10.5 Titraties

10.5 Titraties
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

10.5 Titraties

Slide 1 - Tekstslide

Doelen
Je kunt uitleggen hoe je een titratie moet uitvoeren.

Je kunt met een titratie de concentratie van een zure of een basische oplossing berekenen.

Slide 2 - Tekstslide

Ontzuren
Als je een basische stof aan een zure stof toevoegd, noem je dat ontzuren. Je brengt de pH van een lage waarde hoger door er een stof met een hogere pH aan toe te voegen. 


Slide 3 - Tekstslide

Neutraliseren
Een zure oplossing kun je neutraal maken door er een basische stof aan toe te voegen tot de pH 7 wordt. 

Dat punt noem je het omslagpunt.

Slide 4 - Tekstslide

Omslagpunt
Bij elke indicator is er een ander omslagpunt.

Zoek dit op in de tabel in de Binas.

Slide 5 - Tekstslide

Titratie

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Pipetteren
Voor je gaat titreren ga je eerst met de pipet een bepaalde hoeveelheid vloeistof in een erlenmeyer overbrengen. 

Je wilt namelijk precies weten hoeveel beginstof je hebt. Anders kun je er niet mee rekenen. 

Slide 8 - Tekstslide

Omslagpunt door titratie
Het omslagpunt kun je zichtbaar maken. Je doet dit door een indicator voor een basische stof aan een zuur toe te voegen. 

Je ziet dus eerst niets aan de stof. Maar op het punt dat de zure stof in een base gaat veranderen , geeft de indicator een kleur verandering. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Slide 11 - Tekstslide

Titreren
Je ziet dus dat je bij titreren nauwkeurig de begin en de eindstand van de base af moet lezen. Je moet natuurlijk weten hoeveel base je bij het zuur hebt gevoegd. 

Als je de eindstand van de beginstand aftrekt heb je de hoeveelheid base die je hebt gebruikt. Hiermee kun je de concentratie uitrekenen. 

Slide 12 - Tekstslide

Concentratie berekenen
Hebben hier een begin mee gemaakt, vorige les!

Slide 13 - Tekstslide

Het begrip: mol


Wat betekende dit ook alweer?

Slide 14 - Tekstslide

Het begrip: mol

Lastige versie:

1 mol bevat 6,022 × 1023 deeltjes.


Slide 15 - Tekstslide

Aan de slag
LEES 10.5 en MAAK de opdrachten


Slide 16 - Tekstslide