Periode 2 spelling les 3 Van meer woorden een woord maken

Periode 2 spelling les 2


Waar komt dit water vandaan?   3.1 soorten water
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NaskMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Periode 2 spelling les 2


Waar komt dit water vandaan?   3.1 soorten water

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we deze les doen?
Herhalen wel of geen klinkerbotsing + lange en korte klanken

Leerdoelen van deze les;
Introductie, instructie en controle vragen over de les;
Aan de slag!



Slide 2 - Tekstslide

Mijn moeder is ... in het maken van lekkere recepten
A
geintreseerd
B
geïnteresseerd
C
gintreseerd

Slide 3 - Quizvraag

Sjoerd Kooistra was tot zijn plotselinge overlijden
de bekendste .... van Nederland.
A
café-eigenaar
B
caféeigenaar
C
café eigenaar

Slide 4 - Quizvraag

De drie ..... tijdens de zwangerschap geven een beeld hoe de baby zich ontwikkelt.
A
echografieën
B
echografies
C
echografieeën

Slide 5 - Quizvraag

Wij aten vanavond een .....en een lekker toetje.
A
pizzaatje
B
pizza'tje
C
pizzatje

Slide 6 - Quizvraag

In het weiland van mijn opa vind je veel ....
en kievieten.
A
gruttoos
B
gruttos
C
grutto's

Slide 7 - Quizvraag

.....optreden gisteravond was erg middelmatig.
A
Charlotte's
B
Charlottes
C
Charlotts

Slide 8 - Quizvraag

leerdoelen:
Deze les leer je:



Slide 9 - Tekstslide

Samenstellingen met tussen-n
Je kunt van meer woorden één woord maken. Zo'n woord noemen we een samenstelling:

bad + kamer = badkamer
bad + kamer + deur = badkamerdeur
tuin + stoel = tuinstoel
Soms moet je er een tussenletter tussen zetten. Vaak kun je horen wanneer dat moet.

Slide 10 - Tekstslide

Samenstellingen met tussen-n
De hoofdregel is: kijk naar het linkerwoord. Als dit een meervoud heeft op (e)n, dan schrijf je de -n ook in de samenstelling.

paard + voer = paardenvoer
pan + koek = pannenkoek

Als het linkerwoord geen meervoud heeft, of een meervoud op -s, dan schrijf je geen tussen-n.
weide + vogel = weidevogel
asperge + soep = aspergesoep
chocolade + melk = chocolademelk

Slide 11 - Tekstslide

Samenstellingen met tussen -s
Als je een s hoort, moet je hem schrijven.

meisje + kamer = meisjeskamer
lichaam + geur = lichaamsgeur

Soms hoor je deze tussen-s niet goed, maar moet je hem wel schrijven.
Dit kun je ontdekken door een andere samenstelling met hetzelfde beginwoord te maken.
meisjeskamer, dus ook meisjesspeelgoed
lichaamsgeur, dus ook lichaamsscanner
stationsgebouw, dus ook stationsstraat



Slide 12 - Tekstslide

3 Van andere woordsoorten een woord maken
Je kunt ook van andere woordsoorten één woord maken.

daar + om + heen = daaromheen
er + tegen + over = ertegenover
de + zelfde = dezelfde
een + zelfde = eenzelfde
half + uur = halfuur
twee + honderd = tweehonderd
uit + lenen = uitlenen
over + lopen = overlopen

Slide 13 - Tekstslide

Quiz
Wat is goed geschreven?
A
af ge sneden
B
af gesneden
C
afgesneden

Slide 14 - Quizvraag

Quiz
Het lijkt me niet leuk om in de ....te werken.
A
woningsector
B
woningssector

Slide 15 - Quizvraag

Quiz
Als ik iets smerig vind, is het ...
A
aspergesoep
B
aspergensoep

Slide 16 - Quizvraag

Quiz
Hij is na maanden hard leren ........, 
nu heeft hij volop tijd ertussenuit te gaan.
A
afgestudeerd/ertussenuit
B
afgestudeerd/er tussenuit
C
af gestudeerd/ertussenuit

Slide 17 - Quizvraag

Volgende les:



Slide 18 - Tekstslide

Aan het werk!
Wat? Oefenen in de spelingapp les 3
Waar? Plot 26 Blink
Hoe? Als het bord op rood staat werk je alleen en in stilte.
Als het bord op groen staat mag je fluisterend overleggen met je buurman. 
Heb je vragen? Steek je hand op en ik kom bij je. 
Klaar? Kijk het dan na!

timer
1:00

Slide 19 - Tekstslide


Schrijf drie dingen op die je deze les hebt geleerd.
Dit is een open vraag.

Slide 20 - Open vraag


Stel een vraag over iets wat je 
nog niet zo goed hebt begrepen.
Dit is een open vraag.

Slide 21 - Open vraag