Basisstof 3 Oren en ogen (+ basisstof 4 BB)

Thema 5: Waarneming en gedrag
Basisstof 3 (+4) Oren en ogen
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 5: Waarneming en gedrag
Basisstof 3 (+4) Oren en ogen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
4 Je kunt de delen van het oor benoemen met hun functie.
5 Je kunt de bouw en werking van het oog beschrijven.

Bij oren denk je misschien alleen aan oorschelpen, maar een groot deel van de oren ligt in je hoofd. De ogen liggen goed beschermd in je oogkassen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Buitenkant oor
In de oren ligt het gehoorzintuig. Daarmee neem je geluid waar.

Geluid bestaat uit trillingen van de lucht.

De oorschelp vangt deze trillingen op. Daarna gaan de trillingen door de gehoorgang.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het trommelvlies
Een groot deel van de oren ligt in de schedel. Dit deel kun je niet zien.

Via de gehoorgang komen de geluiden bij het trommelvlies. Het trommelvlies gaat daardoor trillen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorsmeer
In de gehoorgang liggen oorsmeerkliertjes die oorsmeer maken.

Met een wattenstaafje kun je de gehoorgang schoonmaken, je mag er nooit met scherpe voorwerpen in peuteren!

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Binnenkant van een oor
Achter het trommelvlies ligt de trommelholte
Het trommelvlies geeft de trillingen aan de:
Gehoorbeentjes ->  slakkenhuis -> zintuigcellen vangen de trillingen op -> impulsen worden gemaakt -> via gehoorzenuw naar de hersenen

Slide 6 - Tekstslide

 Het trommelvlies geeft de trillingen door aan de gehoorbeentjes. De gehoorbeentjes geven de trillingen door aan het slakkenhuis. In het slakkenhuis liggen zintuigcellen die de trillingen opvangen. In de zintuigcellen ontstaan dan impulsen. De impulsen gaan via de gehoorzenuw naar de hersenen
Buis van Eustachius
De buis van Eustachius verbindt de trommelholte met de keelholte.

Functie:
Lucht van de trommelholte naar de keelholte en omgekeerd.

Luchtdruk blijft zo aan beide zijden van het trommelvlies gelijk.

Slide 7 - Tekstslide

De wanden van de buis liggen meestal tegen elkaar aan gedrukt, zodat de buis dicht is. Als je slikt of gaapt, gaat de buis open.

Dit is nodig om het trommelvlies goed te laten trillen.
Functie van wenkbrauwen en wimpers

De wenkbrauwen zorgen ervoor dat zweet of ander vocht niet in je ogen loopt.

Wimpers beschermen de ogen tegen vuil en te fel licht. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Buitenkant van het oog
Harde oogvlies = witte gedeelte
Iris = gekleurde gedeelte
Pupil = zwarte rondje in de iris
De pupil is een opening.

Over de iris en pupil ligt het hoornvlies. Dit is doorzichtig.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Buitenkant van het oog
Onder de huid boven de ogen liggen traanklieren. Deze maken traanvocht.

Als je knippert verspreiden de oogleden dit over de ogen.

Het traanvocht wordt afgevoerd naar de neusholte. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De binnenkant van een oog
Aan het harde oogvlies zitten oogspieren vast.

Daarmee kun je je ogen draaien.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bouw van het oog

De oogbol is voor het grootste deel gevuld met een soort gelei: het glasachtig lichaam.

Achter de iris en de pupil bevindt zich de lens -> scherp zicht

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bouw van het oog
De wand van een oog bestaat uit drie lagen:
  1. Harde oogvlies
    buitenste laag
  2. Vaatvlies
    Middelste laag
  3. Netvlies
    Binnenste laag. Hierin liggen de zintuigcellen -> ontstaan impulsen -> via oogzenuw naar de hersenen


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bouw van het oog
In het netvlies, recht tegenover de pupil, ligt de gele vlek. Met de zintuigcellen in de gele vlek kun je het scherpst zien.

De plaats in het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat, heet blinde vlek. In de blinde vlek liggen geen zintuigcellen.

Slide 14 - Tekstslide

Als je naar iets kijkt, komen de lichtstralen vooral op de gele vlek.
Werking van de ogen
Lichtstralen komen je oog binnen door de lens. 
De lens zorgt ervoor dat de lichtstralen precies op de gele vlek van het netvlies vallen. Je ziet dan scherp.
De lens keert het beeld ook om, maar dat wordt ‘rechtgezet’ door je hersenen.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijziend en verziend
Bij sommige mensen werkt de ooglens niet goed. De lichtstralen komen dan niet precies op het netvlies terecht, maar ervoor of erachter. 

Als je bijziend bent, kun je alleen dichtbij scherp zien. Als je verziend bent, kun je alleen in de verte goed zien.

Slide 16 - Tekstslide

Slechtziendheid kan worden gecorrigeerd met een bril of contactlenzen. 
Bijziend
Iemand die bijziend is, kan in de verte niet scherp zien. 
Hij krijgt dan een bril met holle lenzen. Daardoor komen de lichtstralen weer precies op het netvlies.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verziend
Iemand die verziend is, kan dichtbij niet scherp zien. Bij verziendheid krijg je een bril met bolle lenzen. De lichtstralen komen dan weer precies op het netvlies.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Online aan de slag!

Basisstof 3: Oren en ogen, opdrachten 1, 2, 5, 6, 7, 8, 9, 10 + Test jezelf


Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies