4EW: T3 Internationale handel - L2: Wat zijn de gevolgen van handelsbelemmeringen

Level 2: De gevolgen van handelsbelemmeringen

p. 19

1 / 40
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieSecundair onderwijs

In deze les zitten 40 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 200 min

Onderdelen in deze les

Level 2: De gevolgen van handelsbelemmeringen

p. 19

Cartoon: Amerika en China

De cartoon illustreert de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China.


Beide landen leggen elkaar invoertarieven op.

p. 19

Leerdoel van deze les

Aan het einde kun je:


  • uitleggen wat de handelsbalans van een land is

  • bepalen op die handelsbalans positief is of negatief.


  • de types van globaliseren herkennen en zelf voorbeelden geven



Handelsbalans

p. 20

Handelsbalans

p. 20

= een cijfermatig overzicht van de in- en uitvoer van een land.

Meer invoer dan uitvoer, dan een negatieve handelsbalans.

  • uitvoer < invoer --> negatieve balans

  • waarde verkopen < waarde aankopen (negatief saldo)




Meer uitvoer dan invoer, dan een positieve handelsbalans.

  • uitvoer > invoer --> positieve balans

  • waarde verkopen > waarde aankopen (positief saldo)


--> berekening handelsbalans = uitvoer - invoer

Handelsbalans - 2025

p. 20 + extra blaadje



Is er sprake van een positieve of negatieve handelsbalans?

  • de uitvoer is groter dan de invoer

  • uitvoer (geld ontvangen) > invoer (geld betalen)

  • -> een positieve handelsbalans

  • We ontvangen meer geld uit het buitenland dan dat wij uitgeven aan het buitenland




Handelsbalans - good to know

p. 20-21

De uitvoer bestaat voor +- 60% uit intermediaire goederen.






Wat betekent het begrip ‘intermediaire goederen’?

Dat zijn half afgewerkte goederen die een of meerdere industriële transformaties hebben ondergaan maar die nog in afgewerkte goederen moeten worden omgezet.





Handelsbalans - Oefening

Aan de slag! Individueel


extra blaadje


Totale uitvoer: Totale invoer:

  • 218 miljard euro 266 miljard euro


Handelsbalans:

  • Uitvoer - invoer = 218 - 266 = -48 miljard euro


Positieve of negatieve handelsbalans?

  • Er is een negatieve handelsbalans (handelstekort) omdat de totale invoer (266 miljard euro) groter is dan de totale uitvoer (218 miljard euro). Het land importeert dus meer goederen dan het exporteert.




Vraag 1-4

Klaar? vraag 5 (Uitbreiding)

Handelsbalans - Oefening



extra blaadje

Wat zou er kunnen gebeuren met onze handelsbalans als andere landen invoerheffingen op Belgische producten invoeren?

  • Als andere landen invoerheffingen invoeren op Belgische producten, worden Belgische goederen duurder in het buitenland.


  • Daardoor kan de vraag naar Belgische producten dalen en zal de uitvoer verminderen.


  • Als de uitvoer daalt terwijl de invoer gelijk blijft, kan de handelsbalans verslechteren en kan een handelsoverschot veranderen in een handelstekort of een groter handelstekort ontstaan.



Leerdoel van deze les

Les 12/03



Leerdoel van deze les

Aan het einde kun je:


  • uitleggen welke soorten globalisering er zijn (met een voorbeeld)

  • herkennen welk type globalisering in een situatie voorkomt

  • importquote, exportquote en dekkingscoëfficiënt berekenen

  • bepalen of een land een handelsoverschot of handelstekort heeft aan de hand van de dekkingscoëfficiënt



Hoe open is de Belgische economie?



Voorbeelden van buitenlandse invloeden in eigen leefwereld



Globalisering

p. 21

Globalisering is een proces van internationale samenhang en verwevenheid op:

  • economisch,

  • sociocultureel,

  • institutioneel en

  • technologisch vlak.


Doorheen dat proces vinden er steeds meer contacten plaats over de grenzen heen zowel tussen mensen, ondernemingen als organisaties.


Globalisering

p. 21-22

Duid het type globalisering aan bij de krantenkoppen. (p.22)


1: economische globalisering

2: socioculturele globalisering

3: politieke globalisering

4: technologische globalisering


Globalisering

p. 23

Geef zelf eigen voorbeelden van types globalisering


1: economische globalisering

2: socioculturele globalisering

3: politieke globalisering

4: technologische globalisering


Klaar? Geef een voorbeeld dat bij meerdere types valt.


België heeft een open economie

p. 23

Open economie =

veel handel met het buitenland

omdat:

  • weinig tot geen handelsbelemmeringen


België heeft een open economie

p. 23

Globalisering versus internationalisering

Internationalisering: Bij internationalisering ontwikkelen bedrijven producten die aan de eisen van klanten uit verschillende landen voldoen. Sommige bedrijven gaan ook in verschillende landen filialen of dochterondernemingen openen om zo op een groter gebied in te spelen.


Globalisering: Globalisering is een gevolg van die internationalisering. Het is de wederzijdse afhankelijkheid van de landen over de hele wereld. Globalisering is mogelijk door vrijhandel en het wegnemen van handelsbarrières. De verwevenheid is zowel te zien op het vlak van economie als van technologie, cultuur, politiek ...

Globaliseringsindex

p. 23-24

Lees de tekst (p.24) en beantwoord de vragen.


a Welke factoren bepalen de plaats in de globaliseringsindex?

handelsstromen, kapitaalbewegingen, technologie, arbeidsmigratie en culturele integratie


b Voordelen:

1) buitenlandse investeringen aan te trekken

2) heel wat grote multinationals hier een vestiging, met jobcreatie tot gevolg.

Nadelen:

1) afhankelijker van internationale bewegingen




Leerdoel van deze les

Lessen 19/03



Leerdoel van deze les

Aan het einde kun je:


  • de verschillende types handelsbelemmeringen uitleggen.

  • een actueel voorbeeld van een handelsbelemmering herkennen en toelichten.

  • de importquote, exportquote en dekkingscoëfficiënt berekenen

  • bepalen of een land een handelsoverschot of handelstekort heeft aan de hand van de dekkingscoëfficiënt



Protectionisme of vrijhandel?

Vorige les:


Fase1: in duo: ga naar iDiddit, bestudeer de ontdekplaat voor jouw maatregel

  • Vul het werkblad aan

  • zoek een actueel voorbeeld


Fase 2: duo's splitsen op -> 2 groepen van 5, waarbij elk een andere maatregel heeft.

Jullie leggen aan elkaar uit wat de maatregel is, en geven een voorbeeld.













p. 28

Protectionisme of vrijhandel?

Protectionistische maatregelen


  • invoerrechten

  • exportsubsidies

  • quotum (invoerquota) / invoercontingent

  • kwaliteitseisen

  • embargo













p. 28/33

} = tarifaire maatregelen

} = non-tarifaire maatregelen

Hoe meet je het belang van buitenlandse handel voor een land?

BBP

Hoe meet je het belang van buitenlandse handel voor een land?

Invoer en uitvoer: 2 concepten


  • nationaal concept: geen rekening houden met waarde van doorvoer


  • communautaire concept: wel rekening houden met waarde van doorvoer

Hoe meet je het belang van buitenlandse handel voor een land?


exportquote (x) = export (X) / BBP * 100

importquote (m) = import (IM) / BBP * 100

Hoe meet je het belang van buitenlandse handel voor een land?

  1. Vul de tekst aan:


Voor elke 100,00 euro die in België in 2023 werd geproduceerd, was 62,3 euro afkomstig uit de invoer of import en 61,5 euro bestemd voor de uitvoer of export.


  1. Is de verhouding tussen de in- en uitvoer in 2023 gunstig of ongunstig? Leg uit.


IM > X: ongunstig want er komt minder geld België binnen uit de uitvoer dan er weggaat door de invoer. Je ziet dat ook aan de negatieve handelsbalans.

Wat is een dekkingscoëfficiënt?

De dekkingscoëfficiënt vergelijkt de waarde van export en import.


= een andere manier om de handelsbalans te berekenen




Handelsbalans = export - import

positief bedrag = positieve balans (export groter)

negatief bedrag = negatieve balans (import groter)


Dekkingscoëfficiënt = export / import *100

Hoe meet je het belang van buitenlandse handel voor een land?

  1. Bereken in de laatste kolom van tabel 1 de dekkingscoëfficiënt.









Doe hetzelfde voor de cijfers van 2025 op het werkblaadje van vorige week

Werkblaadje 2025:

343.121/337.347*100 = 101,71

Hoe meet je het belang van buitenlandse handel voor een land?

  1. Vul de tekst aan.


Wanneer de dekkingscoëfficiënt groter is dan 100, dan is de waarde van de uitvoer groter dan de waarde van de invoer.

Wanneer de dekkingscoëfficiënt kleiner is dan 100, dan is de waarde van de uitvoer kleiner dan de waarde van de invoer.

Met andere woorden, een dekkingscoëfficiënt die groter is dan 100 is gunstig voor een land,

een dekkingscoëfficiënt kleiner dan 100 is ongunstig voor een land.

--> Link handelsbalans?








Leerdoel van deze les

Aan het einde kun je:


  • het verschil uitleggen tussen outsourcing en offshoring.

  • op basis van een grafiek de loonkosten van België vergelijken met die van andere Europese landen.

  • uitleggen waarom bedrijven die veel arbeid nodig hebben ervoor kiezen om hun activiteiten naar het buitenland te verplaatsen



Outsourcing en offshoring

p. 28

Is arbeid in België duur?










p. 31

Protectionisme of vrijhandel?

  1. Lees de tekst


a. Welke voordelen van vrijhandel staan er in de tekst?

België kan over producten beschikken die in het eigen land niet aanwezig zijn.

België verwerft extra inkomens en creëert werkgelegenheid door export.


b. Waarom zou een land maatregelen zoals protectionisme willen treffen?

om de eigen markt te beschermen


c. Markeer de protectionistische maatregelen in het groen.









p. 26-27

Protectionisme of vrijhandel?

  1. Wat betekent ‘invoercontingent of invoerquota’?

Dat is de maximumhoeveelheid van een product die gedurende een bepaalde periode mag worden ingevoerd.











p. 26-27

Waarom protectionisme?

Sommige sectoren kunnen niet concurreren met goedkope import. Overheden beschermen deze sectoren met maatregelen als invoerheffingen.

Outsourcing vs offshoring

Verplaatsen van bedrijfsactiviteiten naar het buitenland om kosten te besparen.

Offshoring

Uitbesteding van activiteiten aan externe bedrijven, vaak in eigen land.

Outsourcing

Delokalisatie: nog een stap verder

Delokalisatie is het overhevelen van productie naar het buitenland maar binnen dezelfde onderneming. Vaak om kosten te drukken.

Loonkosten in België

België behoort tot de duurste landen qua arbeidskosten, vooral vergeleken met Zuid- en Oost-Europa.

Hoge loonkosten

Ondernemingen kunnen ervoor kiezen te verhuizen naar landen met lagere loonkosten.

Gevolgen

Gevolgen voor de Belgische economie

Protectionisme kan banen redden, maar ook handelspartners tot tegenmaatregelen aanzetten, wat negatieve gevolgen heeft voor de economie.

Terugblik: bescherming of openheid?

Wat denk jij? Is het beter om de eigen economie te beschermen, of om zo open mogelijk handel te drijven? Argumenteer je mening.