Bouw van zaadplanten (Biologie vmbo), les 2: Examentraining

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Examentraining

Bouw van zaadplanten: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: delen op een tekening benoemen, de functie van een deel geven, huidmondjes bij licht en donker en bol, knol en voedsel. Acht vragen met tekeningen en situaties.

Onderdelen in deze les

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Examentraining

Bouw van zaadplanten: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Pmedh / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan delen van een plant op een tekening benoemen en zeggen wat ze doen.

Deze slide heeft geen instructies

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat wordt er gevraagd, een naam of een functie?

  • 2. Kijk: zoek de letter of het deel op de tekening.

  • 3. Denk: welk deel hoort daarbij en wat doet het?

  • 4. Controleer: past je antwoord bij de vraag?

Deze slide heeft geen instructies

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Vraagtype 1: delen op een tekening

  • Kijk goed naar de tekening en de letters.

  • Lees welk deel wordt gevraagd.

  • Zoek eerst het deel op dat je zeker weet.

  • Voorbeeld: de stamper zit in het midden van de bloem.

Deze slide heeft geen instructies

Welke letter is de meeldraad?

A

Letter B

B

Letter A

C

Letter C

D

Letter D

B wijst naar de meeldraad met de helmknop. A is een kroonblad, C het vruchtbeginsel en D een kelkblad. Verwachte fout: A kiezen, omdat de kroonbladeren opvallen. Image credit: Eigen tekening

Welke letter is het kiempje?

A

Letter A

B

Letter B

C

Letter C

D

Er is geen kiempje te zien

B is het kiempje, A de zaadhuid en C de reservestof. Verwachte fout: C kiezen omdat dat het grootste deel is. Image credit: Eigen tekening

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Vraagtype 2: de functie van een deel

  • Een functie is wat een deel doet.

  • Wortel: bevestigen, water opnemen, opslaan.

  • Stengel: stevigheid en transport.

  • Blad: fotosynthese, gaswisseling en verdamping.

Deze slide heeft geen instructies

Een jonge plant blijft in de grond staan als het hard waait. Welk deel zorgt daarvoor?

A

De bladeren

B

De bloemen

C

De zaden

D

De wortels

Wortels zorgen voor bevestiging in de bodem. Verwachte fout: de stengel kiezen vanwege de stevigheid. De stengel houdt de plant omhoog, de wortels houden hem in de grond.

Wat vervoeren bastvaten in de stengel?

Water en energierijke stoffen, zoals suiker. Verwachte fout: water en mineralen noemen. Dat doen de houtvaten.

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Vraagtype 3: huidmondjes bij licht en donker

  • Huidmondjes zijn open in het licht en dicht in het donker.

  • Open: gaswisseling en veel verdamping.

  • Dicht: weinig verdamping.

  • Het waslaagje beschermt het blad tegen uitdroging.

Deze slide heeft geen instructies

Een plant staat in het donker. Welk plaatje past daarbij?

A

Plaatje B, de huidmondjes zijn dicht

B

Plaatje A, de huidmondjes zijn open

C

Plaatje B, de huidmondjes zijn open

D

Plaatje A, de huidmondjes zijn dicht

In het donker zijn de huidmondjes dicht. Op plaatje B liggen de sluitcellen tegen elkaar. Verwachte fout: denken dat ze 's nachts open staan. Image credit: Eigen tekening

Waarom heeft een blad een waslaagje?

A

Om water uit de lucht op te nemen

B

Om zuurstof te maken

C

Tegen uitdroging en beschadiging

D

Om mineralen op te slaan

Het waslaagje op de opperhuid beschermt tegen uitdroging en beschadiging. Verwachte fout: denken dat het waslaagje water opneemt.

Een aardappel (knol) die uitloopt met nieuwe scheuten

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Vraagtype 4: bol, knol en voedsel

  • Een bol en een knol slaan reservestoffen op.

  • Een ui is een bol, een aardappel is een knol.

  • Een tomaat is een vrucht met zaden.

  • Bedenk bij eten: welk plantendeel eet ik?

Image credit: Spiritia / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Vul in

Een aardappel is een knol en een ui is een bol. Beide slaan reservestoffen op.

knol
bol
reservestoffen
zaad
wortelhaar

Aardappel: knol. Ui: bol. Beide bevatten reservestoffen. Verwachte fout: knol en bol omdraaien.

Je eet een tomaat. Welk plantendeel is dat?

A

De wortel

B

Het blad

C

De vrucht

D

De knol

Een tomaat is de vrucht van de tomatenplant en bevat zaden. Verwachte fout: denken dat het een blad of knol is.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Delen op een tekening

2

De functie van een deel

3

Huidmondjes bij licht en donker

4

Bol, knol en voedsel

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na.

PLANTEN · BOUW ZAADPLANTEN

Tips voor op het examen

  • Lees bij een tekening eerst welke letter wordt gevraagd.

  • Houtvaten: water en mineralen. Bastvaten: water en energierijke stoffen.

  • Huidmondjes: open in het licht, dicht in het donker.

  • Een vrucht bevat zaden. Een zaad heeft zaadhuid, kiempje en reservestoffen.

Deze slide heeft geen instructies