Skelet Organisatie 1.7.2

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
AnatomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Skelet
Uit hoeveel botten bestaat jouw skelet?
A
106
B
206
C
176
D
236

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke functies van het skelet
ken je?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Waar zitten de meeste botjes
A
In de hand
B
In de voet
C
In het oor

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het aller kleinste botje in het lichaam?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bescherming is een functie van een skelet. Welk orgaan krijgt bescherming van het skelet?
A
Nieren
B
Darmen
C
Longen
D
Lever

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is er anders aan de botten van een baby?

Slide 10 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat klopt er niet?
A
Je schedel zit vast aan je bovenste nekwervel
B
Je hebt 12 borstwervels
C
Je wervelkolom is kaarsrecht
D
Je wervelkolom kan veren zodat je hersenen niet schudden.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De langste botten zijn
A
Ribben
B
Opperarmbeen
C
Dijbeen
D
Borstbeen

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat wordt aangegeven met 2?
1
2
3
A
Wervelkolom
B
Borstbeen
C
Ribben
D
Sleutelbeen

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de woorden naar de afbeeldingen
Scheenbeen
Kuitbeen
Dijbeen
Opperarmbeen
Heupbeen
Borstbeen

Slide 21 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies


Hoe noemen we nummers 1 en 2?
1
2
A
1 = schouderblad 2 = ribben
B
1 = sleutelbeen 2 = schouderblad
C
1 = schouderblad 2 = sleutelbeen
D
1 = ribben 2 = sleutelbeen

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar bestaan een bot allemaal uit?

Slide 25 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat bevindt zich in het midden van platte beenderen
A
Bruine beenmerg
B
Gele beenmerg
C
Rode beenmerg
D
Witte beenmerg

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kraakbeen bevat bloedvaten
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Scharniergewricht

Slide 34 - Tekstslide

Scharniergewrichten, zoals de elleboog en je vinger, kunnen slechts in één richting bewegen.
Rolgewricht/elleboog.

Slide 35 - Tekstslide

De rolgewircht:  zoals de gewrichten in de onderarm, die meerdere kanten op kunnen bewegen.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kogelgewricht

Slide 37 - Tekstslide

De kogelgewricht:  zoals de schouder en heup, kunnen in (bijna) alle richtingen bewegen.


Waar/niet waar
Een gewricht is een beenverbinding
A
Waar
B
Niet waar

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk gewricht bevindt zich in de knie
A
Eigewricht
B
Kogelgewricht
C
Scharniergewricht
D
Rolgewricht

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Sleepvraag

sleep de juiste gewricht naar het juiste plaatje. 

Slide 41 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen botten van een jong of oud persoon?
A
De buitenste laag is dikker bij een oud persoon
B
Een jong persoon heeft steviger botvlies
C
De buitenste laag is dikker bij een jong persoon
D
Een jong persoon heeft meer vetweefsel in de botten

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is je het meest bijgebleven van deze les?

Slide 43 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies