Oppervlakte

Oppervlakte
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenISK

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Oppervlakte

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
Aan het einde van de les kan ik zeggen wat oppervlakte is.

Ik kan de oppervlakte meten. 
Ik kan zeggen: “De oppervlakte is …”

Slide 2 - Tekstslide

Wat is oppervlakte?

Oppervlakte is:
 hoe groot iets is.

Je kijkt naar de bovenkant van iets. 

 Voorbeelden

De oppervlakte van een tafel
→ hoe groot de tafel is

De oppervlakte van een kamer
→ hoe groot de kamer is

De oppervlakte van een veld
→ hoe groot het veld is.

Slide 3 - Tekstslide







er om heen






er op

Slide 4 - Tekstslide

De berekenen berekenen

lengte x breedte = 
bijvoorbeeld:  3 cm x 6 cm = 18 cm2
(lees: vierkante centimeter)

Slide 5 - Tekstslide

Belangrijk begrip
Wat is een vierkante meter?

Een vierkante meter is een maat voor oppervlakte.

Een vierkante meter is:
1 meter lang
1 meter breed

👉 Dat is samen 1 m².
Makkelijk onthouden

Meter → lengte

Vierkante meter (m²) → oppervlakte

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Zandbak is een vierkant. Wat is de
oppervlakte van dit zandbak?
A
9
B
6
C
12
D
18

Slide 8 - Quizvraag

Bereken de oppervlakte.



Slide 9 - Tekstslide

Wat is de oppervlakte van de
rechthoek?
A
12
B
18
C
15
D
17

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Frederick strooit zout om het schoolplein begaanbaar te houden.
De afmetingen zijn 900 cm bij 4,2 meter. Hoeveel gram strooizout heeft hij nodig?

Ik reken eerst de oppervlakte uit. (900 cm = 9 meter).

Oppervlakte = lengte x breedte = 9 x 4,2 = 37,8 m²

Per m2 heb ik 35 gram nodig (staat op de verpakking)

Dus 37,8 x 35 gram = 1323 gram zout










Slide 12 - Tekstslide