Welkom
12-03-2026
Welkom
12-03-2026
Voordat we gaan beginnen:
Pak je spullen en neem een wisbordje mee en stift.
Wat gaan we vandaag doen?
1- Kort herhaling van vorige les(voorkennis activeren)
2- Afronden in praktische situaties.
3- Aan de slag
4- Afsluiting
Herhaling(Afronden):
Afronden: getal makkelijker maken.
3,4
8,6
De regel van afronden:
0 – 4 → naar beneden afronden
5 – 9 → naar boven afronden
Je kijkt dus altijd naar het cijfer rechts van de plaats waar je afrondt.
Wat betekent afronden op één decimaal?
Dat betekent: ik wil dat je in het antwoord één cijfer achter de komma opschrijft.
Dus: geen 4,74 maar 4,7
Voorbeeld: Rond 3,42 af op één decimaal.
Wat betekent afronden op twee decimalen?
ik wil dat je in het antwoord twee cijfers achter de komma schrijft.
Voorbeeld: Rond 7,321 op twee decimalen.
Wat betekent afronden op drie decimalen?
ik wil dat je in het antwoord drie cijfers achter de komma schrijft.
Rond de volgende getallen op één decimaal:
4,2
1,8
Rond de volgende getallen op drie decimaal:
1,7429
8,6421
Vandaag oefenen we met echte situaties(praktische situaties)
Een situatie is:
wat er gebeurt
waar je bent
wat je moet doen
Praktische situaties= echte situaties
Soms staat in de opdracht niet hoe je moet afronden
Wat moet je dan doen?
Kijk goed naar de situatie om te weten hoe je moet afronden.
Geldbedragen rond je af op twee decimalen.
Bij contante betalingen rond je af op veelvouden van vijf cent.
Contante betaling =
betalen met briefjes en munten
Slide titel
Slide titel
Slide tekst
Aan de slag:
blz 193(72-76)
Ben je snel klaar?
1-Kijk je antwoorden na
2-Daarna maak blz.192 (67-71)
Terugblik
Learning objective