*Spelling H1, vwo 3

Spelling H1
- trema
- apostrof
- accenttekens
- cedille 
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Spelling H1
- trema
- apostrof
- accenttekens
- cedille 

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Na de lessenserie kun je: 
- trema's, apostrofs, accenten, cedilles goed toepassen
- de werkwoordsvormen herkennen en toepassen 

Slide 2 - Tekstslide

Trema
Een trema gebruik je om te voorkomen dat twee klinkers in één woord samen worden uitgesproken: 
- calorieën, poriën, reünie

Daarnaast gebruik je een trema in leenwoorden: 
patiënt, fröbelen
In het Duits heet een trema een Umlaut. 

Slide 3 - Tekstslide

Apostrof
Een apostrof gebruik je in de volgende gevallen: 
- om uitspraakproblemen te voorkomen --> jury's, zebra's (maar wel jockeys)
- als weglatingsteken: 's morgens, 's-Gravenhage, Thomas' pet 
- in meervouden en afleidingen van afkortingen: cd's, sms'en 
- in verkleinwoorden die eindigen op -y : baby'tje (maar wel cowboytje) 

Slide 4 - Tekstslide

Accenten
Er zijn drie accenten. De accenten komen alleen voor op de letter -e: 
- accent aigu: café
- accent grave: carrière
- accent circonflexe: enquête 

Het accent aigu wordt soms gebruikt om de klemtoon aan te geven: 
- Dat is dé manier om het goed te doen. 
- Zij heeft geen twéé dochters, maar drie. 

Slide 5 - Tekstslide

Cedille
Een cedille vind je soms onderaan de letter -c. Het zorgt ervoor dat de letter klinkt als een -s. 
- Curaçao, reçu 

Slide 6 - Tekstslide

Welke vorm is goed?
A
buiig
B
buiïg

Slide 7 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
efficient
B
efficiënt

Slide 8 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
egoist
B
egoïst

Slide 9 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
financien
B
financiën

Slide 10 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
gearriveerd
B
geärriveerd

Slide 11 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
geirriteerd
B
geïrriteerd

Slide 12 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
gelinieerd
B
geliniëerd

Slide 13 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
knackebrod
B
knäckebröd

Slide 14 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
poezie
B
poëzie

Slide 15 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
varieren
B
variëren

Slide 16 - Quizvraag

Welke vorm is goed?
A
vergroeiing
B
vergroeïing

Slide 17 - Quizvraag