Feit & Fictie: Cicero's beschuldigingen aan het adres van Catilina

Feit & Fictie: Cicero's beschuldigingen aan het adres van Catilina

Leerlingen kunnen een definitie geven over karaktermoord en karaktermoord herkennen.


Leerlingen kunnen op basis van verschillende citaten destilleren welke uitspraken van Cicero ondersteund worden door andere bronnen en welke niet.

1 / 26
volgende
Slide 1: Slide
newEditorLatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Feit & Fictie: Cicero's beschuldigingen aan het adres van Catilina

Leerlingen kunnen een definitie geven over karaktermoord en karaktermoord herkennen.


Leerlingen kunnen op basis van verschillende citaten destilleren welke uitspraken van Cicero ondersteund worden door andere bronnen en welke niet.

  1. karaktermoord

Invuloefening

Bij elke poging tot karkatermoord is er sprake van een aanvaller die via een bepaald mediumprobeert een doelwit te beschadigen in de ogen van een publiek. De vorm van de aanval wordt mede bepaald door de culturele, politieke en technologische context waarin deze plaatsvindt.

(Hagen & Icks, 2021: 192)

... Ook feitelijk juiste informatie kan worden gebruikt om iemands reputatie moedwillig te beschadigen. (ibid. 194)

aanvaller
medium
doelwit
publiek
context
reputatie

bron 1

bron 2

bron 3

Benoem voor bron 1, 2 en 3 de aanvaller, het medium, het doelwit en het publiek

Wat was het beoogde doel van Cicero's karakteraanval op Catilina?

Dit is wat Cicero zegt over karaktermoord in redevoeringen (Rhetorica ad Herennium 3.10)

(...) Omdat dit genre lof en verwijt omvat, kunnen de onderwerpen die als basis voor lof dienen, door hun tegendeel ook als basis voor verwijt worden gebruikt. Voor lof komen de volgende zaken in aanmerking: uiterlijke omstandigheden, lichamelijke eigenschappen en karaktereigenschappen.


Tot de uiterlijke omstandigheden behoren zaken die door toeval of fortuin, gunstig of ongunstig, kunnen voorkomen: afkomst, opvoeding, rijkdom, vormen van macht, roem, burgerrecht, vriendschappen en dergelijke, evenals hun tegenstellingen.


Lichamelijke eigenschappen zijn voordelen of gebreken die de natuur aan het lichaam heeft meegegeven: snelheid, kracht, schoonheid, gezondheid en hun tegenstellingen.


Karaktereigenschappen berusten op oordeel en denken: wijsheid, rechtvaardigheid, moed, zelfbeheersing en hun tegenstellingen.

Sleepvraag

fysieke eigenschappen

karaktereigenschappen

(slechte) daden

gladiatori isti (§29)

principem coniurationis (§27)

furor iste tuus (§1)

eiusdem amentiae scelerisque socios (§8)

lubido (§13)

ad hanc te amentiam natura peperit (§25)

parricida civium (§29)

Cicero kraakt niet Catilina's familie af

De familie van Catilina was een oud patricisch geslacht dat zijn oorsprong terugvoerde op een metgezel van Aeneas. Tegen de tijd van Catilina was die familie in betekenis gedaald; er was al eeuwenlang geen consul meer uit voortgekomen.


Interessant is dat Cicero deze afkomst retorisch tegen hem gebruikt. Hij contrasteert zijn verheven geboorte met zijn vermeende morele verdorvenheid: Catilina had volgens hem alle voordelen van geboorte, opvoeding en talent, maar gebruikte die voor misdaad en samenzwering. Daarmee wordt zijn schuld juist groter.

Cicero kraakt niet Catilina's uiterlijk af

Opvallend is dat Cicero Catilina veel minder aanvalt op zijn lichaam dan op zijn karakter. Anders dan bij veel Romeinse invectieven (bijvoorbeeld tegen Clodius, Piso of Antonius) bestaat het portret van Catilina vrijwel volledig uit termen als furor, audacia, amentia, scelus, improbitas, impietas en parricidium. Cicero presenteert hem niet als een fysiek mismaakte man, maar als een moreel en politiek monster.

  1. Feit en Fictie. Cicero's uitspraken over Catilina en Manlius

(Cicero in Catilinam 1.5) Er is een legerkamp opgeslagen in Italië tegen het Romeinse volk in een bergpas van Etrurië, van dag tot dag groeit het aantal vijanden; maar de opperbevelhebber van dit kamp en de aanvoerder (imperatorem) van de vijanden zien jullie binnen de stadsmuren en zelfs in de senaat dagelijks een of ander verderf van binnenuit voor de gemeenschap beramen. (1.5)


(Cicero in Catilinam 1.10) Wanneer / omdat dat zo is, Catilina, ga verder waarmee je bent begonnen, verlaat eindelijk de stad; de poorten staan open; vertrek. Dat kamp van jou met Manlius wacht al té lang op jou als opperbevelhebber.





Een imperator wordt ten tijde de republiek altijd door de senaat benoemd. Wat zegt dit dus over Catilina?

A

De senaat staat achter Catilina.

B

Catilina is per definitie onwettig bezig.

C


D

Answer D

Slide titel


(Cicero in Catilinam 1.24) Trouwens, waarom zou ík joú uitnodigen, door wie- zoals ik weet - al mensen zijn vooruit gestuurd, om jou gewapend bij Forum Aurelium op te wachten, door wie - zoals ik weet - een dag met Manlius is afgesproken en vastgesteld, door wie - zoals ik weet - zelfs die zilveren adelaar al is vooruitgestuurd, die voor jou en al jouw mensen, daar vertrouw ik op, verderfelijk en dodelijk zal zijn, voor welke in jouw huis een heiligdom van misdaden vastgesteld was? (1.24)




n.b. Cicero zegt dat deze adelaar afkomstig was van Gaius Marius' leger, meer specifiek van het leger waarmee Marius de Cimbren versloeg, en dat Catilina deze adelaar als een soort religieus object vereerde in zijn huis.

Welke bewering uit paragraaf 1.24 is voor de toehoorders van Cicero oncontroleerbaar?

Volgens Cicero opereert Manlius dus in opdracht van Catilina.

We hebben ook andere bronnen over Manlius.

Probeer aan de hand van de volgende slides zelf een mening te vormen of Manlius inderdaad in opdracht van Catilina handelde.

Manlius cum suis steunde in 63 v.Chr. Catilina's kandidatuur voor het consulaat in 62 v.Chr. (de verkiezingen vonden plaats op 28 oktober 63 v.Chr.)

  1. (Plutarchus, leven van Cicero, 14) Maar Catilina en zijn mede-samenzweerders, die aanvankelijk verslagen en doodsbang waren geweest, vatten opnieuw moed; ze kwamen bijeen en spoorden elkaar aan om daadkrachtiger op te treden voordat Pompeius zou terugkeren – en het gerucht ging dat hij inmiddels met zijn leger op de terugweg was. Vooral de oud-soldaten van Sulla drongen er bij Catilina op aan om tot actie over te gaan. Zij waren overal in Italië te vinden, maar de grootste en meest strijdlustige groep onder hen was verspreid over de steden van Etrurië; zij droomden er opnieuw van om de rijkdommen die voor het grijpen lagen, te roven en te plunderen. Deze mannen – onder leiding van Manlius, die zich onder Sulla had onderscheiden – sloten zich bij Catilina aan en kwamen naar Rome om deel te nemen aan de consulsverkiezingen. Catilina stelde zich namelijk opnieuw kandidaat voor het consulaat en was vastbesloten om Cicero te vermoorden in de chaos van de verkiezingen zelf.


  1. (Cicero Pro Murena 49) Ze zagen hoe Catilina voortdurend alert en opgewekt was, omringd door een dichte lijfwacht van jongemannen en gedekt door verklikkers en huurmoordenaars; hij putte moed uit de verwachting op steun van de soldaten en uit de beloften van mijn ambtgenoot – waarover hij geen geheim maakte – en trok door de straten met een heus leger van kolonisten uit Arretium en Faesulae, een bont gezelschap dat nog verder werd aangevuld door een contingent mannen die door Sulla's schrikbewind aan de bedelstaf waren geraakt.


deze bron ondersteunt Cicero's voorstelling van zaken

deze bron spreekt Cicero's voorstelling van zaken tegen

bron 1

bron 2

Slide titel

Bij Plutarchus lezen we dat Manlius aanvankelijk een regionaal protest van schuldenaren en Sullaanse veteranen had georganiseerd, waarna Catilina zich bij een reeds bestaande onrust aansloot. Voor deze interpretatie pleit dat de sociale spanningen in Etrurië reëel waren en niet uitsluitend afhankelijk waren van Catilina's persoonlijke initiatief.



Manlius cum suis kwam in opstand op 27 oktober 63 v.Chr (Denk na over die datum!)

  1. Enkele dagen later las de senator L. Saenius in de senaat een brief voor die hem, naar hij beweerde uit Faesulae was overgebracht. Hierin stond geschreven dat C. Manlius met een grote menigte op 27 oktober v.Chr. de wapens had opgenomen. (Sallustius Bellum Catilinae 30 )


  1. Herinner je je, dat ik 21 oktober in de senaat zei, dat Gaius Manlius, de handlanger en knecht van jouw brutaliteit, onder de wapens zou zijn op een bepaalde dag, welke dag 27 oktober zou zijn? (Cic. In Cat. 1.7)



De historicus Robin Seager zegt: 'If Manlius rose as part of a prearranged plan, the date chosen for his rising is odd to say the least' Leg dit uit.

Nadat Manlius cum suis in opstand was gekomen, stuurde de senaat een leger naar Etrurie o.l.v. imperator Q.Marcius Rex. Begin november stuurt Manlius hem een brief:

  1. (Sallustius Bellum Catilinae 33) "Wij roepen goden en mensen tot getuige, generaal, dat wij de wapens hebben opgepakt – niet tegen ons vaderland en ook niet om anderen in gevaar te brengen, maar om onszelf tegen onrecht te beschermen; want wij zijn ellendig en berooid: velen van ons zijn door het geweld en de wreedheid van woekeraars uit hun land verdreven, terwijl wij allen onze goede naam en ons vermogen hebben verloren."

Waar bevond Catilina zich toen Manlius de brief schreef? Wat valt er op aan deze brief als je aanneemt dat Catilina de "mperator" van het kamp in Etrurie was?

Van links naar rechts: hoe waarschijnlijk vind jij het dat Catilina de baas was over Manlius?

  1. Cicero en zijn retorische strategieen.

hieronder staan verschillende retorische strategieen genoemd waar Cicero gebruik van maakt om karaktermoord op Catilina te plegen. Zoek bij iedere retorische strategie een passend citaat. (n.b. niet alle strategieen zijn CE-proof..)

  1. retorische vraag

  2. praeteritio (een spreker beweert dat hij het ergens niet over zal hebben, waarmee hij juist de aandacht erop vestigt)

  3. hyperbool

  4. veinzen van medelijden (soort pathos)

  5. accumulatio (more is more: misschien is niet elke beschuldiging terecht, maar door een hele reeks wordt het toch verdacht..)

  1. vooronderstelling in plaats van echt bewijs

  2. strategische vaagheid (insinuatie)

  3. slim gebruik maken van de context

  4. spreken alsof het doelwit al uitgeschakeld is.

Sleepvraag

hyperbool

accumulatio

praeteritio

het veinzen van medelijden

retorische vraag

Welke lust ontbrak ooit aan jouw ogen, welke misdaad ooit aan jouw handen, welke schanddaad ooit aan jouw hele lichaam?

Jij was dus bij Laeca in die nacht, Catilina, je hebt de delen van Italië verdeeld, je stelde vast waarheen ieder diende te vertrekken, je koos de mensen uit, die je in Rome wilde achterlaten, die je met je mee wilde nemen (de stad uit), je wees de delen van de stad toe voor branden ( = die in brand moesten worden gestoken), je bevestigde, dat jij zelf binnenkort zou vertrekken, je hebt gezegd, dat er ook nu nog enig uitstel voor je was, omdat ik (nog) leefde.

Even tevoren ben je in de senaat gekomen. Wie van deze zo grote menigte, zovele van jouw vrienden en kennissen, heeft jou begroet? Wat moet ik er van zeggen, dat door jouw aankomst die zitplaatsen zijn leeggemaakt, dat alle ex-consuls, die door jou zeer vaak voor moord waren bestemd, zodra jij ging zitten, dat deel van de zitplaatsen naakt en leeg hebben gelaten; met welke gemoedsgesteldheid denk jij eigenlijk, dat dat door jou verdragen moet / kan worden?

Nu val je al openlijk de gehele staat aan; je roept (op) tot de ondergang en de verwoesting (van) de tempels van de onsterfelijke goden, de huizen van de stad, het leven van alle burgers, geheel Italia.

Voeg tekst toe

Sleepvraag

praeteritio

strategische vaagheid

spreken alsof het doelwit al is utigeschakeld

veronderstelling ipv bewijs

context gebruiken

Tot welk punt eigenlijk zul jij, Catilina, ons geduld misbruiken?

In deze (stad) is niemand buiten die samenzwering van verdorven mensen, die jou niet vreest, niemand, die jou niet haat.

Toen je kort geleden door de dood van je vorige vrouw je huis vrij had gemaakt voor een nieuw huwelijk, heb je toen niet op deze misdaad nog een andere ongelooflijke misdaad gestapeld? Dat laat ik passeren en ik duld zonder moeite, dat het verzwegen wordt, opdat de gruwelijkheid van zo´n grote misdaad in deze samenleving niet lijkt te hebben bestaan of niet bestraft te zijn.

Welke lust ontbrak ooit aan jouw ogen, welke misdaad ooit aan jouw handen, welke schanddaad ooit aan jouw hele lichaam?

Wat moet ik er van zeggen, dat door jouw aankomst die zitplaatsen zijn leeggemaakt, dat alle ex-consuls, die door jou zeer vaak voor moord waren bestemd, zodra jij ging zitten, dat deel van de zitplaatsen naakt en leeg hebben gelaten;