Letterbreuken

Letterbreuken
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Letterbreuken

Slide 1 - Tekstslide

Na deze les kan je...
... optellen en aftrekken met letterbreuken
... vermenigvuldigen en delen met letterbreuken

Slide 2 - Tekstslide

Letterbreuken optellen/aftrekken

  1. Alles als breuk schrijven
  2. Gelijknamig maken
  3. Optellen / aftrekken
  4. Vereenvoudigen

Slide 3 - Tekstslide


​3​​2​​+​5​​4​​=
​q​​p​​+​s​​r​​=

Slide 4 - Tekstslide


​3​​2​​+​5​​4​​=​15​​10​​+​15​​12​​
​q​​p​​+​s​​r​​=​sq​​sp​​+​sq​​rq​​

Slide 5 - Tekstslide


​3​​2​​+​5​​4​​=​15​​10​​+​15​​12​​=​15​​10+12​​=​15​​22​​=1​15​​7​​
​q​​p​​+​s​​r​​=​sq​​sp​​+​sq​​rq​​=​sq​​sp+rq​​

Slide 6 - Tekstslide


3−​n​​2​​

Slide 7 - Tekstslide


3−​n​​2​​=​1​​3​​−​n​​2​​=

Slide 8 - Tekstslide


3−​n​​2​​=​1​​3​​−​n​​2​​=​n​​3n​​−​n​​2​​

Slide 9 - Tekstslide


3−​n​​2​​=​1​​3​​−​n​​2​​=​n​​3n​​−​n​​2​​=​n​​3n−2​​

Slide 10 - Tekstslide


​2r​​6q​​+​r​​8s​​=​r​​3q+8s​​
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quizvraag


​l​​8k​​−​2p​​q​​=​lp​​8kp−lq​​
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Letterbreuken vermenigvuldigen

  1. Alles als breuk schrijven
  2. teller x teller en noemer x noemer
  3. Vereenvoudigen

Slide 13 - Tekstslide

​2​​1​​⋅​5​​3​​
​q​​p​​⋅​s​​r​​

Slide 14 - Tekstslide

​2​​1​​⋅​5​​3​​=​2⋅5​​1⋅3​​
​q​​p​​⋅​s​​r​​=​q⋅s​​p⋅r​​

Slide 15 - Tekstslide

​2​​1​​⋅​5​​3​​=​2⋅5​​1⋅3​​=​10​​3​​
​q​​p​​⋅​s​​r​​=​q⋅s​​p⋅r​​=​qs​​pr​​

Slide 16 - Tekstslide

​2a​​−3​​⋅​3b​​4​​

Slide 17 - Tekstslide

​2a​​−3​​⋅​3b​​4​​=​2a⋅3b​​−3⋅4​​

Slide 18 - Tekstslide

​2a​​−3​​⋅​3b​​4​​=​2a⋅3b​​−3⋅4​​=​6ab​​−12​​

Slide 19 - Tekstslide

​2a​​−3​​⋅​3b​​4​​=​2a⋅3b​​−3⋅4​​=​6ab​​−12​​=​ab​​−2​​

Slide 20 - Tekstslide


​r​​3s−2​​⋅​k​​4​​=​rk​​4s​​
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag


​k​​3x​2​​​​⋅​k​​2x​6​​​​=​k​2​​​​5x​8​​​​
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Letterbreuken delen

  1. Alles als breuk schrijven
  2. De laatste breuk omdraaien
  3. teller x teller en noemer x noemer
  4. Vereenvoudigen
Let op! Je kan nooit delen door nul
!

Slide 23 - Tekstslide

​4​​3​​:​2​​1​​
​q​​p​​:​s​​r​​

Slide 24 - Tekstslide

​4​​3​​:​2​​1​​=​4​​3​​⋅​1​​2​​
​q​​p​​:​s​​r​​=​q​​p​​⋅​r​​s​​

Slide 25 - Tekstslide

​4​​3​​:​2​​1​​=​4​​3​​⋅​1​​2​​=​4⋅1​​3⋅2​​
​q​​p​​:​s​​r​​=​q​​p​​⋅​r​​s​​=​q⋅r​​p⋅s​​

Slide 26 - Tekstslide

​4​​3​​:​2​​1​​=​4​​3​​⋅​1​​2​​=​4⋅1​​3⋅2​​=​4​​6​​=2​2​​1​​
​q​​p​​:​s​​r​​=​q​​p​​⋅​r​​s​​=​q⋅r​​p⋅s​​=​qr​​ps​​

Slide 27 - Tekstslide

​6​​a​​:​c​​3b​​

Slide 28 - Tekstslide

​6​​a​​:​c​​3b​​=​6​​a​​⋅​3b​​c​​

Slide 29 - Tekstslide

​6​​a​​:​c​​3b​​=​6​​a​​⋅​3b​​c​​=​6⋅3b​​a⋅c​​

Slide 30 - Tekstslide

​6​​a​​:​c​​3b​​=​6​​a​​⋅​3b​​c​​=​6⋅3b​​a⋅c​​=​18b​​ac​​

Slide 31 - Tekstslide


​q​​p​​:​p​​q​​=​q​2​​​​p​2​​​​
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag


​2a​​3​​:​b​​5​​=​3b​​10a​​
A
Waar
B
Niet waar

Slide 33 - Quizvraag

Wat heb je geleerd van deze les?

Slide 34 - Open vraag

Wat vind je nog moeilijk aan deze les?

Slide 35 - Open vraag