Voorzetsels

Voorzetsels
Wie weet wat een voorzetsel is?


1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Voorzetsels
Wie weet wat een voorzetsel is?


Slide 1 - Tekstslide

Voorzetsels
voor / achter / naast / in / op / uit / onder / boven

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Wat is het voorzetsel in de volgende zin?
1. Een kind zit naast de man
2. Het glas staat op tafel
3. Ik stap uit de bus
4. De kat ligt onder het bed
5. Ik zit op de stoel
6. Mijn schrift zit in mijn tas
7. De boom staat achter het huis

Slide 7 - Tekstslide

En nu jullie....

Slide 8 - Tekstslide

De man zit ... de stoel
A
onder
B
op
C
in
D
boven

Slide 9 - Quizvraag

De kat ligt ... de tafel
A
op
B
uit
C
achter
D
onder

Slide 10 - Quizvraag

Ik doe mijn telefoon ... de tas
A
in
B
boven
C
onder
D
naast

Slide 11 - Quizvraag

De man zit ... de bank
A
op
B
achter
C
voor
D
in

Slide 12 - Quizvraag

De vrouw loopt ... het paard
A
naast
B
op
C
uit
D
achter

Slide 13 - Quizvraag

De kat ligt ... de tafel

Slide 14 - Open vraag

De man zit ... de stoel

Slide 15 - Open vraag

De vis zwemt ... de kom

Slide 16 - Open vraag

De vis springt ... de kom

Slide 17 - Open vraag

De melk zit ... het glas

Slide 18 - Open vraag

En nu jullie....
Ze zitten op het potlood

Slide 19 - Tekstslide