Het diminutief

Het diminutief

Learning objective

1 / 12
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecondary Education

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Het diminutief

Learning objective

Lekker met z’n tweetjes met een kopje koffie en een koekje in het zonnetje


Wanneer gebruik ik een verkleinwoord?

A

als iets klein van formaat is.

B

als ik iets gezellig een lief vind.

C

als iets niet slim is.

D

als ik iets niet zo belangrijk vind.

Bildung des Diminutives: In der Regel - je huis - huisje

-tje nach Vokalauslaut oder -l, -n, -r nach langem Vokal tafel - tafeltje

-etje nach -l, -n, -r und kurzem Vokal bel - belletje

-pje nach - m und langem Vokal raam - raampje

-kje nach -ing (g fällt dann weg) woning - woninkje

Voor het ontbijt koopt hij broodjes. (Brötchen)

Ze zit lekker in het zonnetje. (Sonne)

Hat schaap ligt lekker onder het boompje te slapen. Baum

We bezitten een klein winkeltje waar we leuke dingetjes verkopen. Geschäft, Dinge

broodjes
zonnetje
boompje
winkeltje
dingetjes

Invuloefening

Der Artikel des Diminutivs ist im Sinuglar immer

A

het

B

de

C

Answer C

D

Answer D

Der Artikel ist im Plural immer

Wat is het diminutief van 'kat'?

A

katje

B

katen

C

katjes

D

katten

Wat is het diminutief van 'huis'?

A

huisje

B

huiskind

C

huishouden

D

huiskamer

Hoe maak je een diminutief?

A

Door '-tje' toe te voegen

B

Door '-ing' toe te voegen

C

Door '-en' toe te voegen

D

Door '-je' toe te voegen

Invuloefening

Ik wil graag een plakjekaas. (Scheibe)

plakje
  1. Bingo:

Zoek alle verkleinwoorden van pagina 8 t/m 10 en schrijf er vijf op.


  1. Herman van Veen (pagina 12)