Woonhuizen in Goirle (foto: UitGoirle, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Quiz
Terugblik: Huren, kopen en hypotheek
Woonhuizen in Goirle (foto: UitGoirle, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Quiz
Terugblik: Huren, kopen en hypotheek
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: UitGoirle / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Wat mag de hypotheeknemer doen als de hypotheekgever niet meer betaalt?
Het huis laten verkopen via het recht van hypotheek
De restschuld op de makelaar verhalen
De notaris de hypotheekrente laten betalen
Het huis zonder verkoop zelf in bezit nemen
Syllabus 11.3.2 en 11.3.3. Het recht van hypotheek geeft de hypotheeknemer de zekerheid dat die het onderpand kan laten verkopen. Verwachte fout: denken dat de hypotheeknemer het huis zomaar zelf mag houden.
Welk financieel gevolg heeft huren voor jou als huurder?
Je kunt de huur van je inkomen aftrekken
Je draagt het risico van waardedaling
Je betaalt huur en bouwt geen eigendom op
Je betaalt het groot onderhoud zelf
Syllabus 11.3.1. Huur is een uitgave zonder vermogensopbouw en niet aftrekbaar. Het risico van waardedaling en het groot onderhoud liggen niet bij de huurder. Verwachte fout: de huur als aftrekpost zien, naar analogie met de hypotheekrente.
Lineair € 450.000, 25 jaar, 5%. Wat is de totale last in jaar 1?
€ 22.500
€ 40.500
€ 18.000
€ 19.875
Syllabus 11.3.4. Aflossing 450.000 / 25 = 18.000. Interest 450.000 x 0,05 = 22.500. Totale last 40.500. Verwachte fouten: 22.500 (aflossing vergeten), 18.000 (interest vergeten) en 19.875 (interest door 12 delen: maand en jaar door elkaar).
Welke berekening geeft de aflossing in jaar 2 bij een annuïteit?
Annuïteit min interest over de oorspronkelijke lening
Lening gedeeld door het aantal jaren
Aflossing van jaar 1 plus het belastingvoordeel
Annuïteit min interest over de schuldrest na jaar 1
Syllabus 11.3.4. De interest van jaar 2 gaat over de schuldrest na jaar 1. Verwachte fout: de interest weer over de hele lening berekenen, dan is de aflossing elk jaar gelijk (en dat is niet zo).
Vul in
Bij een annuïteitenlening stijgt de aflossing elk jaar, doordat de interest daalt terwijl de totale last gelijk blijft.
Syllabus 11.3.3. De totale last is vast, dus wat de interest daalt, gaat naar extra aflossing. Verwachte fout: schuldrest invullen: die daalt wel, maar is geen deel van de jaarlijkse betaling.
Interest € 7.200, aflossing € 6.000, aftrektarief 37%. Wat is de netto last?
€ 8.316
€ 4.536
€ 13.200
€ 10.536
Syllabus 11.3.5. Bruto last 13.200. Voordeel 0,37 x 7.200 = 2.664. Netto last 13.200 min 2.664 = 10.536. Verwachte fouten: 8.316 (voordeel over de hele bruto last), 4.536 (7.200 min 2.664: aflossing vergeten) en 13.200 (geen aftrek).
Sanne en Tim hebben dezelfde hypothecaire lening. Sanne heeft een hoger aftrektarief. Wat geldt?
Tim heeft een groter belastingvoordeel
Sanne heeft een groter belastingvoordeel
Beiden hebben hetzelfde belastingvoordeel
Sanne betaalt minder interest
Syllabus 11.3.5. Voordeel = interest x aftrektarief; bij dezelfde interest geeft een hoger tarief een groter voordeel. De interest zelf verschilt niet. Verwachte fout: denken dat het voordeel alleen van de lening afhangt.
Je betaalt jaarlijks € 20.000 annuïteit, 4%, 5 jaar. (1,04)^-5 = 0,8219. Hoeveel kun je maximaal lenen?
€ 100.000
€ 82.190
€ 89.050
€ 108.330
Syllabus 11.3.3 en 11.2.9. Lening = annuïteit x (1 min (1+i)^-n) / i = 20.000 x (1 min 0,8219) / 0,04 = 20.000 x 4,4525 = 89.050. Verwachte fouten: 100.000 (5 x 20.000, de interest vergeten), 82.190 (20.000 x 0,8219) en 108.330 (de formule voor de eindwaarde gebruikt).
Noem een nadeel van annuïteit tegenover lineair.
Goede antwoorden: je betaalt in totaal meer interest, of de schuldrest daalt in het begin langzamer (lage aflossing in de eerste jaren). Verwachte fout: zeggen dat de last hoger is: dat geldt in het begin juist voor lineair.
Femke twijfelt tussen lineair en annuïteit. Wie helpt haar bij haar keuze?
De hypotheekadviseur
De makelaar
De notaris
De taxateur
Syllabus 11.3.2. De hypotheekadviseur adviseert over de vorm; de makelaar bemiddelt bij de koop, de notaris legt vast en de taxateur bepaalt de waarde. Verwachte fout: de makelaar, omdat die bij de aankoop betrokken is.
Mo koopt een woning voor € 300.000 en verkoopt hem na 6 jaar voor € 280.000. Wat is dit?
Een waardedaling die de hypotheeknemer moet dragen
Een waardedaling van € 20.000 voor rekening van Mo
Een winst, omdat de schuldrest is gedaald
Een fiscaal voordeel van € 20.000
Syllabus 11.3.1. De koper draagt het risico van waardedaling; dat is een financieel gevolg van kopen ten opzichte van huren. Aflossing verlaagt de schuldrest, maar heeft niets met de waarde van het huis te maken. Verwachte fout: de hypotheeknemer laten opdraaien voor het verlies.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Goed gedaan!
Je kunt nu de partijen op de hypotheekmarkt noemen, een lineaire lening en een annuïteitenlening berekenen en de voor- en nadelen, ook de fiscale, vergelijken.
Deze slide heeft geen instructies