questions be have got + plurals

Questions 
to be & have got
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Questions 
to be & have got

Slide 1 - Tekstslide

Make a question:
My best friend is funny.

Slide 2 - Open vraag

Make a question:
My parents are great

Slide 3 - Open vraag

Questions met to be: 

Draai het werkwoord en het onderwerp om

My brother is younger than me. 
Is my brother younger than me?
Questions met have got: 

Have - onderwerp - got ... 
Has - onderwerp - got...

My brother has got a fancy car.

Has my brother got a fancy car?

Slide 4 - Tekstslide

Make a question:
You have got curly hair.

Slide 5 - Open vraag

Make a question:
Your parents have got a large house.

Slide 6 - Open vraag

Plurals!

Slide 7 - Tekstslide

Een paar regels

Basisregel: zelfstandig naamwoord +s

chair -> chairs
table -> tables

Slide 8 - Tekstslide

Uitzonderingen met es
Eindigt het woord op een sis klank --> es
s/ss/x/sh/ch/
fox -> foxes  

Sommige woorden die eindigen op een o --> es
Potato -> patatoes

Slide 9 - Tekstslide

uitzonderingen met ies
Y na een medeklinker verandert in ies
baby -> babies
hobby -> hobbies

boy -> boys

Slide 10 - Tekstslide

uitzonderingen met ves
Eindigt het woord op f / fe --> verandert in ves

Knife -> knives
wife -> wives

Slide 11 - Tekstslide

Eigen meervoudsvorm
child -> children
sheep-> sheep
man -> men


Slide 12 - Tekstslide

Which plural is correct?
A
apples
B
apple's
C
applez
D
apple'z

Slide 13 - Quizvraag

Plurals
Wat is het juiste meervoud van 'baby'?
A
baby's
B
babies
C
babys

Slide 14 - Quizvraag

Plural of brush
A
Brush's
B
Brushes

Slide 15 - Quizvraag

Make it plural:

Elf
A
Elfs
B
Elves

Slide 16 - Quizvraag

Make it plural:

Mouse
A
Mouses
B
Mice

Slide 17 - Quizvraag

Make it plural:

Watch
A
Watches
B
Watchs

Slide 18 - Quizvraag

Make it plural:
Bus
A
Busses
B
Buses

Slide 19 - Quizvraag

Plural of:
foot
A
foots
B
foot's
C
feet
D
feet's

Slide 20 - Quizvraag

Plural of :
knife
A
knife
B
knifes
C
knive
D
knives

Slide 21 - Quizvraag


Plural form butterfly
A
Butterflies
B
butterflys
C
butterflie's
D
butterfly's

Slide 22 - Quizvraag

plural: one wolf - two
A
wolfs
B
wolfes
C
wolves
D
wolf

Slide 23 - Quizvraag

Plural of :
man
A
mans
B
mens
C
man
D
men

Slide 24 - Quizvraag

Plural of :
phone
A
phonez
B
phones
C
phonees
D
phone

Slide 25 - Quizvraag

What is the plural of:
Tomato
A
Tomatos
B
Tomatoes

Slide 26 - Quizvraag

What is the plural of couch?
A
Couches
B
Couchies

Slide 27 - Quizvraag

Plural of :
child
A
childs
B
childes
C
childern
D
children

Slide 28 - Quizvraag

Well done!

Slide 29 - Tekstslide