THeaterVormgevingsmiddelen

Theatervormgeving
Doel: Kennismaken met hoe je met Enscenering de boodschap van je monoloog kunt versterken. 


30 % Enscenering - 70 % spel
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3,4

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Theatervormgeving
Doel: Kennismaken met hoe je met Enscenering de boodschap van je monoloog kunt versterken. 


30 % Enscenering - 70 % spel

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vormgeving = de keuzes die de regisseur heeft genomen hoe hij zijn verhaal weergeeft. 

Daaronder vallen twee begrippen: 
spel en enscenering.
Op examens staan theatermiddelen 
= vormgeving (van drama) dus spel en enscenering.





Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spel = alles wat de acteurs doen

a. lichaam (hoe mimiek in zijn gezicht, betekenis in zijn lichaamshouding).

b. stem (wat doe die met volume, timing, heeft de acteur een accent).




Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

c. speelstijl de kenmerkende manier van spelen door een acteur


d. mis-én-scène het gebruik van de ruimte door de acteurs 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


- non-verbale uitingsmogelijkheden: (mimiek, gebaren, houding)

- verbale uitingsmogelijkheden (taalgebruik, stemgebruik)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Enscenering = alles wat in het toneel beeld te zien is 


locatie
decor
kap-grime, 
kostuums
rekwisieten
attributen
licht, 
geluid, 
muziek



Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beschrijving van bijvoorbeeld van de Mise-en-scène:

Hoe spelers bewegen over het speelvlak 

de “choreografie” van een toneelstuk.
Letterlijk beschrijven en GEEN invulling geven:
dus alles benoem je wat er gebeurd en wat je ziet.



Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Manieren van verwijzen naar werkelijkheid zijn:

Nabootsing
Typering
Omkering
Oefensituatie
Metafoor
Vrije verbeelding

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Oefening 1.

Analyseer voor je zelf en schrijf op over de volgende monoloog.  
Hoe is spel en enscenering gebruikt?
......................................................................



Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Oefening 2.

Analyseer voor je zelf en schrijf het op over de volgende monoloog. Hoe spel en enscenering is gebruikt.

......................................................................



Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Beeld en Muziek
Krachtige middelen om met metaforen te werken.
Want metaforen zie je voor je (beeld) en voel je (muziek)


Slide 14 - Tekstslide

Metaforen zie je voor je en voel je

Het grote voordeel van het gebruiken van metaforen is in de eerste plaats dat je abstracte informatie kan verduidelijken. Door een zekere abstracte ontwikkeling  te vergelijken met iets concreets, wordt het een stuk duidelijker:
Met een rake metafoor of vergelijking roep je bij het publiek beelden op uit zijn of haar eigen breinfotoalbum met herinneringen, associaties en dromen. Zo help je de kijker in een flits zien en begrijpen wat je bedoelt.  - Universele associaties. (gedeelde menselijkheid)

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat zie je? Beschrijf theatervormgeving
Welke boodschap wordt uitvergroot door de theatervormgeving?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

I see the pain hidden in your pride
I see you're not satisfied
And I don't see nobody else
I see myself, I'm looking at the
Mirror on the wall (woo), here we are again (yeah)
Through my rise and fall (uh)
You've been my only friend (yeah)
You told me that they can understand the man I am
So why are we here talkin' to each other again?
I see the pain hidden in your pride
I see you're not satisfied
And I don't see nobody else
I see myself, I'm looking at the
Mirror on the wall (woo), here we are again (yeah)
Through my rise and fall (uh)
You've been my only friend (yeah)
You told me that they can understand the man I am
So why are we here talkin' to each other again?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

I see the pain hidden in your pride
I see you're not satisfied
And I don't see nobody else
I see myself, I'm looking at the
Mirror on the wall (woo), here we are again (yeah)
Through my rise and fall (uh)
You've been my only friend (yeah)
You told me that they can understand the man I am
So why are we here talkin' to each other again?
I see the pain hidden in your pride
I see you're not satisfied
And I don't see nobody else
I see myself, I'm looking at the
Mirror on the wall (woo), here we are again (yeah)
Through my rise and fall (uh)
You've been my only friend (yeah)
You told me that they can understand the man I am
So why are we here talkin' to each other again?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meta= Over / phora= Dracht
De overdracht van de betekenis van het verbeelde beeld naar het object.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Metafoor
Liefde is een slagveld

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Metafoor
Liefde is een slagveld
  Object                                                Beeld


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Metafoor
Liefde is een slagveld
  Object                                                Beeld
De overeenkomst noem je de grondgedachte:

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Metafoor
Liefde is een slagveld
  Object                                                Beeld
Het verschil noem je de spanning: Liefde is, intiem en fijn, en een slagveld is een massaal gewelddadige actie.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lil wayne : Mirror
Muziek en tekst: Eenzaam
Beeld: Agressie
Pijn die van binnen zit laten zien
Metafoor:  Iemand een spiegel voorhouden, De littekens van het leven, Jezelf kwijt zijn, je woede inslikken, bloed aan je handen hebben, je frustratie opstapelen, een anker meedragen, een molensteen om je nek, elk huisje heeft zijn kruisje.

Slide 24 - Tekstslide

Met een metafoor leg je een verbinding tussen twee dingen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Het verschil tussen een metafoor en een gewone vergelijking is het woordje ‘als’. Dat ontbreekt in een metafoor.
Met metaforen kun je ingewikkelde of onbekende zaken duidelijk maken, doordat je die in verband brengt met wat het publiek al kent.

Wat zie je?

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide


    Toepasselijk: wat wordt er belicht door de metafoor? Begrijpt de doelgroep de vergelijking? Klopt dat met je intentie of worden er ook ongewenste connotaties mee opgeroepen?
    Beeldend: welk beeld wordt er opgeroepen? Welke gevoelens horen daarbij?
    Aanspreekbaar: is de metafoor mooi of origineel? Of is hij vreselijk cliché?
Welke grondgedachte zit er in deze metafoor? en welke spanning?
"Words like knives"

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Plaats hier je eigen quote uit een songtekst met een metafoor. (grondgedachte + spanning)
benoem de artiest.
timer
8:00

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Als de muziek bij een karakter zou passen. Welk thema worstelt dit karakter dan mee?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke energie / emotie probeert dit nummer over te dragen op het karakter van Badman?

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Batman is niet alleen een held
hij is ook een donker en onrustig karakter.

Danny Elfman - Gustav Holst - John Williams - Rachel Portman - Ann Dudley - Guðnadóttir

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoek bij je eigen karakter
metaforen, die terug te vinden zijn in de monoloog (verschil begin en einde)

Muziek die de tegenstelling in zijn of haar karakter versterkt

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem een functie van theater.

Slide 34 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Eindopdracht: 
Reflectie

SCE4 praktijk
Periode 4.01 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden 
 
performances

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Marina Abramović
 - MoMA 2010

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Boukje Schweigman
- Blaas

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 40 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Eindopdracht: Reflectie 
SCE4 praktijk

Individueel praktijkopdracht:  
- maak een performance van 5 minuten
zorg dat er samenspel terug kom door 
de klas/publiek te betrekken of een klasgenoot te vragen
- onderwerp: reflectie
laat hem zien aan de docent en de klas/publiek
- pas functioneel spelgegevens, theatrale middelen toe. Kies een theatervorm en een functie voor de performance. Denk aan de theorie.


1) samenspel
2) theatrale middelen
3) verschillende theatervormen
4) theater en maatschappij

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies