Hoofdstuk 10: Meten les 1: lengte, breedte, hoogte, diepte en dikte

1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Icoontjes:
Sla deze slide op in je favorieten of klik op het oog om de slide te verbergen.

Kleurcodes:
De kleurcodes in deze les verschillen per lesfase:

informatie
doen
Voorkennis activeren
#EBE7F7
#9C89D7
Theorie/Instructie
#F8DACF 
#FE8F6B
Verwerking
#C4E5C9
#38A84A
Afsluiting
#EBE7F7
#9C89D7

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Terugblikken
  • Voorkennis activeren 
  • Leerdoelen van de les 
  • Uitleg 1
  • Opdracht 1, 2 en 3 maken
  • Uitleg 2: 
  • Opdracht 4, 5, 6 en 7 maken
  • Uitleg 3: 
  • Opdracht: 8, 9 en 10 maken
  • Uitleg 4
  • Opdracht 11 maken
  • Afsluiting
  • # Exit ticket 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Voorkennis activeren
Met een Inleiding op de les kun je de voorkennis van leerlingen activeren.

Verschillende tools die je kunt inzetten bij het activeren van de voorkennis:
  • Quizlet
  • Woordweb (in LessonUp)
  • Open vragen of Quiz-vragen in LessonUp (multiple choice)
  • Placemat (in groepjes)
  • Etc...
Checklist:
  • Bepaal welke voorkennis relevant is voor de nieuwe lesstof.
  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.
  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om de voorkennis te activeren.

Slide 7 - Tekstslide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
Terugblikken
Log in met de code

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meten?

Slide 9 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Kies uit: centimeter, meter, kilometer

Mijn vrachtwagen is 8 ...................... lang
Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
A
centimeter
B
meter
C
kilometer
D

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies uit: centimeter, meter, kilometer

Ik heb vandaag 180 ........................ gereden met mijn vrachtwagen.
Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
A
centimeter
B
meter
C
kilometer
D

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies uit: centimeter, meter, kilometer

Stokbrood 30 ........ lang voor €4,-
Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
A
centimeter
B
meter
C
kilometer
D

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

timer
5:00
Voorkennis
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Vraag 4

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
  • Ik kan de begrippen lengte, breedte, hoogte, diepte en dikte benoemen en uitleggen wat ze betekenen.
  • Ik kan bij een voorwerp de juiste afmeting aanwijzen (bijvoorbeeld wat de lengte is).
  • Ik kan een voorwerp meten met een liniaal of rolmaat.
  • Ik kan een meting opschrijven in centimeter (cm) of millimeter (mm).
  • Ik kan grotere afstanden benoemen in meter (m) of kilometer (km).
  • Ik kan na het meten de juiste maateenheid kiezen die past bij het voorwerp.

Slide 14 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Begrippen
  • Lengte – hoe lang iets is.
  • Breedte – hoe breed iets is.
  • Hoogte – hoe hoog iets is.
  • Diepte – hoe diep iets is.
  • Dikte – hoe dik iets is.
  • Afmetingen – de maten van iets (lengte, breedte, hoogte, diepte).
  • Meten – bepalen hoe groot of lang iets is.
  • Liniaal – meetinstrument om kleine lengtes te meten.
  • Rolmaat – meetinstrument om grotere lengtes te meten.
  • Millimeter (mm) – kleine maateenheid voor korte afstanden.
  • Centimeter (cm) – maateenheid voor lengtes.
  • Meter (m) – maateenheid voor grotere lengtes.
  • Kilometer (km) – maateenheid voor lange afstanden.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Inleiding
In deze les leer je hoe je kunt vertellen hoe groot iets is. Je leert de woorden lengte, breedte, hoogte, diepte en dikte gebruiken. Dit noem je samen de afmetingen van een voorwerp.

Je gaat oefenen met meten. Dat doe je met een liniaal of een rolmaat. Je leert welke maateenheid je gebruikt: millimeter (mm), centimeter (cm), meter (m) of kilometer (km).

Deze les is belangrijk, omdat je meten nodig hebt in het dagelijks leven, bijvoorbeeld bij het kopen van meubels, klussen of sporten.

Slide 16 - Tekstslide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 

Wat zijn afmetingen?
A
De kleur en het gewicht van een voorwerp
B
De maten van een voorwerp, zoals lengte en breedte
C
Het materiaal waarvan iets is gemaakt

Slide 17 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Theorie
Afmetingen zijn de maten van een voorwerp.
  • Lengte is hoe lang iets is.
  • Breedte is hoe breed iets is.
  • Hoogte is hoe hoog iets is.
  • Diepte is hoe diep iets is.
  • Dikte is hoe dik iets is.
  • Als je wilt weten hoe groot iets is, ga je meten. Dat kan met een liniaal (voor kleine voorwerpen) of een rolmaat (voor grotere voorwerpen).

Slide 18 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Instructie 
Als je wilt vertellen hoe groot iets is, gebruik je woorden die iets zeggen over de afmetingen. Afmetingen zijn de verschillende kanten waaruit de grootte van een voorwerp bestaat. De belangrijkste woorden zijn: lengte, breedte, hoogte, diepte en dikte.

Slide 19 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden

Slide 20 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 

Wanneer is mijn opdracht goed?
Leerlingen noteren hier succescriteria

Slide 21 - Open vraag

Succescriteria
Hiermee maak je leerlingen duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke criteria bepalen of hun werk succesvol is. Dit helpt hen beter te begrijpen waar ze naartoe werken en verhoogt hun focus en motivatie. Door succescriteria te bespreken of samen met leerlingen op te stellen, bevorder je eigenaarschap en geef je hen een concreet kader om hun werk aan te toetsen tijdens en na het uitvoeren van de opdracht.
           Aan de slag
Maak nu opdracht 1, 2 en 3 van je stencil. Als je klaar bent, lees je uitleg 2 door en kijkt naar de opdrachten
timer
5:00

Slide 22 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Instructie 

Slide 23 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
Een potlood is 15 centimeter lang.

Een schrift is 21 centimeter breed.

Een gum is 1 centimeter dik.

Een munt is ongeveer 2 millimeter dik.

Een nagel is ongeveer 1 millimeter dik.

Een telefoon is ongeveer 8 millimeter dik.

Je gebruikt millimeter voor hele kleine maten.
Je gebruikt centimeter voor kleine voorwerpen.

Slide 24 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Aan de slag
Maak nu opdracht 4 t/m 7van je stencil. Als je klaar bent, lees je uitleg 3 door en kijkt naar de opdrachten
timer
5:00

Slide 25 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Instructie 

Slide 26 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
 Een deur is ongeveer 2 meter hoog.

Een klaslokaal is ongeveer 8 meter lang.

Een boom kan 10 meter hoog zijn.

Een straat kan 500 meter lang zijn.

De afstand van school naar het winkelcentrum is 2 kilometer.

Een hardloopronde in het park is 3 kilometer.

Je gebruikt meter voor grote voorwerpen.
Je gebruikt kilometer voor lange afstanden buiten.

Slide 27 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Aan de slag
Maak nu opdracht 8, 9 en 10 van je stencil. Als je klaar bent, lees je uitleg 4 door en kijkt naar de opdrachten
timer
5:00

Slide 28 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Instructie 

Slide 29 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
Met een liniaal (voor kleine voorwerpen):

  • Je meet de lengte van een potlood.
  • Je meet de breedte van een schrift.
  • Je meet de dikte van een boek.
  • Je meet de hoogte van een beker.

Slide 30 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Voorbeelden
Met een rolmaat (voor grotere voorwerpen):

  • Je meet de lengte van een tafel.
  • Je meet de hoogte van een deur.
  • Je meet de breedte van een kast.
  • Je meet de lengte van een muur.

Slide 31 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Aan de slag
Maak nu opdracht 11 van je stencil. Als je klaar bent, ga je verder op Numo- rekenen- meten
timer
30:00

Slide 32 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen

De vraag kan hier 
geplaatst worden.
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 33 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Afsluiting
Vandaag heb je geleerd welke woorden je gebruikt om te vertellen hoe groot iets is: lengte, breedte, hoogte, diepte en dikte. Dit noem je de afmetingen.

Je hebt ook geleerd welke maateenheden je gebruikt: millimeter, centimeter, meter en kilometer. Daarnaast weet je wanneer je een liniaal of een rolmaat gebruikt om te meten.

Slide 34 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
           Begrippen
           uit deze les
  • Lengte – hoe lang iets is.
  • Breedte – hoe breed iets is.
  • Hoogte – hoe hoog iets is.
  • Diepte – hoe diep iets is.
  • Dikte – hoe dik iets is.
  • Afmetingen – de maten van iets (lengte, breedte, hoogte, diepte).
  • Meten – bepalen hoe groot of lang iets is.
  • Liniaal – meetinstrument om kleine lengtes te meten.
  • Rolmaat – meetinstrument om grotere lengtes te meten.
  • Millimeter (mm) – kleine maateenheid voor korte afstanden.
  • Centimeter (cm) – maateenheid voor lengtes.
  • Meter (m) – maateenheid voor grotere lengtes.
  • Kilometer (km) – maateenheid voor lange afstanden

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Exit ticket 
Op de volgende slides staan drie sommen om te kijken of je de les hebt begrepen.
De antwoorden schrijf je op het blaadje dat je hebt gekregen.

Slide 36 - Tekstslide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf
Welke woorden gebruik je om te vertellen hoe groot iets is? Noem er minimaal drie.

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer gebruik je millimeter en wanneer gebruik je meter?

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk meetinstrument gebruik je om een tafel te meten: een liniaal of een rolmaat? Leg uit waarom.

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Klik op de spinner
Formatief evalueren

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Ben je blij met het resultaat?
😒🙁😐🙂😃

Slide 42 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Eindslide

De volgende les gaan we verder met centimeter en millimeter

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Titel van de les
subtitel

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies