Herfst september 2026

Welkom bij Nederlands!
Fijn dat je er bent.
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom bij Nederlands!
Fijn dat je er bent.

Slide 1 - Tekstslide


De herfst . 

Slide 2 - Tekstslide

Pak je  telefoon

Slide 3 - Tekstslide


Hoe gaat het met je?
😒🙁😐🙂😃

Slide 4 - Poll

Welke woorden over
de 'herfst' ken je al?

Slide 5 - Woordweb

Bekijk de video.

Slide 6 - Tekstslide

Herfst:
 
Aan het einde van de les

kan je 5 woorden over de herfst noemen 
en 
een korte zin maken. 🍁

Slide 7 - Tekstslide

de regen 🌧️ 

de wind   🌬️
 
de wolk
de paraplu ☔ 
 de jas 🧥
 
de laarzen

het blad 🍂
  
de boom
 de pompoen 🎃 
warme thee ☕
 
 

woordenlijst de herfst

Slide 8 - Tekstslide

🎭 Doe-het-na-spel 

regen → vingers bewegen naar beneden

wind → blazen

koud → bibberen

paraplu → doen alsof je een paraplu opent
wandelen → lopen op de plaats

Slide 9 - Tekstslide

10 minuten

Slide 10 - Tekstslide

🍂  Beweegspel: “Ga naar de herfst!” – 
 🌧️ REGEN
☀️ ZON
🌬️ WIND
🥶 KOUD

De cursisten lopen naar:
  • “Je hebt een paraplu nodig.”
  • →  REGEN.
  • “Je draagt een dikke jas.”
  • → KOUD
  • “De bomen bewegen.”
  • → WIND
  • “Je draagt een zonnebril.”
  • → ZON
  • Nu zelf een zin bedenken

Slide 11 - Tekstslide

Waar zie je het bos?
A
B
C
D

Slide 12 - Quizvraag

Wanneer begint de herfst?
A
Op 12 september
B
Op 21 september
C
Op 20 oktober
D
Op 12 november

Slide 13 - Quizvraag

Welke kleur krijg je als je rood en geel mixt?
A
groen
B
roze
C
oranje
D
blauw

Slide 14 - Quizvraag

☕ Wat doe jij in de herfst? 
In de herfst …
  • wandel ik graag.
  • drink ik graag thee.
  • kijk ik films.
  • kook ik soep.
  • lees ik een boek.
  • ga ik naar het bos.
  • blijf ik thuis.
  • speel ik met mijn kinderen.

  • Wat doe jij graag in de herfst?
  • “Ik drink graag thee.”
  • Met kaartjes:
  • wandelen – thee drinken – soep eten – films kijken – lezen – koken – naar het bos gaan – thuis blijven


Slide 15 - Tekstslide

Wat is dit?
A
het blad
B
de dennenappel
C
de pompoen
D
de hark

Slide 16 - Quizvraag

Wat zijn de regenlaarzen?
A
B
C
D

Slide 17 - Quizvraag

Padden<br>stoelen
Beuken<br>nootjes
De eikels
De dennen<div>appel</div>

Slide 18 - Sleepvraag

Waar zie je de eekhoorn?
A
B
C
D

Slide 19 - Quizvraag

Hoe heet dit?

A
de egel
B
de kat
C
de muis
D
de spin

Slide 20 - Quizvraag

Wat is dit?
A
Dit is wandelen.
B
Dit is fietsen.
C
Dit is zitten.
D
Dit is zwemmen.

Slide 21 - Quizvraag

Dit is ..............?


A
de paraplu
B
de regen
C
de regenjas

Slide 22 - Quizvraag

Hoe is het weer?
A
het is mooi weer
B
het regent
C
het sneeuwt
D
het waait

Slide 23 - Quizvraag

Afsluiting: 
Opdracht: De herfst 🍂

1.⁠ ⁠Schrijf 5 woorden over de herfst.
2.⁠ ⁠Maak 1 korte zin over de herfst.

Voorbeeld:
🍁 Blad – regen – wind – koud – boom
Zin: In de herfst is het koud.

Slide 24 - Tekstslide

Hoe ging het?

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Wat is dit?
A
de mist
B
de regen
C
het onweer
D
de storm

Slide 27 - Quizvraag

Wat is dit?
A
de mist
B
de regen
C
het onweer
D
de storm

Slide 28 - Quizvraag