hst 10 paragraaf 3 "de eigenschappen van basen"

hst 10.3 "de eigenschappen van basen"
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

hst 10.3 "de eigenschappen van basen"

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
10.3.1 Je kunt vier algemene eigenschappen van basische oplossingen                            beschrijven.
10.3.2 Je kunt uitleggen hoe de concentratie van een basische oplossing de                hoogte van de pH beïnvloedt.
10.3.3 Je kunt vier bekende basen en de bijbehorende formule geven.
10.3.4 Je kunt het verschil uitleggen tussen ammonia en ammoniak.

Slide 2 - Tekstslide

vandaag
Herhaling paragraaf 1 en 2
Filmpje Miranda Onstenk
Uitleg paragraaf 3
Huiswerk hst 10 paragraaf 3

Slide 3 - Tekstslide

Welke stof is een zuur?

A
azijn
B
soda
C
gootsteenontstopper
D
water

Slide 4 - Quizvraag

Met een zuur schoonmaakmiddel kan ik?
A
vet verwijderen
B
de vaat wassen
C
ramen lappen
D
kalk verwijderen

Slide 5 - Quizvraag

Hoe maak je een zuur?
A
Een zout verhitten .
B
Een zout verhitten en dan water toevoegen?
C
Een zout verhitten, het gas opvangen en daar water aan toe voegen.
D
Een zout verhitten en water toevoegen.

Slide 6 - Quizvraag

Welk van de onderstaande schoonmaakmiddelen is een zuur schoonmaakmiddel?
A
Groene zeep
B
Ammonia
C
Gootsteenontstopper
D
wc ontkalker

Slide 7 - Quizvraag

Welke pH hebben zuren?
A
0-7
B
7
C
7-14

Slide 8 - Quizvraag

Zuren zijn
A
metalen
B
moleculaire stoffen
C
zouten

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de zuurgraad (pH) van water
A
0
B
7
C
10
D
14

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Video

Een base kan H+ ionen binden

Zuren splitsen H+ ionen af
(hoe? in §6.4..)

Slide 12 - Tekstslide

Drie eigenschappen van basen

  1. Smaken zeepachtig 
  2. lossen vetachtig vuil op
  3. pH>7

Slide 13 - Tekstslide

3 basische ionen en een molecuul
O2- (alle ionaire oxides dus, bv BaO)
CO32- (alle carbonaten, bv CaCO3)
OH- (alle hydroxiden, bv NaOH)
NH3 (g) (ammoniak)

Slide 14 - Tekstslide

3 bekende basische oplossingen
natronloog:  NaOH (s) --> Na+ (aq) + OH(aq)
kalkwater:  Ca(OH)2 (s) -->  Ca2+ (aq) + 2 OH- (aq)
ammonia: NH3 (aq)

Slide 15 - Tekstslide

Eigenschappen basische oplossing
  • Hoe meer OH- hoe hoger de pH 
  • Bij verdunnen nooit lager dan pH=7

Slide 16 - Tekstslide

Stofeigenschappen
Je hebt nu al behoorlijk wat eigenschappen van basische oplossingen leren kennen. Alle basische oplossingen: 
  • bevatten stoffen of deeltjes die H+  opnemen;
  • hebben een pH-waarde hoger dan 7;
  • geleiden elektrische stroom;
  • reageren met vet;
  • reageren met zuren;
  • smaken zeepachtig (maar je mag ze niet proeven!).

Slide 17 - Tekstslide

Aan de slag
Lezen en maken hst 10 paragraaf 3

Slide 18 - Tekstslide