Werving en arbeidsrelatie (Bedrijfseconomie havo), les 2: Examentraining

Medewerkers van de Kamer van Koophandel in Haarlem

EXAMENSTOF · PERSONEEL · WERVING

Examentraining

Werving en arbeidsrelatie: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining: een arbeidsrelatie herkennen, zzp of werknemer onderbouwen, een contract kiezen en werven en selecteren in een casus, met acht vragen in examenstijl.

Onderdelen in deze les

Medewerkers van de Kamer van Koophandel in Haarlem

EXAMENSTOF · PERSONEEL · WERVING

Examentraining

Werving en arbeidsrelatie: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Fotopersbureau de Boer / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · WERVING

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een casus een arbeidsrelatie herkennen, een contractvorm kiezen en werving en selectie onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · PERSONEEL · WERVING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat doet de organisatie en wat wil ze bereiken?

  • 2. Zoek: wie bepaalt hoe en wanneer er gewerkt wordt, en hoe wordt er betaald?

  • 3. Koppel: welke arbeidsrelatie of contractvorm hoort bij die kenmerken?

  • 4. Onderbouw: noem de vorm en gebruik een gegeven uit de casus als reden.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · PERSONEEL · WERVING

Arbeidsrelatie herkennen

  • Je leest een casus en bepaalt de vorm van de arbeidsrelatie.

  • Let op: wie bepaalt hoe en wanneer er gewerkt wordt, en hoe wordt er betaald?

  • Voorbeeld: vaste dagen, aanwijzingen van de baas en maandloon wijzen op een arbeidsovereenkomst.

Deze slide heeft geen instructies

Fatima werkt drie vaste dagen voor een bakkerij, volgt de aanwijzingen van de eigenaar en krijgt maandloon. Welke arbeidsrelatie?

A

Overeenkomst van opdracht

B

Inhuur via een uitzendbureau

C

Oproepcontract zonder vaste uren

D

Individuele arbeidsovereenkomst

Syllabus 16.2 en 16.3: vaste dagen, gezag en maandloon betekenen een arbeidsovereenkomst. Verwachte fout: overeenkomst van opdracht omdat Fatima voor een kleine zaak werkt.

Daan maakt als zelfstandige een website voor een kapper, kiest zelf zijn uren en stuurt een factuur. Welke relatie?

A

Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

B

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

C

Oproepcontract

D

Overeenkomst van opdracht

Syllabus 16.2 en 16.3: eigen uren, een factuur en geen gezag wijzen op een zzp'er met een overeenkomst van opdracht. Verwachte fout: contract voor bepaalde tijd omdat de klus eindig is.

Werkplek van een zelfstandige met laptop

EXAMENSTOF · PERSONEEL · WERVING

Zzp of werknemer?

  • Je beoordeelt of een zzp-label klopt of dat het in de praktijk een arbeidsovereenkomst is.

  • Stap 1: is er gezag (aanwijzingen, vaste tijden)? Stap 2: wie draagt het risico bij ziekte en weinig werk?

  • Een zzp'er draagt dat risico zelf, een werknemer niet.

Image credit: Free-Photos (Pixabay) / Wikimedia Commons, CC0

Een zzp'er begint elke dag om 8 uur, krijgt voor elke taak opdrachten en wordt maandelijks betaald. Wat valt op?

A

Het is zeker een overeenkomst van opdracht, want er staat zzp

B

Er is gezag, dus het lijkt op een arbeidsovereenkomst

C

Het is een oproepcontract, want er zijn geen vaste uren

D

Dit mag alleen bij een contract voor bepaalde tijd

Syllabus 16.3: de naam van het contract beslist niet; vaste tijden, aanwijzingen en vaste betaling wijzen op gezag en loon. Verwachte fout: kiezen voor opdracht vanwege het label zzp.

Een zzp'er is ziek. Wie draagt het inkomensverlies?

Syllabus 16.3. Goed antwoord: de zzp'er zelf, want de opdrachtgever hoeft geen loon door te betalen; bij een werknemer betaalt de werkgever wel door. Verwachte fout: de opdrachtgever.

Een winkelmedewerker achter de toonbank, Haarlem

EXAMENSTOF · PERSONEEL · WERVING

Contract kiezen

  • Je kiest een contractvorm die bij de behoefte van de organisatie past.

  • Vaste behoefte: onbepaalde tijd. Tijdelijke behoefte met einddatum: bepaalde tijd.

  • Wisselende drukte zonder vaste uren: oproepcontract.

Image credit: Fotopersbureau de Boer / Wikimedia Commons, CC0

Een tuincentrum zoekt voor december twee medewerkers met vaste diensten en een einddatum. Welk contract?

A

Voor onbepaalde tijd

B

Oproepcontract

C

Voor bepaalde tijd

D

Overeenkomst van opdracht

Syllabus 16.4: tijdelijke behoefte met einddatum en vaste diensten past bij bepaalde tijd. Verwachte fout: oproepcontract, omdat het om drukte gaat; maar de diensten zijn vast.

Een werkgever sluit alleen mondeling een contract met Ravi. Wat moet de werkgever dan wel schriftelijk doen?

A

De arbeidsvoorwaarden schriftelijk aan Ravi geven

B

Niets, mondeling is genoeg

C

Een factuur voor Ravi opstellen

D

Het contract door een notaris laten goedkeuren

Syllabus 16.4: voorwaarden aan de arbeidsovereenkomst. Bron: Ondernemersplein. De overeenkomst zelf mag mondeling, de arbeidsvoorwaarden moeten schriftelijk aan de werknemer worden gegeven. Verwachte fout: 'niets', omdat mondeling mag.

Een sollicitatiegesprek met een commissie

EXAMENSTOF · PERSONEEL · WERVING

Werven in een casus

  • Je koppelt een stap uit het personeelsbeleid aan de situatie.

  • Eerst de personeelsbehoefte, dan het functieprofiel, werving, selectie en het contract.

  • Let op: werving trekt kandidaten aan, selectie kiest uit die kandidaten.

Image credit: Alan Cleaver / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Een bakkerij opent een tweede winkel en verwacht meer drukte. Wat doet de eigenaar eerst?

A

Een vacature plaatsen

B

De personeelsbehoefte bepalen

C

Sollicitanten uitnodigen voor een gesprek

D

Een arbeidsovereenkomst laten tekenen

Syllabus 16 en 16.1: eerst weten hoeveel mensen met welke vaardigheden nodig zijn, daarna werven. Verwachte fout: een vacature plaatsen, omdat dat de eerste zichtbare stap is.

Een dierenopvang zoekt een geduldige verzorger. Wat doet de opvang bij de selectie?

A

Een vacature op de website plaatsen

B

Het loon van de functie vaststellen

C

Bepalen hoeveel verzorgers er nodig zijn

D

Gesprekken voeren en letten op de eisen uit het functieprofiel

Syllabus 16.1: selectie is kiezen uit sollicitanten aan de hand van het functieprofiel. De andere opties zijn werving, functiewaardering en personeelsbehoefte. Verwachte fout: de vacature plaatsen, want dat is werving.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een arbeidsrelatie herkennen

2

Zzp of werknemer onderbouwen

3

Het juiste contract kiezen

4

Werven en selecteren

Stuur bij de populairste keuze terug naar de stappen: eerst gezag en betaling zoeken, dan de vorm kiezen.

EXAMENSTOF · PERSONEEL · WERVING

Tips voor op het examen

  • Zoek in de casus naar gezag: vaste tijden en aanwijzingen betekenen een arbeidsovereenkomst.

  • Een factuur en eigen keuze van uren wijzen op een zzp'er.

  • Onderbouw met een gegeven uit de casus, niet alleen met de naam van de vorm.

Deze slide heeft geen instructies