Breuken: een deel van het geheel

GROEP 6 · REKENEN

Breuken: een deel van het geheel

Pizza, chocola en de streep in het midden

¾

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

GROEP 6 · REKENEN

Breuken: een deel van het geheel

Pizza, chocola en de streep in het midden

¾

In groep 6 ligt de nadruk op begrip: een breuk is een eerlijk deel van een geheel. Laat kinderen papieren stroken vouwen; dat maakt het meteen voelbaar. Duur ongeveer 40 minuten.

GROEP 6 · BREUKEN

Dit ga je leren

Ik weet wat teller en noemer betekenen.

Ik herken breuken in een plaatje.

Ik reken een breuk van een aantal uit.

Deze slide heeft geen instructies

GROEP 6 · BREUKEN

Wat is een breuk?

Een pizza is in 4 gelijke stukken gesneden.

Jij eet er 3.

Je hebt drie vierde gegeten: ¾.

Deze slide heeft geen instructies

GROEP 6 · BREUKEN

Teller en noemer

De noemer staat onder de streep. Die noemt in hoeveel stukken het geheel verdeeld is.

De teller staat boven de streep. Die telt hoeveel stukken je hebt.

In ⅗ is 5 de noemer en 3 de teller.

Ezelsbruggetje: de noemer noemt de naam van de stukjes (vijfden), de teller telt ze.

GROEP 6 · BREUKEN

Eerlijk delen

Een breuk werkt alleen als de stukken even groot zijn.

Een pizza in 4 ongelijke stukken? Dan is één stuk geen ¼.

Check dus altijd: zijn alle stukken gelijk?

Deze slide heeft geen instructies

GROEP 6 · BREUKEN

Welk deel is gekleurd?

A

⅓

B

⅔

C

3/2

D

2

Goed antwoord: ⅔.

GROEP 6 · BREUKEN

Welk deel is gekleurd?

A

⅝

B

⅜

C

5/3

D

⅞

Goed antwoord: ⅝.

GROEP 6 · BREUKEN

Welk deel is níet gekleurd?

A

¾

B

⅓

C

4/1

D

¼

Goed antwoord: ¼. Lees de vraag goed: het gaat om het witte deel.

GROEP 6 · BREUKEN

Een breuk van een aantal

¼ van 12 snoepjes: verdeel 12 in 4 gelijke groepjes.

In elk groepje zitten 3. Dus ¼ van 12 = 3.

En ¾ van 12? Dat zijn 3 groepjes: 9.

Deze slide heeft geen instructies

GROEP 6 · BREUKEN

½ van 18 =

A

6

B

16

C

9

D

36

Goed antwoord: 9.

GROEP 6 · BREUKEN

⅓ van 15 =

A

3

B

5

C

12

D

45

Goed antwoord: 5.

GROEP 6 · BREUKEN

Een klas heeft 24 leerlingen. ¼ van de klas fietst naar school. Hoeveel leerlingen zijn dat?

Goed antwoord: 6.

GROEP 6 · BREUKEN

Tom heeft 20 euro. Hij geeft ⅖ uit. Hoeveel euro geeft hij uit?

Goed antwoord: € 8. Eerst ⅕ van 20 = 4, dan 2 × 4 = 8.

Welke breuk hoort bij welk plaatje? Sleep de breuk naar het goede vak.

GROEP 6 · BREUKEN

De helft

Een kwart

Driekwart

½

¼

¾

2/4

25 van 100

6/8

Ook 2/4 is de helft en 6/8 is driekwart. Dat heten gelijkwaardige breuken; in groep 7 gaan we daar verder mee.

1

½

2

¾

3

⅓

4

⅛

5

¼

GROEP 6 · BREUKEN

Zet de breuken op volgorde, van klein naar groot.

Tip: bij teller 1 geldt hoe groter de noemer, hoe kleiner het stuk. ⅛ pizza is minder dan ¼ pizza.

1

½ pizza

2

¾ pizza

3

1 hele pizza

4

⅛ pizza, ik heb niet zo'n honger

GROEP 6 · BREUKEN

Wat is jouw favoriete breuk van een pizza?

Deze slide heeft geen instructies

GROEP 6 · BREUKEN

Goed gedaan!

Een breuk is een eerlijk deel van een geheel.

De noemer zegt in hoeveel stukken. De teller zegt hoeveel stukken je hebt.

¼ van 12: deel door 4. Dat is 3.

Deze slide heeft geen instructies