Paragraaf 1 Over de grens

De grens over
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

De grens over

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Planning
  • Lesdoel
  • Import - Export - Euro
  • Zelf aan de slag 

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoel
Na deze les kun je de voordelen en nadelen benoemen van import en export.

Slide 4 - Tekstslide



Import/Invoer

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Import en Export

Slide 8 - Tekstslide

Import
  • Import (invoer) = het kopen van producten of diensten in het buitenland

Slide 9 - Tekstslide

Welke drie producten importeren wij het meest als Nederland?

Slide 10 - Open vraag

Voordelen import
  • Consumenten kunnen voordelige producten kopen.
  • Consumenten hebben keus uit meer producten.
  • Fabrikanten kunnen eindproducten maken van grondstoffen die Nederland importeert. 


Slide 11 - Tekstslide

Grondstoffen
waar een product 
van wordt gemaakt

Slide 12 - Tekstslide

Grondstoffen
Grondstoffen zijn stoffen die uit de natuur komen, zoals:
Goud, zilver, diamanten
Tarwe, rijst, soja
Vlees, vis, garnalen
water, olie, steenkolen, aardgas

Ieder werelddeel heeft zijn eigen grondstoffen. Sommige landen hebben helemaal geen grondstoffen, maar wel kennis, kapitaal of een sterk leger.


Slide 13 - Tekstslide

Export
  • Export (uitvoer) = het verkopen van producten of diensten aan het buitenland

Slide 14 - Tekstslide

Hoe stromen goederen en geld bij import en export?
import
export
geld van Nederland naar het buitenland
geld naar Nederland vanuit het buitenland

Slide 15 - Sleepvraag

Welke drie producten worden het meest geëxporteerd.

Slide 16 - Open vraag

Als wij iets verkopen naar het buitenland noem je dat:
A
Importeren
B
Exporteren
C
internationale handel
D
verkopen

Slide 17 - Quizvraag

Bedrijven verdienen geld met export.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Export zorgt voor werkgelegenheid.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Eurozone
''Alle landen die de euro gebruiken als betaalmiddel.''

Slide 20 - Tekstslide

Eurozone
Eurozone = donker blauw

Slide 21 - Tekstslide

Noem zeven landen die met de euro betalen?

Slide 22 - Open vraag

Noem twee voordelen van het betalen met de euro in Europa.

Slide 23 - Open vraag

EU-landen in de eurozone. 19 landen hebben hun nationale munt vervangen door één gezamenlijke munt, de euro. Deze EU-landen vormen samen de "eurozone". 

Oostenrijk - België- Cyprus - Estland - Finland - Frankrijk - Duitsland - Griekenland - Ierland - Italië -
Letland - Litouwen - Luxemburg - Malta - Nederland - Portugal - Slowakije - Slovenië - Spanje

Slide 24 - Tekstslide

Voordelen EURO
  • Het is makkelijk.
  • Er zijn geen wisselkosten.

Slide 25 - Tekstslide

Lesdoel
Wat zijn de voordelen van import en wat zijn de voordelen van export?

Slide 26 - Tekstslide

Hoofdstuk 8 paragraaf 1
maken opdracht 1 tot met 11

Slide 27 - Tekstslide

einde

Slide 28 - Tekstslide