden van een zoetwaterharingen?
A
Sprot
B
Er zijn 50 soorten zoetwaterharing
C
Ansjovis
D
Sardines

Slide 18 - Quizvraag

Hoeveel soorten haringen zijn er ongeveer?
A
150 soorten
B
200 soorten
C
350 soorten
D
500 soorten

Slide 19 - Quizvraag

Welke kabeljauwachtigen worden veel gevangen?
A
Snoek en zalm
B
Tonijn en makreel
C
Kabeljauw en schelvis
D
Karpers en forellen

Slide 20 - Quizvraag

Sinds wanneer leeft de eerste kabeljauw?
A
5 miljoen jaar geleden
B
100 miljoen jaar geleden
C
1000 jaar geleden
D
50 miljoen jaar geleden

Slide 21 - Quizvraag

Hoeveel soorten kabeljauwen zijn er ongeveer?
A
Ongeveer 480 soorten
B
Ongeveer 350 soorten
C
Ongeveer 250 soorten
D
Ongeveer 600 soorten

Slide 22 - Quizvraag

Welke vis is geen zalmachtige?
A
addertandvis
B
snoekforel
C
lantaarnvis

Slide 23 - Quizvraag

Waar leven zalmachtigen voornamelijk?
A
zoet water
B
zout water

Slide 24 - Quizvraag

Welke vissoorten behoren tot de zalmachtigen?
A
snoek
B
forel
C
tonijn
D
zalm

Slide 25 - Quizvraag

Wat is uniek aan het mannetje van de lantaarnvis?
A
Het leeft alleen
B
Het heeft geen lichtorganen
C
Het is groter dan het vrouwtje
D
Het lichtorgaan straalt helderder dan het vrouwtje

Slide 26 - Quizvraag

Waar leeft de lantaarnvis?
A
In ondiep kustwater
B
In zoetwater
C
In de diepzee
D
In rivieren

Slide 27 - Quizvraag

Hoe ziet de lantaarnvis eruit?
A
Zoals een goudvis
B
Zoals een grote zalm
C
Zoals een kleine sardine
D
Zoals een forel

Slide 28 - Quizvraag

Evaluatie
Is het doel van de les behaald?
Weet je nu:
- Waar Haringen leven
- Waar kibbeling van gemaakt wordt
- Hoe mannetjes en vrouwtjes elkaar herkennen (lantaarnvis)

Wat was jouw inbreng/Op welk niveau heb je gewerkt?

Slide 29 - Tekstslide