Les 4. Segmentale reflexwegen, bindweefselzones, (contra-)indicaties

Reflexwegen, bindweefselzones, (contra-)indicaties
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
SchoonheidsverzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Reflexwegen, bindweefselzones, (contra-)indicaties

Slide 1 - Tekstslide

Onderwerpen:
- Segmentale reflexwegen: hoofdstuk 11
- Bindweefselzones: hoofdstuk 13
- Indicatie/ contra-indicatie: hoofdstuk 14
Inhoud
Terugblik: neuro-anatomie en neurofysiologie

Nieuwe stof: 
  • Segmentale reflexwegen
  • Bindweefselzones
  • Indicaties en contra-indicaties
Opdrachten
Evaluatie


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelstelling
  • Je kunt de 3 kiembladen benoemen en een koppeling maken met de onderliggende delen.
  • Je weet hoe een huid- en bindweefselzone ontstaat en kan deze herkennen.
  • Je kent de indicaties en contra-indicaties.

Slide 3 - Tekstslide

De student bedenkt een eigen doelstelling
Hormonale beïnvloeding
Hormonale beïnvloeding van het bindweefsel

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Activatie van hypothalamus
Door stress signaal voor actie: 
elders wordt het lichaam aangezet om hormonen te maken:
- productie van adrenaline (bijniermerg)
- productie van cortisol (bijnierschors)

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Adrenaline en cortisol
Beide hormonen zorgen o.a. voor verhoogde glucosegehalte om aan de actie te voldoen.

Bij langdurige stress komt er hierdoor een tekort aan bouwstoffen voor cellen en weefsels; 
bindweefsel verzwakt.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk orgaan zorgt voor een indirecte productie van adrenaline en cortisol?
A
Hypofyse
B
Bijniermerg
C
Hypothalamus

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk orgaan / klier produceert hormoon cortisol?
A
Bijniermerg
B
Bijnierschors
C
Nieren

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarvoor zorgt adrenaline?
A
Je hartslag gaat langzamer
B
Je pupillen worden groot
C
Je krijgt het koud
D
Je wordt slaperig

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als het lichaam in alarmfase is heeft het energie nodig. In welke toestand is het weefsel op dat moment?
A
Anabole toestand
B
Katabole toestand
C
Trofotroop

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Door langdurige stress kan het herstelvermogen verminderd zijn. Welke fase is dit?
A
herstelfase
B
alarmfase
C
aanpassingsfase
D
uitputtingsfase

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Forms opdracht


Herhaling lesstof: Zenuwstelsel

https://forms.cloud.microsoft/e/Wvwy9gN3wk?origin=lprLink

Slide 12 - Tekstslide

https://forms.cloud.microsoft/e/Wvwy9gN3wk?origin=lprLink

3 kiembladen
Tijdens embryonale fase (3e-4e week) ontstaan eerst kiembladen.

Ectoderm
- buitenste kiemblad

Mesoderm - middelste kiemblad

Endoderm - binnenste kiemblad
t

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De drie kiembladen
Ectoderm vormt de opperhuid:
(haren - nagels - klieren - zenuwstelsel - zintuigen)

Mesoderm vormt het bindweefsel:
(skelet - spieren - hartspier)

Endoderm vormt overig:
(darmkanaal - luchtwegen - bloedvaten)

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontwikkeling vanuit de kiembladen 
Vanuit het ectoderm ontstaat de neurale buis: hieruit ontwikkelt het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) van een ongeboren kind.

Daarna ontwikkelen zich duidelijke segmenten (banen) waarbinnen een verbinding ontstaat tussen huid, organen, klieren, spieren met het zenuwstelsel.
<u><i>Neurale buis</i></u> = voorloper op zenuwstelsel. In deze buis ontstaan insnoeringen = segmentering/ segmenten. Hier ontstaan verbindingen tussen het zenuwstelsel en de huid, spieren, klieren, skelet en organen

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Segmenten in kaart
Ieder segment is verbonden met een specifiek eigen huidgebied, spieren, bloedvaten kapsels e.d. 
  1. Dermatoom: het huidgebied met onderhuidsbindweefsel dat bij een bepaald segment hoort.
  2. Myotoom: de spieren met bindweefsel dat bij een bepaald segment hoort.
Bij een storing in een orgaan kunnen verschillende segmenten hyperactief worden. Dit herken je tijdens je behandeling.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Segmentale reflexwegen

Slide 17 - Tekstslide

Door de groei van segmenten (onderdelen) kunnen klachten van het orgaan doorlopen in het betreffende lichaamsdeel. Bv hartklachten kun je voelen in je linkerarm.
Reflexwegen
Bij een storing in een orgaan kunnen verschillende segmenten hyperactief worden. Dit uit zich via verschillende reflexwegen.
Bv een stijve nek door overprikkeling van organen.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We kennen 2 weefselzones:
Huidzone - tussen lederhuid en onderhuid
Bindweefselzone - tussen onderhuid en fascie

Bindweefselzones zijn zichtbaar: Quellung en Dellung

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bindweefselzone
Verstoringen in organen, vliezen of klieren kunnen dus zichtbaar worden aan het huidoppervlak.

Verstoringen zijn bijv. overgevoeligheid voor warmte, koude, aanraking, beweeglijkheid.





Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bindweefselzones
Drie verschijnselen:
  1. Een gestoorde gevoelswaarneming. 
  2. Een lokale verandering in de doorbloeding.
  3. Een lokale verandering van de zweetproductie en het optreden van kippenvel.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Segmentaal onderzoek
Rugonderzoek van de segmenten
- palpatie/ tactiel onderzoek: oppakbaarheid, verschuifbaarheid, gevoeligheid, temperatuur
- inspectie: quellung en dellung

Quellung = verdikking
Dellung =  deukjes



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Benoem 3 kiembladen

Slide 23 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Tot welk kiemblad behoren de zweet-en talgklieren?
A
Ectoderm
B
Mesoderm
C
Endoderm

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het binnenste kiemblad?
A
ectoderm
B
mesoderm
C
endoderm

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Segmenten zijn in kaart gebracht met 'tomen'. Wat hoort bij dermatoom?
A
huid
B
spieren
C
skelet
D
hersenen

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Indicaties 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indicaties
  1. Rosacea zonder actieve ontstekingen
  2. Afwijkingen in de talgafscheiding zonder actieve ontsteking
  3. Afwijking aan de bloedvaten, zoals tele's
  4. Slecht doorbloede huid
  5. Congestieve huid
  6. Degeneratie van de huid, zoals atrofie en elastosis
  7. Gedehydrateerde huid, kringen, rimpels, striae
  8. Panniculose
  9. Voorbehandeling cosmetisch chirurgische ingrepen

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Niet in gezicht, wel op rug
Waar je niet lokaal in het gezicht of benen mag masseren, maar wel segmentaal op de rug, bijvoorbeeld:
  • rosacea met actieve ontstekingen
  • acne met actieve ontstekingen
  • winterhanden-wintervoeten
  • eczeem in het gezicht of armen-benen

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Absolute contra-indicaties 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Absolute contra-indicaties
  1. Algemene ziektebeelden, zoals koorts, hemofilie
  2. Ontstekingen en defecte huid
  3. Na 7e maand zwangerschap
  4. Hartklachten en bloeddruk problemen
  5. Maligne en pre-maligne tumoren
  6. Specifieke medicatie zoals corticosteroïden (bv Prednison) en bloedverdunners
  7. Op de oogleden
  8. Bij een zeer sterke reactie

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Relatieve contra-indicaties 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Relatieve contra-indicaties
Zachter en milder masseren, met mildere massagevormen: 
  1. Pathologie van het zenuwstelsel
  2. Na een beroerte
  3. Parkinson
  4. Diabetes neuropathie
  5. Aandoeningen van perifeer zenuwstelsel
  6. Specifieke medicatie
  7. Overig

Slide 33 - Tekstslide

diabetes neuropathie: minder gevoel in ledematen en slechtere wondgenezing.
Opdrachten
Maak uit Visavi:

- Case Contra-indicaties herkennen
- Case Reactie op een bindweefsel-massage




Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 35 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Volgende lessen
  • verklaringsmodellen
  • effecten van de massage
  • fehlreactie
  • theorie van de praktijk
  • examentraining

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies