Breuken optellen en aftrekken voor klas 1

Breuken optellen en aftrekken

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Breuken optellen en aftrekken

Aan het einde van de les kun je:

breuken herkennen en eenvoudig optellen en aftrekken. Je kunt breuken met gelijke en ongelijke noemers oplossen.

Wat zijn breuken?

Een breuk geeft een deel van een geheel aan. Het bestaat uit een teller (boven) en een noemer (onder).

Voorbeeld van een breuk

Bijvoorbeeld: 1/4 staat voor één van de vier gelijke delen.

Breuken optellen: zelfde noemer

Je kunt breuken makkelijk optellen als de noemer gelijk is. Tel de tellers bij elkaar op.

Voorbeeld: 2/7 + 3/7

2/7 + 3/7 = 5/7. De noemer blijft hetzelfde.

Breuken aftrekken: zelfde noemer

Trek de tellers van elkaar af. De noemer blijft gelijk.

Voorbeeld: 5/8 - 2/8

5/8 - 2/8 = 3/8. Eenvoudig toch?

Breuken met ongelijke noemers

Zorg dat de noemers gelijk worden gemaakt (gelijke noemers maken).

Gelijknamig maken stap 1

Zoek een getal dat bij beide noemers past. Bijvoorbeeld bij 1/3 + 1/4 is dat 12.

Noemers gelijktrekken stap 2

Maak beide breuken gelijknamig en reken daarna uit.

Voorbeeld van optellen: 1/3 + 1/4

Stap 1

Tel ze op: 7/12

Maak beide breuken gelijknamig: 4/12 + 3/12

Stap 2

Voorbeeld van aftrekken: 5/6 - 1/4

Maak beide breuken gelijknamig: 10/12 - 3/12

Stap 2

Stap 1

Trek ze af: 7/12

Handige tips bij breuksommen

Zorg altijd voor gelijke noemers, controleer je antwoord en vereenvoudig als het kan!

Wat is vereenvoudigen?

Kun je het antwoord kleiner maken? Deel teller en noemer door hetzelfde getal.

Probeer het zelf!

Maak de volgende opgaven in je schrift:

2/5 + 1/5,

4/7 - 2/7,

3/8 + 2/8.

Quiz! Meerkeuzevragen

Nu volgt een quiz met 10 breuksommen. Kies het juiste antwoord.

Quizvraag 1

Wat is 1/4 + 2/4?


A) 2/4

B) 3/4

C) 4/4

Quizvraag 2

Wat is 3/5 - 1/5?


A) 2/5

B) 3/5

C) 4/5

Quizvraag 3

Wat is 2/3 + 1/6?


A) 1/2

B) 5/6

C) 2/6

Quizvraag 4

Wat is 5/8 - 2/8?


A) 1/4

B) 3/8

C) 7/8

Quizvraag 5

Wat is 1/2 + 1/3?


A) 2/5

B) 3/6

C) 5/6

Quizvraag 6

Wat is 4/7 + 2/7?


A) 6/14

B) 6/7

C) 8/7

Quizvraag 7

Wat is 7/10 - 3/10?


A) 4/10

B) 5/10

C) 3/10

Quizvraag 8

Wat is 3/8 + 1/4?


A) 4/8

B) 5/8

C) 6/8

Quizvraag 9

Wat is 2/9 + 4/9?


A) 6/18

B) 6/9

C) 8/9

Quizvraag 10

Wat is 5/6 - 1/2?


A) 1/3

B) 1/2

C) 2/3

1

minute

00

second

Reflectie

Welke stappen vond je lastig? Wat ging juist goed? Bespreek met een klasgenoot.

Samenvatting: breuken optellen & aftrekken

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.