Hoofdstuk 4
Persoonlijke verzorging deel 1.
Binnen = beginnen
Startopdracht: maak de losse startopdracht
Hoofdstuk 4
Persoonlijke verzorging deel 1.
Binnen = beginnen
Startopdracht: maak de losse startopdracht
Doelstellingen van de vorige lessen:
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
welke vaardigheden horen bij goed communiceren:
verbale en non-verbale communicatie;
actief luisteren;
luisteren, samenvatten, doorvragen;
open en gesloten vragen.
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
welke vaardigheden horen bij een goede beroepshouding:
respect tonen;
normen en waarden accepteren;
empathie tonen;
afstand en nabijheid bieden;
eigen grenzen bewaken;
feedback geven
Doelstellingen
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
waarom hygiënisch werken belangrijk is;
welke activiteiten horen bij persoonlijke verzorging:
welke activiteiten horen bij persoonlijke verzorging:
hulp bij het wassen;
hulp bij het aan- en uitkleden;
Lees de inleiding (blz. 73)
Inleiding
ADL = Algemene dagelijkse levensverrichtingen
Haarverzorging
Aan- en uitkleden
Mondverzorging
Wassen
Eten en drinken
Naar toilet gaan
Persoonlijke verzorging
Persoonlijke verzorging is alles wat je je doet om je lichaam goed te verzorgen.
Hygiëne
Alles wat je doet om ervoor te zorgen dat jezelf en je omgeving schoon is en blijft.
Hygiënisch werken zorgt voor een schone omgeving en schoon lichaam.
Weinig bacteriën geven ook minder risico op besmetting.
Handhygiëne
Handen wassen
Handen desinfecteren
Handen verzorgen
Hulp bij het wassen
Volgens afspraken in het zorgleefplan
Wassen met water, waskom, zeep, handdoeken
Verzorgend wassen
Naar wensen en
behoeften vragen
Hulp bij het aan en uitkleden
Aandachtspunten baby:
Werk veilig; laat de baby niet alleen.
Leg alle spullen vooraf klaar.
Aandachtspunten volwassenen:
Gebruik hulpmiddelen
Stimuleer zelfredzaamheid.
Hulp bij steunkousen / therapeutische kousen
Wat is dit ? Waar zijn ze voor?
Hulp bij steunkousen / therapeutische kousen
Ondersteuning van spataderen
Ondersteunen van bloedvaten in voeten en benen
Tegengaan van ophoping vocht
Om ze aan te doen zijn er
verschillende hulpmiddelen
Opdracht 4.04 (blz. 78)
Opdracht 4.06 (blz. 82)
Aan het werk theorie:
Lezen + maken blz. 73 t/m 87 (opdracht 4.01 t/m 4.10) + begrippenlijst
Klaar? Ga verder met de praktijkopdracht op blz. 255
Aan het werk praktijk:
4.01 hygiënisch werken (blz 256 - 257)
4.02 handen wassen (blz 258 - 259)
4.03 Stimuleren van zelfredzaamheid (blz 260)
4.04 Wassen van het gezicht, hals en handen (blz 261-263)
4.05 Wassen van een baby in bad (blz 264 - 266)
4.06 Aan en uitkleden van een pyjamajas (blz 267 - 269)
4.07 De baby aankleden (270-272)
4.10 Eten en drinken geven (blz 281 - 283)
4.12 De baby een schone luier geven (blz 287- 289)
4. 13 Hoe verliep deze praktijkopdracht (blz 291-292)
Hoofdstuk 4
Persoonlijke verzorging deel 2.
Binnen = beginnen
Startopdracht: maak de losse startopdracht
Klaar? Maak de begrippenlijst hoofdstuk 4
Doelstellingen van de vorige lessen:
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
waarom hygiënisch werken belangrijk is;
welke activiteiten horen bij persoonlijke verzorging:
hulp bij het wassen;
hulp bij het aan- en uitkleden;
Alles wat je doet om ervoor te zorgen dat jezelf en je omgeving schoon is en blijft.
Hygiënisch werken zorgt voor een schone omgeving en schoon lichaam.
Weinig bacteriën geven ook minder risico op besmetting.
Handhygiëne
Hoeveel bacteriën bevat jouw drinkfles???
Hygiëne
Handen wassen
Handen desinfecteren
Handen verzorgen
Doelstellingen
Aan het eind van dit hoofdstuk weet je:
welke activiteiten horen bij persoonlijke verzorging:
hulp bij haarverzorging;
hulp bij mondverzorging;
hulp bij het eten en drinken
hulp bij naar het toilet gaan en gebruik van incontinentiemateriaal;
waarom het stimuleren van de zelfredzaamheid belangrijk is;
welke (zorgtechnologische) hulpmiddelen er zijn en hoe je deze gebruikt.
Hulp bij haarverzorging
Haren wassen
Haren kammen
Haren en hoofdhuid verzorgen
Hulp bij de mondverzorging
Goede mondgezondheid is belangrijk voor het gebit en voor het hele lichaam.
Cariës = gaatjes in de tanden die ontstaan doordat tandplak op de tanden aanwezig is.
Implantaat = een kunstwortel waarop een kunsttand is geschroefd
Hulp bij eten en drinken
Flesvoeding baby;
Hou je aan voedingstijden.
Zorg dat de voeding niet te heet is.'
Voeding peuter of kleuter;
Zorg voor gezonde voeding.
Hou je aan eetgewoontes van het gezin.
Voeding volwassene;
Maak gebruik van hulpmiddelen.
Stimuleer zelfredzaamheid.
Hulp bij naar toilet gaan
Incontinentie = ...............................................
Zindelijk = .........................................................
Gebruik maken van incontinentiematerialen
Schrale billen voorkomen door tijdig verschonen van incontinentiemateriaal/ luier.
Hulp bij naar toilet gaan
Incontinentie = je urine (plas) en/of ontlasting (poep) niet meer kunnen ophouden.
Zindelijk = als de peuter/ kleuter gebruik maakt van het toilet in plaats van zijn plas of ontlasting in een luier te doen.
Gebruik maken van incontinentiematerialen
Schrale billen voorkomen door tijdig verschonen van incontinentiemateriaal/ luier.
Zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid
Eigen regie
Onafhankelijk
Baas over eigen leven
Eigenwaarde
Vergrijzing
Steeds meer ouderen.
Ouderen leven steeds langer.
Hulpmiddelen
Aan het werk theorie:
Lezen + maken blz. 73 t/m 102 (opdracht 4.01 t/m 4.18)
Klaar? Ga verder met de praktijkopdracht op blz. 255
Aan het werk praktijk:
4.01 hygiënisch werken (blz 256 - 257)
4.02 handen wassen (blz 258 - 259)
4.03 Stimuleren van zelfredzaamheid (blz 260)
4.04 Wassen van het gezicht, hals en handen (blz 261-263)
4.05 Wassen van een baby in bad (blz 264 - 266)
4.06 Aan en uitkleden van een pyjamajas (blz 267 - 269)
4.07 De baby aankleden (270-272)
4.10 Eten en drinken geven (blz 281 - 283)
4.12 De baby een schone luier geven (blz 287- 289)
4. 13 Hoe verliep deze praktijkopdracht (blz 291-292)
minute
second