2.6 & 2.7 Rome verovert Italië en stichten een imperium

Hoofdstuk 2 - De Grieks-Romeinse wereld
Periode: oudheid, tijd: 3000 v.C. - 500 n.C.
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2 - De Grieks-Romeinse wereld
Periode: oudheid, tijd: 3000 v.C. - 500 n.C.

Slide 1 - Tekstslide

Kenmerkende Aspecten 
  • (4) De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaten. 
  • (5) De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
  • (6) De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
  • (7) De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa. 
  • (8) De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten. 
  • (19) Het veranderende wereldbeeld van de Renaissance en het begin van nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
  • (20) Hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de Klassieke Oudheid
  • (4) De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaten.
  • (5) De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
  • (6) De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
  • (7) De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa.
  • (8) De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.
  • (19) Het veranderende wereldbeeld van de Renaissance en het begin van nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
  • (20) Hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de Klassieke Oudheid
Kenmerkende Aspecten 

Slide 2 - Tekstslide

2.6 Rome verovert heel Italië

Slide 3 - Tekstslide

Kenmerkend aspect 
(6) De groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Rome onder de Etrusken
  • Eerste grote beschaving op Italiaanse grond. 
  • Rond 800 v.Chr.: veroveren Noord- en Midden-Italië
  • Veroveren ook Rome. 
  • Rome: vooral landbouw
    >> dankzij Etrusken: handel. 
  • Rond 500 v.Chr.: opstand van enkele steden (o.a. Rome) >> vechten zich vrij.
  • Vanaf dan: uitbreiding van de Romeinen.

Slide 6 - Tekstslide

Rome wordt een Republiek
Republiek = regeringsvorm waarin telkens na verloop van tijd een nieuwe bestuurder wordt gekozen.
Consuls:
  • Iedere 2 jaar nieuwe consuls.
  • Bij oorlog: beiden aanvoerder van een deel van het leger.

Slide 7 - Tekstslide

Rome wordt een Republiek
Senaat:
  • Raad van ouderen (vroeger bestuurders).
  • Geven raad/advies
Volksvergadering:
  • Romeinse mannen (alleen rijken)
  • Weinig invloed.

Slide 8 - Tekstslide

REPUBLIEK
VETO
CONSUL
SENAAT
Land dat bestuurd wordt door een of meer gekozen leiders
Belangrijkste bestuurder en legeraanvoerder in de Romeinse Republiek
Recht om een beslissing tegen te houden
Groep Romeinse bestuurders. Leden kwamen uit rijke Romeinse families

Slide 9 - Sleepvraag

Bekijk de afbeelding. Beantwoord de volgende vraag aan de hand van de afbeelding: ‘’ In hoeverre zou je Rome in de tijd van het Romeinse Rijk een echte republiek kunnen noemen? ‘’ Gebruik in je antwoord de letterlijke betekenis van het woord Republiek.

Slide 10 - Open vraag

2.7 De Romeinen stichten een imperium

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Romeins imperium
Imperium = groot rijk met verschillende volken

Redenen voor verovering: verschilden per plek
  • Bondgenoten aangevallen
  • Bevolking van een bepaald gebied bracht de handel / veiligheid van de Romeinen in gevaar.
  • Gewoon om meer grond in handen te krijgen.
  • Vergilius stelde dat het was omdat ze de taak hadden in de wereld een rechtvaardig bestuur te brengen.

Slide 13 - Tekstslide

Bekijk de bron.

De Middellandse Zee werd door de Romeinen
ook wel ''Mare Nostrum" (onze zee) genoemd.

Leg met behulp van de bron uit hoe
de Romeinen tot deze uitspraak kwamen.

Slide 14 - Open vraag

Gevolgen van de veroveringen
  1. Romeinse Rijk werd in provincies verdeeld
    >> Romeinse troepen gelegerd
    >> Romeins bestuur + gouverneur
    >> belasting betalen.

  2. De Senaat werd het machtigst
    >> bestuur groot rijk ingewikkeld: senatoren hadden ervaring met bestuur in deze gebieden >> hun advies werd daardoor bijna altijd opgevolgd.

Slide 15 - Tekstslide

Gevolgen van de veroveringen
3. De invloed van de Griekse cultuur werd sterker
>> Romeinen hadden veel van de Grieken overgenomen >> Verspreiding

4. Het aantal proletariërs groeit
Boeren dienden meestal in het leger >> ver van huis >> raakten daardoor hun bedrijf kwijt. 
>> Achtergebleven familieleden konden werk op de boerderij niet aan >> groei armen.
Proletariër = iemand die alleen kinderen bezit. 

Slide 16 - Tekstslide

Gevolgen van de veroveringen
5. Aantal rijke mensen groeit 
>> sommigen profiteren van rooftochten en groeiende handel. 
>> anderen profiteren van belastinginning: teveel laten betalen en in eigen zak steken.

6. Veel slaven werden buitgemaakt
>> Door veroveringen
>> Als vee behandeld -> Opstanden.

Slide 17 - Tekstslide

Gevolgen van de veroveringen
7. Romeinse leger werd minder sterk 
>> Romeinse soldaten: eigen uitrusting + wapens betalen. 
>> stijging proletariërs, die konden dit niet.
= minder soldaten.

Slide 18 - Tekstslide

Huiswerk: 
§2.6 Rome verovert heel Italië
Opdrachten 1 t/m 3
§2.7 De Romeinen stichten een imperium
Opdrachten 1 t/m 3

Slide 19 - Tekstslide