,

Beroepsgeheim

Keuzedeel wijkgericht werken
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Keuzedeel wijkgericht werken

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
Zelf doorlopen van de opdrachten en bekijken van de video's

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 

De grenzen aan de zwijgplicht (het beroepsgeheim)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beroepsgeheim

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

= zwijgplicht!
= geheimhoudingsplicht
  • geheim
  • toevertrouwd aan de verpleegkundige
  • vernomen tijdens de uitoefening van het beroep

 je zwijgt over wat je over en van de zorgvrager en zijn omgeving te weten bent gekomen tijdens de uitoefening van je beroep.

Slide 7 - Tekstslide

Informatie doorgeven aan derden mag niet. Het belang van die basisregel is zo groot dat je kunt spreken van ‘zwijgplicht’. Die zwijgplicht geldt in principe tegenover iedereen, dus ook bij familie, vrienden en kennissen van de patiënt. Je mag niet zomaar aannemen dat je de informatie kan delen met naasten. In principe moet de patiënt daar toestemming voor geven.’
In de praktijk is het soms best lastig: wat mag je wel zeggen en wat niet. Daarbij merken we dat het beroepsgeheim onder druk staat. Steeds vaker zijn er andere partijen die informatie willen hebben. Denk aan politie en justitie die soms van hulpverleners verwachten dat ze met informatie naar buiten komen. Dan is het gewoon heel lastig om te bepalen wat je als verpleegkundige of verzorgende wel en niet mag zeggen. 
Doel van het beroepsgeheim

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Waarom beroepsgeheim belangrijk?
  • beschermen van een vertrouwensrelatie - nodig voor goede zorgverlening
  • bescherming van toegankelijkheid van zorg
  • voorkomen van misbruik

Artikel 2.12 Beroepscode

Slide 9 - Tekstslide

Zonder die vertrouwensrelatie is goede zorgverlening niet mogelijk. De patiënt moet jou vertrouwen, zich veilig voelen en alle informatie geven die nodig is om hem te kunnen helpen. Dat kan alleen maar als de patiënt erop kan vertrouwen dat de informatie omtrent zijn zorg geheim blijft. Daarnaast kent het beroepsgeheim een maatschappelijk belang, namelijk de bescherming van de toegankelijkheid van de zorg. Op het moment dat een patiënt er niet op kan vertrouwen dat zijn informatie geheim blijft, kan dat ertoe leiden dat hij later hulp zoekt. Dat kan weer gevolgen hebben voor de eigen gezondheid en die van anderen. Bijvoorbeeld als een patiënt een infectie heeft en daar anderen mee besmet.’
Wanneer geldt het beroepsgeheim niet?

Slide 10 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Het beroepsgeheim geldt NIET als:
1. de patiënt toestemming geeft om aan derden informatie door te geven
2. de patiënt een wettelijke vertegenwoordiger heeft
3. je informatie deelt met collega’s die direct betrokken zijn bij zorgverlening
4. er een wettelijke plicht is om informatie te geven
5. er sprake is van een 'conflict van plichten'

Slide 11 - Tekstslide

1. wel vastleggen!!!
2. wettelijk vertegenwoordiger bij minderjarige patiënt (<12: ouders beslissen; 12-15: pat. beslist samen met ouders; >16 pat. beslist zelf)/ wilsonbekwame patiënt
3. = veronderstelde toestemming
4. wetgever vindt dat informatieverschaffing in deze situaties zwaarder weegt dan plicht om te zwijgen (bijv. WKKGZ, hulp bij zelfdoding)
5. wanneer je conflict ervaart tussen plicht tot geheimhouding en je plicht om ernstige schade voor de zorgvrager of een ander te voorkomen (zie handreiking beroepsgeheim).
Je verpleegde deze week Anita, een wat agressieve oudere dame. Deze morgen komt de arts op de afdeling en vraagt of er problemen zijn met bepaalde patiënten. Je laat hem weten dat Anita de afgelopen tijd veel medebewoners uitscheldt.
A
Schending
B
Geen schending

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De stomazakjes van een 90-jarige meneer moeten worden aangevuld en je gaat zijn kamer binnen. Er is bezoek.
Je zegt tegen meneer: "Ik zal de voorraad stomazakjes in de badkamerkast leggen."
A
Schending
B
Geen schending

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet een observatieopdracht maken in je stageschrift.
Je stelt de cliënt voor: naam, leeftijd, privésituatie,...
A
Schending
B
Geen schelding

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je krijgt een telefoontje van een dame die zegt de dochter van mevrouw X te zijn. Ze vraagt uitleg over de situatie van haar moeder.
Je geeft informatie.
A
Schending
B
Geen schending

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schending beroepsgeheim?
"Als je vermoedens hebt dat iemand iets vreselijks heeft gedaan, 
kun je hem of haar natuurlijk wel overtuigen zichzelf aan te geven, 
maar als behandelaar kan je dat niet doen”, zegt Verkes. Hij is zelf 
psychiater en actief op de polikliniek van de Pompestichting. 
"De zorg gaat boven het pakken van de dader.” Schending van 
het beroepsgeheim geldt zelfs als een misdrijf. Dus ook bloed 
op de kleding of een bekentenis van een moord is geen reden 
om het beroepsgeheim te doorbreken. "

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Kan je als verpleegkundige juridisch vervolgd worden bij schending van het beroepsgeheim?
A
NEE
B
JA

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tuchtrecht - wet BIG
Strafrecht - art. 458 Wetboek Strafrechten

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen:

  • tuchtsanctie op het werk
  • juridische vervolging
  • straf



Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stopt de zwijgplicht na overlijden van de zorgvrager?
A
Ja, hij/zij is er toch niet meer
B
Nee, zwijgplicht is voor altijd!

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Beroepsgeheim na overlijden
De hoofdregel luidt dat de zorgverlener aan anderen geen inlichtingen over de overleden patiënt, dan wel inzage in, of afschrift van het medisch dossier mag verstrekken.
Het recht op inzage is een hoogstpersoonlijk recht, en het beroepsgeheim van de zorgverlener eindigt NIET bij het overlijden van de patiënt. 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meer voorbeelden

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je loopt stage in een verpleeghuis op een afdeling waar dementerende ouderen wonen. Meneer X woont op de afdeling waar jij stage loopt. De oude buurvrouw van meneer X belt om te vragen hoe het met hem gaat. Hoe reageer jij? En mag je hierover ‘iets’ zeggen?​

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je bent aan het werk op de afdeling waar jij stage loopt achter je eigen laptop. Mag je even weglopen om naar de toilet te gaan?​

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De dochter van mevrouw de V (die op jouw afdeling verblijft) vraagt of ze jouw telefoonnummer mag om door te geven wanneer ze mevrouw de V op kan halen. Geef jij je nummer? ​

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Ruimte om verder te werken aan het actueel thema of wijkanalyse. 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies