Arbeidsrelatie, ontslag, OR (Bedrijfseconomie vwo), les 1: Uitleg

Een contract met pen, 2016. Foto: Blogtrepreneur, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Arbeidsrelatie, ontslag, OR

Examenstof bedrijfseconomie vwo

1 / 24
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over de arbeidsrelatie (iao en zzp), de vormen en voorwaarden van de arbeidsovereenkomst, de cao, ontslagroutes, Arbowetgeving, de ondernemingsraad, de vakbond en beloningsvormen, met de gevolgen voor de organisatie. 12 dia's, 6 foto's en 5 checks; examenstof bedrijfseconomie vwo, syllabus C2.

Onderdelen in deze les

Een contract met pen, 2016. Foto: Blogtrepreneur, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Arbeidsrelatie, ontslag, OR

Examenstof bedrijfseconomie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: C2 17.3-17.7, 17.9, 17.10. Image credit: Blogtrepreneur / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Wat ga je kunnen?

Ik kan een arbeidsrelatie classificeren, een ontslagroute bij een casus kiezen en de rechten van de OR en de gevolgen voor de organisatie uitleggen.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden komen bij je op bij 'een baan hebben' en bij 'ontslagen worden'?

Verwachte woorden: contract, loon, baas, zzp, cao, vakbond, ontslag, UWV, rechter, vergoeding, ondernemingsraad. Gebruik ze om te laten zien dat een organisatie juridisch gebonden is aan wat ze met personeel afspreekt. Syllabus C2 (17.3 tot 17.7, 17.9 en 17.10).

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Vormen van arbeidsrelatie

  • Een arbeidsrelatie is de afspraak op grond waarvan iemand werk doet voor een organisatie.

  • Bij een individuele arbeidsovereenkomst (iao) werkt een werknemer in dienst van één werkgever.

  • Een zzp'er of freelancer werkt op basis van een overeenkomst van opdracht: geen werknemer, maar opdrachtnemer.

  • Een cao is zelf geen arbeidsrelatie: het is een collectieve afspraak die de inhoud van veel arbeidsovereenkomsten bepaalt.

  • De vorm bepaalt de rechten, de kosten en de risico's voor de organisatie. Daarom moet je een arbeidsrelatie kunnen classificeren.

Syllabus C2 (17.3): de verschillende vormen van een arbeidsrelatie voor een organisatie uitleggen. Twee vormen staan centraal: de iao en de overeenkomst van opdracht (zzp, freelance). De cao komt in blok 2 terug. Veelgemaakte fout: denken dat een cao een soort contract met één werknemer is.

Een contract met pen, 2016. Foto: Blogtrepreneur, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Voorwaarden aan een iao

  • Een individuele arbeidsovereenkomst heeft drie voorwaarden, die alle drie aanwezig zijn.

  • Gezagsverhouding: de werkgever mag instructies geven over hoe en wanneer je werkt.

  • Arbeidsverplichting: je moet het werk zelf doen, je mag niet zomaar iemand anders sturen.

  • Loon: je krijgt voor het werk een beloning van de werkgever, meestal in geld.

Syllabus C2 (17.5): de vormen van en voorwaarden aan een individuele arbeidsovereenkomst uitleggen; voorwaarden volgens de begrippenlijst: gezagsverhouding, arbeidsverplichting en loon. Ontbreekt één van de drie, dan is het geen arbeidsovereenkomst. Het gaat om wat er in de praktijk gebeurt: een contract dat 'opdracht' heet maar waarin een gezagsverhouding bestaat, kan toch een arbeidsovereenkomst zijn. Veelgemaakte fout: denken dat de naam op het contract beslist. Image credit: Blogtrepreneur / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Zzp of werknemer?

  • Zzp'er: bepaalt zelf hoe het werk gebeurt, stuurt een factuur en draagt zelf het ondernemersrisico.

  • Werknemer: volgt instructies van de werkgever en krijgt loon, ook tijdens ziekte (loondoorbetaling).

  • Voor de organisatie betekent een zzp'er: alleen betalen voor de opdracht, geen loonadministratie en geen ontslagprocedure.

  • Daar staat tegenover: minder binding en minder controle op de manier van werken.

  • Klopt de praktijk niet met de afspraak, bijvoorbeeld door toch instructies te geven, dan is het alsnog een arbeidsovereenkomst.

Syllabus C2 (17.4): de verschillen tussen de overeenkomst van opdracht voor een zzp'er en een individuele arbeidsovereenkomst uitleggen. Het sleutelverschil is de gezagsverhouding: een opdrachtnemer bepaalt zelf de manier van werken. Gevolgen voor de organisatie: een zzp'er geeft flexibiliteit en lagere vaste kosten, een werknemer geeft binding en kennisopbouw maar ook loondoorbetaling bij ziekte en ontslagregels. Veelgemaakte fout: zzp'er en werknemer vergelijken op uurtarief in plaats van op de gezagsverhouding.

Fatima ontwerpt voor drie bedrijven logo's. Ze bepaalt zelf hoe ze werkt en stuurt na elke klus een factuur. Welke arbeidsrelatie is dit?

A

Een individuele arbeidsovereenkomst met proeftijd

B

Een oproepcontract met een minimum aantal uren

C

Een individuele arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

D

Een overeenkomst van opdracht

Syllabus C2 (17.3, 17.4). Er is geen gezagsverhouding: Fatima bepaalt zelf de werkwijze, werkt voor meerdere opdrachtgevers en factureert. Verwachte fout: kiezen voor een arbeidsovereenkomst omdat ze 'vaste klanten' heeft.

Vul in

In een arbeidsovereenkomst geeft de werkgever instructies (de gezagsverhouding), verricht de werknemer zelf het werk (de arbeidsverplichting) en betaalt de werkgever loon daarvoor.

gezagsverhouding
arbeidsverplichting
loon
cao
factuur

Syllabus C2 (17.5): de drie voorwaarden aan een individuele arbeidsovereenkomst. Verwachte fout: factuur invullen bij loon, dat hoort bij de zzp'er.

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Bepaald, onbepaald, oproep

  • Voor bepaalde tijd: het contract eindigt vanzelf op een afgesproken einddatum.

  • Voor onbepaalde tijd: het contract heeft geen einddatum en eindigt pas door opzegging, ontslag of afspraak.

  • Een oproepcontract heeft geen vaste uren. Bij nul-uren is er geen minimum, bij min-max staat een minimum en maximum vast.

  • Bij een voorovereenkomst ontstaat pas een arbeidsovereenkomst als je een oproep voor een dienst accepteert.

  • Voor de organisatie: flexibel inzetten bij wisselende drukte, maar een tijdelijk of oproepcontract geeft minder binding dan een vast contract.

Syllabus C2 (17.5): de vormen van en voorwaarden aan een individuele arbeidsovereenkomst uitleggen: voor bepaalde tijd, voor onbepaalde tijd en oproepcontracten (nul-uren, min-max, voorovereenkomst). De syllabus noemt de drie oproepvormen alleen; de omschrijvingen op de dia zijn een eigen omschrijving volgens de gangbare uitleg (Rijksoverheid). Bij een voorovereenkomst hoeft de werkgever niet op te roepen en mag de medewerker een oproep weigeren. Veelgemaakte fout: nul-uren en min-max verwisselen; min-max heeft juist een ondergrens.

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Proeftijd en voorwaarden

  • De proeftijd is een korte periode aan het begin waarin beide partijen het contract zonder opzegtermijn kunnen beëindigen.

  • Een proeftijd moet vooraf schriftelijk zijn afgesproken en de wet begrenst de lengte ervan.

  • Primaire arbeidsvoorwaarden zijn de kernafspraken: loon, arbeidsduur en vakantiedagen.

  • Secundaire arbeidsvoorwaarden zijn extra's, zoals een leaseauto, laptop, reiskostenvergoeding of opleiding.

  • Voor de organisatie zijn secundaire voorwaarden een manier om te belonen en te binden zonder het loon te verhogen.

Syllabus C2 (17.5; begrippen instroomfase): voorwaarden aan een individuele arbeidsovereenkomst: proeftijd, primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. De indeling primair (kern, direct in geld en tijd) en secundair (aanvullend) is een eigen omschrijving van de syllabusbegrippen; boeken verschillen soms in de details. De exacte lengte van de proeftijd is geen examenstof. Veelgemaakte fout: denken dat een proeftijd ook zonder schriftelijke afspraak geldt.

Vrachtwagenchauffeurs voeren actie voor hun cao, 1985

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Cao en iao vergeleken

  • Een cao is een collectieve afspraak tussen vakbonden en werkgevers(organisaties) over arbeidsvoorwaarden.

  • Een individuele arbeidsovereenkomst geldt voor één werknemer en wordt apart afgesproken.

  • De iao mag niet slechter zijn dan de cao die voor het bedrijf geldt; betere afspraken zijn wel mogelijk.

  • Gevolg: de cao maakt loonkosten voorspelbaar, maar laat weinig ruimte om goedkoper af te spreken.

Syllabus C2 (17.6, cao): de verschillen tussen een cao en een individuele arbeidsovereenkomst noemen. Collectief (sector of bedrijf) tegenover individueel. Gevolgen voor de organisatie: loonafspraken liggen voor een periode vast, onderhandelen per persoon heeft minder ruimte. Veelgemaakte fout: denken dat de cao het contract vervangt; de iao blijft bestaan en vult de cao aan. Image credit: Rob Bogaerts / Anefo / Nationaal Archief, CC0

Een strandtent roept Sven alleen op als het mooi weer is. Sven mag een oproep weigeren en de strandtent hoeft hem niet op te roepen. Welke vorm is dit?

A

Een min-max contract

B

Een voorovereenkomst

C

Een nul-urencontract

D

Een overeenkomst van opdracht

Syllabus C2 (17.5). Bij een voorovereenkomst ontstaat de arbeidsovereenkomst pas bij acceptatie van de oproep, dus Sven mag weigeren. Bij een nul-urencontract is er al een arbeidsovereenkomst en moet de medewerker in principe komen als die wordt opgeroepen. Een min-max contract heeft een afgesproken minimum aantal uren. Verwachte fout: nul-uren kiezen omdat er geen vaste uren zijn.

Zittingszaal van het kantongerecht in Apeldoorn, 2011

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Ontslagroutes

  • Op staande voet: direct opzeggen bij een dringende reden, zoals diefstal; toetsing door de kantonrechter.

  • Via het UWV: bij bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid is toestemming nodig.

  • Wederzijds goedvinden (syllabus: wederzijds goedkeuren): samen afspreken dat het contract eindigt.

  • Zonder wederzijds goedvinden heeft de werkgever een geldige reden en een vaste route nodig.

Syllabus C2 (17.10, ontslagrecht): redenen voor ontslag op staande voet via de kantonrechter, redenen voor ontslag via het UWV (bedrijfseconomisch ontslag en langdurige arbeidsongeschiktheid) en ontslag met wederzijds goedkeuren; de wet en de praktijk spreken van wederzijds goedvinden. Bij ontslag op staande voet zegt de werkgever direct op en meldt de reden meteen aan de werknemer; die kan het ontslag daarna voorleggen aan de kantonrechter. Bij wederzijds goedvinden wordt vaak ook een einddatum, vergoeding en hulp bij nieuw werk afgesproken. Veelgemaakte fout: ontslag wegens verlies zien als reden voor ontslag op staande voet. Image credit: Apdency / Wikimedia Commons, CC0

Personeelsvergadering bij Ford Nederland over de sluiting, Amsterdam, 1981

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Gevolgen van ontslagrecht

  • Ontslaan kost tijd en geld: procedure, vergoeding en soms outplacement (hulp bij nieuw werk).

  • De transitievergoeding is een derde maandsalaris per dienstjaar bij ontslag door de werkgever.

  • Bij bedrijfseconomisch ontslag wordt eerst herplaatsing in de organisatie onderzocht.

  • Door die regels weegt een organisatie af of ze personeel vast of tijdelijk in dienst neemt.

Syllabus C2 (17.10): de gevolgen van wetgeving met betrekking tot ontslagrecht voor de organisatie uitleggen en berekenen; begrippen ontslag, outplacement en transitievergoeding. De regel een derde maandsalaris per dienstjaar is gecontroleerd bij de Rijksoverheid; de vergoeding geldt niet altijd, bijvoorbeeld niet bij ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. Alle andere bedragen en termijnen zijn geen examenstof. Veelgemaakte fout: de vergoeding als een heel maandsalaris per dienstjaar berekenen. Image credit: Hans van Dijk / Anefo / Nationaal Archief, CC0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Arbowetgeving

  • De arbowetgeving verplicht de werkgever te zorgen voor een veilige en gezonde werkplek.

  • Gevolgen voor de organisatie: kosten van maatregelen, tijd voor onderzoek, voorlichting en afspraken over ziekteverzuim.

  • Daar staan baten tegenover: minder ongevallen, minder ziekteverzuim en minder verstoring van het werk.

  • Een werkgever die de regels negeert, loopt risico op een boete en op aansprakelijkheid bij een ongeval.

  • Bij een arbobeleid en een ziekteverzuimregeling heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht (zie blok 4).

Syllabus C2 (17.10): de gevolgen van wetgeving met betrekking tot Arborecht voor de organisatie uitleggen (begrip arbowetgeving). Kosten en baten tegen elkaar afwegen is de redenering die het examen vraagt. De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht bij regelingen over arbeidsomstandigheden en ziekteverzuim. Veelgemaakte fout: Arbo alleen als kostenpost zien.

Een werkgever negeert de arbowetgeving en een medewerker raakt gewond. Welk gevolg ligt het meest voor de hand voor de organisatie?

A

De werknemer verliest het recht op loon

B

De organisatie krijgt een transitievergoeding

C

Een boete en aansprakelijkheid voor de schade

D

Het UWV neemt de leiding over de werkplek

Syllabus C2 (17.10): gevolgen van Arborecht voor de organisatie. Verwachte fout: een van de andere opties kiezen omdat ze iets met 'wet' of 'UWV' te maken hebben.

Vergadering van de ondernemingsraad van strokartonfabriek Ceres, 1975

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Rechten van de OR

  • De ondernemingsraad (OR) of medezeggenschapsraad vertegenwoordigt het personeel bij de directie.

  • Adviesrecht: de directie vraagt advies bij grote besluiten, zoals een reorganisatie, fusie of investering.

  • Instemmingsrecht: zonder akkoord van de OR geen nieuw beloningssysteem of personeelsvolgsysteem.

  • De OR heeft ook informatierecht (krijgt de nodige informatie) en initiatiefrecht (doet eigen voorstellen).

Syllabus C2 (17.9): de bevoegdheden van de ondernemingsraad/medezeggenschapsraad noemen: instemmingsrecht, adviesrecht, initiatiefrecht en informatierecht. De voorbeelden (reorganisatie, fusie, investering bij advies; beloningssysteem, personeelsvolgsysteem en ziekteverzuimregeling bij instemming) komen uit de Wet op de ondernemingsraden zoals de Rijksoverheid ze beschrijft. Het onderscheid: bij advies beslist de directie na het advies, bij instemming kan het besluit niet zonder akkoord. Veelgemaakte fout: instemmingsrecht en adviesrecht verwisselen. Image credit: Fotograaf onbekend / Anefo / Nationaal Archief, CC0

Werknemers van Pelger voor het Paleis van Justitie, Amsterdam, 1972

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

OR en vakbond

  • Gevolg van de OR-rechten: besluiten kosten tijd, maar krijgen meer draagvlak en zijn beter doordacht.

  • Neemt de bestuurder het advies van de OR niet over, dan kan de OR in beroep bij de rechter (de Ondernemingskamer).

  • De vakbond komt op voor de belangen van werknemers en onderhandelt over de cao.

  • Een vakbond helpt ook leden persoonlijk, bijvoorbeeld bij een conflict over ontslag of arbeidsvoorwaarden.

Syllabus C2 (17.9): de bevoegdheden van de ondernemingsraad/medezeggenschapsraad en van de vakbond noemen en de gevolgen ervan voor de organisatie uitleggen. De OR vertegenwoordigt het personeel van één organisatie, de vakbond werknemers in het algemeen en onderhandelt met werkgeversorganisaties over de cao. Het beroep tegen een besluit dat afwijkt van het advies gaat naar de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam (WOR art. 26). Veelgemaakte fout: denken dat de OR de cao afsluit. Image credit: Fotograaf onbekend / Anefo / Nationaal Archief, CC0

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Beloningsvormen

  • Beloning in geld: loon, maar ook bonus of winstdeling. Het zijn directe loonkosten voor de organisatie.

  • Beloning in aandelen: de medewerker krijgt een belang in het bedrijf, de organisatie bindt personeel zonder direct geld uit te geven.

  • Carrièreperspectief: de kans om door te groeien naar een hogere functie. Dat kost geen geld, maar schept verwachtingen.

  • Professionele ontwikkeling: opleiding of training. De organisatie betaalt, maar het personeel wordt beter inzetbaar.

  • De keuze voor beloningsvormen beïnvloedt de loonkosten, de motivatie en de kans dat personeel blijft.

Syllabus C2 (17.7, beloningsvormen): de verschillende beloningsvormen noemen en de gevolgen voor de organisatie uitleggen: in geld, in aandelen, carrièreperspectief en mogelijkheid tot professionele ontwikkeling. Veelgemaakte fout: beloning alleen als geld zien.

Wat houdt het initiatiefrecht van de ondernemingsraad in?

A

De OR mag zelf voorstellen aan de bestuurder doen

B

De OR moet elk besluit van de directie goedkeuren

C

De OR krijgt een deel van het resultaat uitgekeerd

D

De bestuurder moet de OR eerst om informatie vragen

Syllabus C2 (17.9). Verwachte fout: initiatiefrecht verwarren met instemmingsrecht.

Welk onderdeel vond je het lastigst?

1

Zzp of werknemer

2

Ontslagroutes

3

Rechten van de OR

4

Beloningsvormen

Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra aandacht aan besteedt.

Hoe houd je een zzp'er en een werknemer uit elkaar?

Een goed antwoord noemt de gezagsverhouding: een werknemer volgt instructies van de werkgever, een zzp'er bepaalt zelf de werkwijze. Bonus: loon, arbeidsverplichting en factuur. Verwachte fout: alleen naar de naam op het contract kijken.

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Begrippen (1/2)

  • individuele arbeidsovereenkomst: Afspraak tussen één werkgever en één werknemer: gezagsverhouding, arbeidsverplichting en loon.

  • gezagsverhouding: De werkgever mag instructies geven over hoe en wanneer je werkt.

  • overeenkomst van opdracht: Afspraak met een zzp'er of freelancer, zonder gezagsverhouding.

  • oproepcontract: Contract zonder vaste uren: nul-uren, min-max of voorovereenkomst.

  • proeftijd: Beginperiode waarin beide partijen zonder opzegtermijn kunnen opzeggen.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · PERSONEEL · ONTSLAG EN OR

Begrippen (2/2)

  • cao: Collectieve afspraak tussen vakbonden en werkgevers over arbeidsvoorwaarden.

  • ontslagrecht: Regels voor wanneer en hoe een werkgever een contract mag beëindigen.

  • transitievergoeding: Vergoeding bij ontslag door de werkgever, een derde maandsalaris per dienstjaar.

  • ondernemingsraad: Vertegenwoordigt het personeel, met advies-, instemmings-, initiatief- en informatierecht.

  • vakbond: Behartigt de belangen van werknemers en onderhandelt over de cao.

Deze slide heeft geen instructies