Formuleren start H5

Programma
1) Theorie Formuleren H5: de trappen van vergelijking
2) Maken opdrachten/huiswerk maken
3) Inzien toets grammatica woordsoorten/checken leesboeken
(volgende week krijg je in de les nog wat tijd om te lezen)
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Programma
1) Theorie Formuleren H5: de trappen van vergelijking
2) Maken opdrachten/huiswerk maken
3) Inzien toets grammatica woordsoorten/checken leesboeken
(volgende week krijg je in de les nog wat tijd om te lezen)

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
Je kunt de trappen van vergelijking correct gebruiken met 'als' en 'dan'.


Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Formuleren H5
De trappen van vergelijking

Er zijn 3 trappen van vergelijking:
1) De stellende trap: hard, zwaar, boos, woest
2) De vergrotende trap: harder, zwaarder, bozer, woester
3) De overtreffende trap: hardst, zwaarst, boost, meest woest

Slide 4 - Tekstslide

spelling trappen van vergelijking
  • Een woord dat op '-r' eindigt, krijgt in de vergrotende trap '-der': zwaar- zwaarder
  • Een woord dat op '-s' eindigt, krijgt in de overtreffende trap alleen een '-t'; boos -boost
  • Een woord dat op '-st' eindigt, krijgt in de overtreffende trap geen '-st' maar 'meest' ervoor; woest - meest woest
  • Er zijn ook woorden met een afwijkende vergrotende en overtreffende trap: goed, graag, veel, weinig.

Slide 5 - Tekstslide

De trappen van vergelijking:
dwaas-dwazer-...
A
dwaasts
B
dwazerst
C
dwaast

Slide 6 - Quizvraag

De trappen van vergelijking:
triest-triester-
A
triestst
B
meest triest

Slide 7 - Quizvraag

De trappen van vergelijking:
gaar-.. - gaarst
A
garer
B
gaarder

Slide 8 - Quizvraag

als of dan/ ik of mij
Je gebruikt 'als' na de stellende trap en 'dan' na de vergrotende trap.
Hij is net zo groot als ik/ Hij is groter dan ik.

Om te bepalen of je ik of mij (jij of jou, hij of hem, zij of haar, wij of ons, wij of hen/hun) gebruikt, maak je de zin langer.
Hij is net zo groot als ik. (... als ik ben.)  Hij is groter dan ik. (..dan ik ben.)
Mijn moeder vindt mijn zusje net zo lief als mij .(...als ze mij vindt.)
Mijn moeder vindt mijn zusje liever dan mij. (... dan ze mij vindt.)

Slide 9 - Tekstslide

Ik ga liever naar de film.
In deze is sprake van de..
A
stellende trap
B
vergrotende trap
C
overtreffende trap

Slide 10 - Quizvraag

Ik ga liever naar de film als/dan zij.

Als of dan
A
als
B
dan

Slide 11 - Quizvraag

Wij gaan net zo naar vaak het bos.
In deze is sprake van de..
A
stellende trap
B
vergrotende trap
C
overtreffende trap

Slide 12 - Quizvraag

Wij gaan net zo vaak naar het bos als/dan hij.
Als of dan?
A
als
B
dan

Slide 13 - Quizvraag

Hij hield niet zo veel van dansen als/dan Joost.

A
stellende trap dus 'als'
B
vergrotende trap dus 'dan'
C
stellende trap dus 'dan'
D
vergrotende trap dus 'als'

Slide 14 - Quizvraag

Hij hield meer van dansen als/dan Joost.

A
stellende trap dus 'als'
B
vergrotende trap dus 'dan'
C
stellende trap dus 'dan'
D
vergrotende trap dus 'als'

Slide 15 - Quizvraag

Als je mij vraagt wie ik liever vind, moet ik zeggen dat ik jou net zo lief vind als/dan ...


A
als
B
dan

Slide 16 - Quizvraag

Als je mij vraagt wie ik liever vind, moet ik zeggen dat ik jou net zo lief vind als hij/hem.


A
hij
B
hem
C

Slide 17 - Quizvraag

Ik vind dat jij vergeleken met je zus wel leuker reageert als/dan....


A
als
B
dan
C

Slide 18 - Quizvraag

Ik vind dat jij vergeleken met je zus wel leuker reageert dan zij/haar.


A
zij
B
haar

Slide 19 - Quizvraag

Formuleren H5- blz .152
Je kunt de theorie over de trappen van vergelijking nog eens doorlezen op blz. 152 van je boek! Of je bekijkt het filmpje bij het online lesmateriaal.

Slide 20 - Tekstslide

Maken/Huiswerk
Online opdrachten bij Formuleren H5
Wat niet af is, is huiswerk voor morgen.
Ondertussen krijg je je toets over grammatica woordsoorten ter inzage en je laat je leesboek zien.

Slide 21 - Tekstslide