4
Stil & aan
het werk
Waarom gaan leerlingen pas echt aan de slag als jij naast ze staat?
4
Stil & aan
het werk
Waarom gaan leerlingen pas echt aan de slag als jij naast ze staat?
In veel klassen begint zelfstandig werken met chaos. Leerlingen steken hun hand op. Vragen wat ze moeten doen. Of zijn na drie minuten alweer klaar.
In dit hoofdstuk leer je hoe je werkinstructies geeft die zó duidelijk zijn dat leerlingen zelfstandig aan het werk kunnen, zonder dat jij steeds hoeft bij te sturen.
Klopt, ik loop de hele les rond
Soms, afhankelijk van de klas
Zelden, ik heb dit redelijk onder controle
Nooit, mijn leerlingen werken altijd zelfstandig
Bij zelfstandig werken blus ik constant brandjes
De meest gestelde vraag is:
Wat moet ik doen?
Dat is geen luiheid.
Het is een signaal dat de instructie onduidelijk was.
Hoe lang
Hoeveel tijd heb je?
Zet een timer op het bord of noem het expliciet.
Het 4-stappenformat voor werkinstructies
2
Wat
Wat doe je precies?
Niet 'maak opdrachten' maar 'beantwoord vraag 3 t/m 6 in je schrift in volledige zinnen'.
1
Wat lever je op
Wat is het resultaat?
Denk aan een samenvatting van 80 woorden, een ingevuld schema of 5 antwoorden.
Doortaak
Wat doe je als je klaar bent? Laat de leerlingen verder lezen, een buur helpen of een bonusopdracht maken.
3
4
Koppel elk zinsdeel aan de juiste stap van het format.
Sleep de zin naar de juiste stap
Doortaak
Wat
Wat lever je op?
Hoe lang?
Als je klaar bent, lees je verder tot pagina 18.
Maak de samenvatting van alinea 2 en 3 van maximaal 100 woorden.
Beantwoord vraag
1 t/m 5 in je schrift.
Je hebt 15 minuten voor deze opdracht.
Schrijf jouw werkinstructie met de volgende structuur:
Wat
Jij [doet wat / maakt wat / schrijft wat]...
Wat lever je op?
Het resultaat is [X antwoorden / een schema / een samenvatting van X woorden].
Hoe lang?
...in [X] minuten.
Doortaak
Als je klaar bent, [doe je X].
Scenario: zes handen tegelijk
Situatie: Je hebt net de werkinstructie gegeven. Leerlingen gaan aan de slag. Na 2 minuten gaan er zes handen omhoog.
Je negeert de handen en kijkt of ze het zelf oplossen.
Je zegt: 'Leg je hand neer en vraag eerst drie klasgenoten om hulp.'
Je herhaalt de instructie aan de hele klas.
Je helpt ze allemaal één voor één.
Waarom antwoord . . .
Als zes handen tegelijk omhoog gaan, is de instructie waarschijnlijk onduidelijk voor velen. Herhaal hem aan de hele klas (C). Als het gaat om uitvoeringsvragen die per leerling verschillen, stuur je ze naar de 3-voor-1-regel (B).
B
C
&
Weet een leerling
hoe lang hij bezig is?
Weet een leerling
wat hij inlevert?
Weet een leerling
na deze instructie precies wat hij doet?
Weet een leerling wat hij doet als hij klaar is?
Lees jouw herschreven instructie opnieuw door. Beantwoord: