§3.4 Water in rivieren en polders

§3.4 Water in rivieren en polders
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

§3.4 Water in rivieren en polders

Slide 1 - Tekstslide

Planning
- Leerdoelen
- Herhaling §3.3
- Polders 
- Uitleg
- Huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Je weet uit welke onderdelen het rivierlandschap, de waterbalans en een polder bestaan.
Je begrijpt hoe een polder werkt en hoe rivieren bevaarbaar blijven.
Je kunt op een kaart belangrijke vaarwegen en polders herkennen.

Slide 3 - Tekstslide

Kwelwater is water dat door een dijk heen sijpelt de polder in
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

Sleep de woorden naar de juiste afbeelding.
Let op: er blijven 3 woorden over!
Organische watervervuiling
Grijs water
Industrieel watergebruik
Chemische
watervervuiling
Thermische
watervervuiling
Beregening
Geulirrigatie
Kwelwater
Druppelirrigatie

Slide 5 - Sleepvraag

Polders

Slide 6 - Woordweb

1

Slide 7 - Video

02:18
Hoe heten deze polders?
A
Zeepolder
B
Polder
C
Droogmakerij

Slide 8 - Quizvraag

De waterbalans
  • Water komt ons land binnen via:
- rivieren
- neerslag
- grondwater vanuit het buitenland


  • We verliezen water door:
- verdamping
- gebruik
- stroming naar zee


  • Het verschil tussen watertoevoer en waterverlies, noem je de waterbalans.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Wat is sedimentatie?
A
Het kapotgaan van gesteente.
B
Het neerleggen van materiaal door wind, water en ijs.
C
Het uitschuren van de rivierbodem.
D
Dit zijn deeltjes zand, klei en grind.

Slide 11 - Quizvraag

Het rivierlandschap
  • De delta in NL bestaat uit de Rijn, Maas en Schelde.
  • Delta is een gebied waar rivieren in zee stromen.
  • Vroeger: waren er geen dijken, rivieren legden zand en klei neer langs de oevers. Door deze sedimentatie ontstonden oeverwallen.

  • Onderdelen rivier:
  1. Zomerbed: de bedding waar de rivier doorheen stroomt.
  2. Zomerdijken: lage dijk, dicht bij de rivier.
  3. Oeverwallen: zandrug die langs de rivier ligt.
  4. Komgronden: laaggelegen gebied langs de rivier, bestaat uit klei.
  5. Uiterwaard: het gebied tussen de zomer- en winterdijk. Wordt in de zomer voor recreatie gebruikt.
  6. Winterdijk: hoge dijk, wat verder van de rivier vandaan.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Sleep de begrippen naar de juiste plek
Winterdijk
Zomerdijk
Uiterwaard
Komgronden
Oeverwal
Zomerbed

Slide 14 - Sleepvraag

Waar staat NAP voor?
A
Nieuw Amsterdams Peil
B
Normaal Amsterdams Peil

Slide 15 - Quizvraag

Polders
  • Een polders (onder NAP) is een gebied dat omringt is door dijken en men de waterstand regelt. Het water komt van neerslag en kwelwater.
  • Als er veel neerslag valt moet er water uit de polder naar de boezem gepompt worden, door een gemaal. Het binnenwater komt terecht in het buitenwater > zee.

  • Bij droge perioden wordt er ook water in de polder gepompt.
  • Bemalen is het water in de polder op peil houden door middel van pompen.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Ringvaart
Poldergemaal
Boezemgemaal
Sloten en polders
Ringdijk
Sluis
Boezem
Buitenwater

Slide 18 - Sleepvraag

Transport over water
  • Rotterdam is de grootste haven van Europa.
  • Goederen komen via Rotterdam ons land binnen en worden vervolgens vervoerd naar andere delen van Europa.

  • Hoe zorgt men ervoor dat regenrivieren het hele jaar bevaarbaar blijven? Door:
     - stuwen
     - sluizen

Slide 19 - Tekstslide