Een beroep in zorg en welzijn
deel 1
Binnen = beginnen
Startopdracht: maak de losse startopdracht
Een beroep in zorg en welzijn
deel 1
Binnen = beginnen
Startopdracht: maak de losse startopdracht
Doelstellingen
Aan het einde van dit hoofdstuk weet je meer over:
welke beroepen er zijn binnen zorg en welzijn;
wat eerstelijnszorg en tweedelijnszorg is;
Lees de inleiding (blz. 19)
Welbevinden = de mate waarin iemand zich goed voelt
Lichamelijk welbevinden: lichamelijk gezond, fit
Geestelijk welbevinden: tevreden zijn, gelukkig voelen
Sociaal welbevinden: sociale contacten
Het werkveld
In de zorg- en welzijnssector kun je werken met verschillende doelgroepen.
Voorbeelden van doelgroepen:
baby’s in de kraamzorg;
peuters in een kinderopvang;
jongeren met een beperking in de gehandicaptenzorg;
asielzoekers;
ouderen in een verpleeghuis.
De zorg
In Nederland is zorg geregeld in de vorm van eerstelijnszorg en tweedelijnszorg.
Tweedelijnszorg:
specialist, ziekenhuis,
psychiater
Eerstelijnszorg:
tandarts, huisarts, fysiotherapie
De zorg
Intramurale zorg: zorg die binnen de muren van een instelling worden verleend
voor meerdere nachten of altijd;
24 uur per dag zorg.
Extramurale zorg: zorg die buiten de
muren van een instelling plaatsvindt
zorg aan huis;
op afspraak.
Kan je een voorbeeld geven?
Intramurale zorg:
Extramurale zorg:
Intramurale zorg & extramurale zorg
Intramurale zorg:
1. Ziekenhuis
2. Verpleeghuis
3. Instelling voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking
Extramurale zorg:
1. Thuiszorg
2. Kraamzorg
3. Thuisbegeleiding.
Opdracht 1.01 (blz. 20)
Aan het werk theorie:
Lezen + maken blz. 19 t/m 26 (opdracht 1.01 t/m 1.05
Klaar? Start met de praktijkopdracht op blz. 215
1.01: Een zorg- en welzijnsorganisatie (internet, a3 papier, stiften, evt. foto’s)
1.02 Wat is positieve gezondheid? (internet, a4 papier)
1.03 Ansichtkaart ‘gezond is….’ (ansichtkaart - 14x14 cm papier)
1.04 Hoe verliep deze praktijkopdracht?
Aan het werk praktijk:
Een beroep in zorg en welzijn
deel 2
Binnen = beginnen
Startopdracht: maak de losse startopdracht
Doelstellingen vorige les:
Aan het einde van dit hoofdstuk weet je meer over:
welke beroepen er zijn binnen zorg en welzijn;
wat eerstelijnszorg en tweedelijnszorg is;
Doelstellingen
Aan het einde van dit hoofdstuk weet je meer over:
welke soorten zorgorganisaties er zijn.
Verschillende zorginstellingen
Waar kan je werken????
Verschillende zorginstellingen
Ziekenhuis;
Thuiszorg;
Verpleeg- en verzorgingshuis;
Zorginstelling voor mensen met een beperking (lichamelijk, verstandelijk of zintuigelijk);
Zorginstelling voor mensen met een psychiatrische stoornis.
Thuiszorg: Persoonlijke verzorging
Zorginstellingen met verschillende soorten huisvestiging
In Nederland wonen veel ouderen zolang mogelijk thuis.
Ondersteuning en zorg wordt eerst gedaan door bijv. familie (mantelzorg) of thuiszorg bij ouderen thuis
Wanneer mensen ouder worden en thuis wonen niet meer lukt, dan is verhuizen naar een zorginstelling mogelijk.
Zorgwoning
Verpleeghuis
combinatie van deze twee
Bij een zorgwoning huurt iemand een appartement en krijgt lichte zorg. Je noemt dit
ook wel een aanleunwoning.
Verpleeghuis en zorgwoning
Verpleeghuis en zorgwoning:
zorg
24 uur per dag zorg, behandeling, toezicht
dagactiviteiten & gebruik maken van een restaurant
Verschillende soorten verpleeghuiszorg, voor:
mensen met dementie;
mensen met een (ernstige) lichamelijke beperking;
mensen die tijdelijk zorg nodig hebben om te herstellen van een ongeval, ziekte of een operatie.
Nodig:
Zorgindicatie - Wet Langdurige Zorg (WLZ)
Zorginstelling voor mensen met een beperking
Motorische beperking
Verstandelijke beperking
Zintuiglijke
beperking
Zorginstelling voor mensen met een psychiatrische stoornis
Voorbeelden zijn:
angststoornis
depressie
Opdracht 1.12 (blz. 32)
Hey, het is oké
Voel jij je wel eens alleen? Of ben je soms gestrest? Dan ben je niet de enige.
Praten lucht op als je je niet oké voelt. Soms is het lastig om een gesprek te beginnen. Het kan helpen als je iets met iemand gaat doen. Ga bijvoorbeeld samen een rondje lopen, een balletje trappen of een potje gamen.
1.01: Een zorg- en welzijnsorganisatie (internet, a3 papier, stiften, evt. foto’s)
1.02 Wat is positieve gezondheid? (internet, a4 papier)
1.03 Ansichtkaart ‘gezond is….’ (ansichtkaart - 14x14 cm papier)
1.04 Hoe verliep deze praktijkopdracht?
Aan het werk praktijk:
Lezen + maken blz. 19 t/m 33 (opdracht 1.01 t/m 1.13) -- Nakijken & verbeteren met een andere kleur
Klaar? Start met de praktijkopdracht op blz. 215
Aan het werk theorie:
minute
second