Participatie lesweek 2, les 1

Participatie - fase 3 
Ondersteuningsvragen/SMART
Lesweek 2 les 1: Week van 16 maart 
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeroepsorientatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Participatie - fase 3 
Ondersteuningsvragen/SMART
Lesweek 2 les 1: Week van 16 maart 

Slide 1 - Tekstslide

VOORBEREIDING DEEL 2: 
ZORG VOOR STIFTEN EN MINDMAPBLADEN (GROTE BLADEN)!! BIJ DEEL 2 GAAN ZE AAN DE SLAG! 
Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan. 

Ben je te laat? Geef dit dan door aan het einde van de les aan de docent. Dit is jouw verantwoordelijkheid. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Algemene planning/ deadlines 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma- vandaag 
Deel 1 (45 min)
  • Welkom, Lesdoelen
  • Participatie: Ondersteuningsvraag
  • Beginsituatie: Opdracht

Deel 2 (45 min)
  • SMART doelen
  • Groepsopdracht
  • Check lesdoelen 
  • Huiswerk

Le
Lesuren: 2 (1.5 uur) 
Lesweken : 11  
Boeken: Methodisch begeleiden, Mensen, Professional in de Maatschappelijk zorg 
Afsluiting: Eindopdracht (BPV & school) 

Slide 4 - Tekstslide

Maak zelf een goede verdeling van de tijd. De les is zo geschreven dat deze in 3x45 min te doen is. Het kan zijn dat je net even iets langer bezig bent met deel 1. qua uitleg omdat een klas dit lastig vindt bijv. 60 min. 
Gebruik dan minder tijd voor deel 2. 

Maak dus zelf even een verdeling van de tijd op je klas en rooster. 

Deel 1 
Welkom en AWR 5  
lesdoelen 2
Programma doornemen 3 
Begrip participatie (voorkennis) 10 min 
-------------------------------------------20 min 
Module + doelen module  10 min
Koppeling examens 10 min 
Eindopdracht 15 min 
Deadlines 5 min
Check opgelet  5 min 
------------------------------------------60 min 
Deel 1- 60-70 min 

Deel 2: 
Beginsituatie ontwikkelingsgebieden herhaling ------------15 min
Opdracht 2 - beginsituatie---------30 min 
Nabespreken 10 min 
Check lesdoelen en afsluiting 15 min 
-----------------------------------------------
70 minuten 


Lesdoelen

1. De student kan uitleggen wat een ondersteuningsvraag is.
2. De student kan problemen uit een casus analyseren.
3. De student kan problemen omzetten naar ondersteuningsvragen.
4. De student kan ondersteuningsvragen SMART formuleren.
5. De student kan passende doelen formuleren voor begeleiding.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ondersteuningsvraag
Een probleem is niet hetzelfde als een ondersteuningsvraag.
Probleem = wat er misgaat
Ondersteuningsvraag = waarbij iemand hulp nodig heeft
Voorbeeld:

Probleem:
Pim luistert niet naar zijn moeder.

Ondersteuningsvraag:
Hoe kan Pim leren om beter te luisteren naar zijn moeder?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ondersteuningsvraag

Een ondersteuningsvraag beschrijft:
- waar iemand moeite mee heeft
- wat iemand wil of moet leren
- welke ondersteuning nodig is

Als begeleider kijk je naar:
1. Persoonlijke ontwikkeling: emotie,  gedrag en zelfstandigheid.
2. Sociale participatie: vriendschappen, samenwerken en communicatie.
3. Omgeving: gezin, structuur thuis en school.  

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beginsituatie format- onderdeel 1
Wat staat erin?

Slide 8 - Tekstslide

Projecteer de beginsituatie op het bord en neem het door. 
OF laat eerst de studenten het individueel lezen, bespreken in tweetallen en doe het daarna klassikaal. 
Kijk naar wat voor een klas/groep je voor je neus hebt. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beginsituatie opdracht - casus PIM 
- Deze les gaan we aan de slag met de beginsituatie middels Casus Pim. 

Benodigdheden: 
- Casus op papier schrijven. De casus vind je op ItsLearning. (als je het op papier hebt kun je het makkelijk markeren en dan slaan je hersenen al iets op) 
- Format beginsituatie 

Je gaat deze casus eerst individueel in alle rust lezen. 
Daarna ga je in tweetallen of groepjes (docent maakt hierin een keuze) aan de slag met het invullen van het format! Let op vul alleen feitelijk in wat je in de casus kan terugvinden! 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nabespreken casus 

Slide 11 - Tekstslide

Ik heb deze opdrachten wat vervormd zodat ze er iets m
Deel 2 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SMART doelen

Niet SMART:
"Pim moet minder boos worden."

SMART:
"Pim gebruikt binnen 4 maanden in 4 van de 5 situaties een afgesproken manier om met boosheid om te gaan."

S – Specifiek
Het doel is duidelijk.

M – Meetbaar
Je kunt zien of het doel bereikt is.

A – Acceptabel
De cliënt en begeleider vinden het doel goed.

R – Realistisch
Het doel moet haalbaar zijn.

T – Tijdgebonden
Er staat een tijd bij.

Slide 13 - Tekstslide

Ik heb deze opdrachten wat vervormd zodat ze er iets m
Groepsopdracht
Gebruik de casus van Pim.

  • Bedenk 3 ondersteuningsvragen.
  • Maak van elke ondersteuningsvraag een SMART doel.
  • Bewaar deze doelen voor de volgende les. We hebben hiermee een opdracht. 


Slide 14 - Tekstslide

Ik heb deze opdrachten wat vervormd zodat ze er iets m
Voorbeelden

Ondersteuningsvraag:
Hoe kan Pim beter luisteren naar zijn moeder?

SMART doel:
Pim reageert binnen 3 maanden in 4 van de 5 situaties op een opdracht van zijn moeder zonder weg te lopen.

Ondersteuningsvraag:
Hoe kan Pim beter omgaan met andere kinderen?

SMART doel:
Pim speelt binnen 6 maanden minimaal twee keer per week samen met een klasgenoot zonder ruzie.

Ondersteuningsvraag:
Hoe kan Pim beter omgaan met boosheid?

SMART doel:
Pim gebruikt binnen 6 maanden in 4 van de 5 situaties een afgesproken strategie (bijvoorbeeld even weglopen of hulp vragen) wanneer hij boos wordt.

Bewaar deze doelen voor de volgende les. We hebben hiermee een opdracht. 

Slide 15 - Tekstslide

Ik heb deze opdrachten wat vervormd zodat ze er iets m
Waarom zijn SMART doelen belangrijk in de zorg?

  • duidelijk voor cliënt
  • duidelijk voor begeleiders
  • ontwikkeling kan gemeten worden
  • betere begeleiding


Als begeleider werk je altijd vanuit een ondersteuningsvraag en vertaal je die naar concrete doelen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet jij?
1. De student kan uitleggen wat een ondersteuningsvraag is.
2. De student kan problemen uit een casus analyseren.
3. De student kan problemen omzetten naar ondersteuningsvragen.
4. De student kan ondersteuningsvragen SMART formuleren.
5. De student kan passende doelen formuleren voor begeleiding.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak er een mooie dag van!

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies