les 3 project Taal en communicatie

Les 3 Taalverwerving
Doel: 
  • Je weet wat een aangeboren taalvermogen is. 
  • Je kunt de verschillende fasen in het proces van taalverwerving benoemen.

1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 3 Taalverwerving
Doel: 
  • Je weet wat een aangeboren taalvermogen is. 
  • Je kunt de verschillende fasen in het proces van taalverwerving benoemen.

Slide 1 - Tekstslide

Mensen kunnen communiceren met taal. Hoe kan dit eigenlijk? Is het vermogen om een taal te leren aangeboren (nature) of aangeleerd (nurture)? 

Slide 2 - Tekstslide

3 theorieën: Nature vs nurture
Er zijn 3 theorieën over het aanleren van taal: 
1.  Behaviorisme                           --> door imitatie 
2. Generatieve benadering     --> aangeboren taalvermogen
3. Cognitieve benadering        --> aangeboren sociaal vermogen 
                                                                      en door interactie met               
                                                                      anderen is taal aangeleerd

Slide 3 - Tekstslide

Behaviorisme
B.F. Skinner
Door middel van imitatie, externe prikkels, 
leren kinderen een taal.
Leren door goedkeuring/ invloed ouders.

Slide 4 - Tekstslide

Generatieve benadering
Noam Chomsky 
Aangeboren taalvermogen:
Kinderen beschikken alle grammaticale 
regels en selecteren alleen diegene die 
op hun eigen taal van toepassing is. 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

Cognitieve benadering
Michael Tomasello
aangeboren sociaal vermogen 
en door interactie met anderen 
is taal aangeleerd.

Slide 7 - Tekstslide

Welke benadering?
Het is niet genetisch bepaald welke taal je leert spreken; dat hangt af van de omgeving waarin je opgroeit. Een van oorsprong Nederlandse baby die in Brazilië opgroeit bij Braziliaanse ouders zal Portugees leren spreken, niet Nederlands. Kinderen leren taal van de volwassenen om hen heen. Het wordt ze door de omgeving aangeleerd. Kinderen die helemaal niet aan taal worden blootgesteld, zullen überhaupt niet spreken. Voor dieren geldt dit niet. Instinctief zal een schaap blaten en een paard hinniken, zelfs als ze nooit een andere soortgenoot hebben gezien of door een koe zijn opgevoed.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Wie heeft volgens jou gelijk?
Skinner
Chomsky
Tomassello

Slide 10 - Poll

Talen leren
Iedereen beheerst rond zijn negende zijn moedertaal.
Hoe kan dat?

Slide 11 - Tekstslide

4

Slide 12 - Video

00:07
Wanneer begint het leren van je moedertaal?
A
direct na de conceptie
B
na ongeveer 26 weken in de baarmoeder
C
direct na de geboorte
D
vanaf de derde week na de geboorte

Slide 13 - Quizvraag

00:45
Wat hoort een ongeboren baby waardoor hij/zij de taal leert?
A
de stem van zijn/haar moeder
B
omgevingsgeluiden
C
het ritme van de taal
D
spraakklanken

Slide 14 - Quizvraag

00:54
Baby's horen
  • ritme
  • veelvoorkomende spraakklanken

Slide 15 - Tekstslide

02:33
Wat hoort NIET bij child directed speech?
A
langzamer spreken
B
snelle berekeningen in de hersenen
C
veel herhalen
D
wijzen

Slide 16 - Quizvraag

Taalverwerving
De eerste taal die je leert, is je moedertaal.

Je moedertaal leer je op een andere manier dan de talen die je op school leert. Je kon nog niet lezen en schrijven en hoefde geen grammaticaregels uit je hoofd te leren. Je hoefde er niet eens je best voor te doen. Je hoefde het Nederlands dan ook niet te leren; je hebt het Nederlands verworven.

Het kost de meeste kinderen vier jaar om hun moedertaal te verwerven. Daarna hoeven ze die alleen nog maar te perfectioneren, zo ongeveer tot de puberteit. In diezelfde tijd leer je waarschijnlijk niet net zo goed Engels, Duits en/of Frans praten. Hoe kan dat? 
Lees eerst de tekst op de volgende slide door op de link te klikken en beantwoord daarna de vraag. Probeer scannend te lezen.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Link

Het kost de meeste kinderen vier jaar om hun moedertaal te verwerven. Daarna hoeven ze die alleen nog maar te perfectioneren, zo ongeveer tot de puberteit. In diezelfde tijd leer je waarschijnlijk niet net zo goed Engels, Duits en/of Frans praten.
Hoe kan dat?

Slide 19 - Open vraag

Fases in de taalverwerving
 1. Voortalige periode (0 – 1)
 2. Vroegtalige periode (1 – 2,5)
 3. Differentiatiefase (2,5 – 5)
 4. Voltooiingsfase (5 – ...)

Slide 20 - Tekstslide

De voortalige periode (0-1)
In de voortalige periode leren baby’s de klanken die belangrijk zijn in hun moedertaal. Nederlandse baby’s leren bijvoorbeeld het verschil herkennen tussen de L en de R. Japanse baby’s leren juist andere klankcontrasten herkennen.

Aan het einde van deze eerste fase gaan baby’s zelf klanken maken: ze gaan brabbelen (brabbelfase)

Slide 21 - Tekstslide

De voortalige periode (26 weken voor de geboorte - 1 jaar) het kind leert:
- de taal hekennen;
- klanken herkennen;
- klanken verstaan
- klanken uitspreken.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

De vroegtalige periode (1 - 2,5)
Kinderen zeggen hun eerste echte woordje, vaak mama of papa.
Al snel komen daar meer losse woordjes bij, als auto! of poes!
De eerste (korte) zinnetjes hebben meteen de goede woordvolgorde: koekje eten (niet: eten koekje).

Slide 24 - Tekstslide

Van 1 jaar tot 2,5 jaar. Het kind leert...
- dat klanken een betekenis hebben;
- woorden (éénwoordfase);
- woorden combineren (twee- en meerwoordfase);
- de goede woordvolgorde.
- na 14 maanden kent een kind gemiddeld 100 woorden (namen, personen, voorwerpen).



Slide 25 - Tekstslide

(1;0-1;5) Klanken hebben een betekenis:
papa. (gewoon papa zonder boodschap)
 papa? (waar is papa? papa moet helpen)
 papa! (papa moet komen, papa is stout)

fouten vooral op klankniveau: tit ipv dit
roos ipv rood

overextensie= het gebruiken van woorden in een ruimere betekenis, bv. alle viervoeters zijn hond.

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

De differentiatiefase (2,5 - 5)
Kinderen maken langere zinnen met meer werkwoorden: Jij gaat ook altijd weglopen soms of Ik doe jou aanbotsen.
Kinderen gaan nadenken over taal. Een oma is geen meisje, maar een meis, want ‘–je’ hoort bij kleine dingen en oma is niet klein… Kortom: ze gaan logische fouten maken.
Kinderen springen van de hak op de tak, beginnen over zaken en mensen die de gesprekspartner niet kent, lopen tijdens het gesprek zomaar weg etc.

Slide 28 - Tekstslide

Tussen 2,5 en 5 jaar verbetert de taal verder.
- De zinnen worden langer.
- De woordenschat breidt zich snel uit.
- De peuter leert werkwoorden vervoegen.
- Het kind leert samenstellingen (huisdeur).
- De kleuter leert nadenken over taal. 
- Rond 4 jaar actieve theory of mind --> verplaatsen in een ander
Leuk om te weten: een hond zo net zoveel woorden kennen als een driejarig kind.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Slide 31 - Video

De voltooiingsfase (5 - ...)
Kinderen leren op school lezen en schrijven.
Kinderen leren steeds meer woorden en woordsoorten.
Kinderen leren sterke werkwoorden vervoegen (loop/liep/gelopen).
Kinderen weten hoe je een gesprek moet voeren.
Kinderen leren inschatten wat de luisteraar weet, zodat ze niet te veel en niet te weinig informatie geven!
Begrijpen van 6000-8000 woorden.
taalverwervingsproces is nooit afgelopen --> je leert steeds nieuwe woorden bij.

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Video

Slide 34 - Tekstslide

prena-tale fase
voor-talige fase
vroeg-talige fase

Slide 35 - Sleepvraag

differentiatiefase
volgroeidefase

voltooiingsfase
volwassenfase

Slide 36 - Sleepvraag

De goede zinsvolgorde gebruiken leer je al als je ...
A
0 tot 6 maanden bent.
B
2,5 tot 3 jaar bent.
C
5 of 6 jaar bent.
D
8 of 9 jaar bent.

Slide 37 - Quizvraag

Je eigen taalverwerving 
Wat waren de eerste woordjes waren die je als baby zei en hoe oud was je toen ongeveer?
Welke woordjes bleef je heel lang fout zeggen?
Wat is het laatste nieuwe woord dat je hebt geleerd?
Wat vind je tot nu toe het mooiste woord dat je hebt geleerd?

Geef antwoord op deze vragen in de volgende slide.


Slide 38 - Tekstslide

Hoe ging jouw taalverwerving?
Tip: vraag je ouders eens.

Slide 39 - Open vraag

Kritische periode
Wat gebeurt er als je geen taal aangeleerd krijgt? De theorie is dat er een kritieke periode is waarin je taal aangeleerd moet krijgen (eerste zeven jaar). Als je in die periode geen taal aangeleerd wordt, dan zul je daarna nooit meer de taal leren. Het is een theorie, omdat mensen niet vrijwillig kinderen onthouden van taal.

Toch zijn er praktijkvoorbeelden van kinderen die geen taal aangeleerd hebben gekregen. Dit worden ook wel wolfskinderen genoemd.  Op de volgende dia een filmpje (tip: je kunt Nederlandse ondertiteling aanzetten)

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Video

Leg in ongeveer 150 woorden uit wat je hebt geleerd van deze documentaire.

Slide 42 - Open vraag

Slide 43 - Video

Welk cijfer zou je deze les willen geven?
0100

Slide 44 - Poll