Drogredenen

Welkom

Argumenteren


Drogredenen
Nederlands
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom

Argumenteren


Drogredenen
Nederlands

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesprogramma
  1. Voorkennis argumentatiestructuren            
  2. Uitleg drogredenen

  3. Zelf oefenen
    Ben je er klaar voor? Maak de eindopdracht!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Argumentatiestructuren

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het eind van deze les...

  • ken je de  belangrijkste soorten drogredenen die er zijn.

  • kun je verschillende soorten drogredenen herkennen.

  • kun je beoordelen of een argument sterk of zwak is.

  • kun je zwakke argumenten weerleggen door erop te wijzen dat het drogredenen zijn. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drogreden
  • Een drogreden is een reden of redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt.

  • Drogredenen worden vaak in discussies gebruikt, maar ook wel in andere situatie

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Drogredenen
  1. Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
  2. Cirkelredenering
  3. Verkeerde vergelijking
  4. Generalisatie
  5. Onduiken van de bewijslast
  6. Verkeerd autoriteitsargument
  7. Beroep op traditie
  8. Persoonlijke aanval

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De onjuiste oorzaak-gevolgrelatie (1)


Er wordt tussen twee zaken een oorzaak-gevolgrelatie gelegd, terwijl die er niet is.

 
Veel ouderen die op een e-bike rijden hebben een ongeval gehad, dus is het rijden met een e-bike gevaarlijk.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Onjuiste oorzaak-gevolgrelatie


'Sinds de jaren tachtig worden er computers gebruikt in het basisonderwijs. En sinds de jaren tachtig hebben kinderen minder parate kennis. Door het gebruik van computers op school hebben kinderen dus minder parate kennis.'

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Cirkelredenering (2)
Bij een cirkelredenering herhaal je je standpunt, alleen anders geformuleerd.


Ik vind haar niet aardig, want ik mag haar niet.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Cirkelredenering


'Dit kabinet maakt er echt een puinhoop van, want het kabinet doet helemaal niets goed!

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De verkeerde vergelijking (3)

Je vergelijkt onterecht twee zaken met elkaar.

Volgens de NS hoeft in de sprinter geen wc te zitten. In een bus zit die toch ook niet.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Verkeerde vergelijking


'Het geschiedenisonderwijs kan beter worden afgeschaft. Wat gebeurd is, is gebeurd. Een versleten jas gooi je toch ook weg!'

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De overhaaste generalisatie (4)
Op grond van een of een enkel voorval wordt er een conclusie getrokken die voor alle gevallen geldt.

Mijn opa dronk elke dag een paar glazen jenever en is 98 jaar geworden, alcohol drinken is dus helemaal niet ongezond. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Overhaaste generalisatie


'Hardlopen is helemaal niet gezond. Bij de marathon van vorige week is een man in elkaar gezakt en ter plekke overleden aan een hartaanval.'

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werklozen zijn te beroerd om te werken, dat zie je wel aan mijn buurman.
A
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
B
verkeerde vergelijking
C
cirkelredenering
D
generalisatie

Slide 16 - Quizvraag

Op basis van te weinig gegevens stelt iemand een algemene regel vast
Supermarktmedewerkers moeten niet klagen als ze overuren maken, want winkeliers werken ook op koopavonden en zaterdag
A
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
B
verkeerde vergelijking
C
cirkelredening
D
generalisatie

Slide 17 - Quizvraag

er worden dingen met elkaar vergeleken die eigenlijk niet te vergelijken zijn
Iemand die niet vooraf een proefexamen maakt, haalt een slecht resultaat. Jim heeft een onvoldoende, dus hij heeft het proefexamen niet gemaakt.
A
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
B
verkeerde vergelijking
C
cirkelredenering
D
generalisatie

Slide 18 - Quizvraag

Een foute conclusie trekken; een verkeerde voorstelling van oorzaak en gevolg.
“Ik ben geen kleptomaan, want ik steel niet.”
A
onjuiste oorzaak-gevolgrelatie
B
verkeerde vergelijking
C
cirkelredenering
D
generalisatie

Slide 19 - Quizvraag

Een spreker of schrijver gebruikt bij een cirkelredenering de bewering als het argument zelf. Vaak geeft de spreker of schrijver een definitie of omschrijving van de bewering in zijn argument, zoals in onderstaand voorbeeld een niet-kleptomaan per definitie niet steelt.
Onduiken van bewijslast (5)
Je formuleert je argument zo dat je je tegenstanders ervan weerhoudt het standpunt tegen te spreken.

'Ik ben tegen de doodstraf. Ieder weldenkend mens is daar toch tegen!'

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Ontduiken van bewijslast


'Als jij geen tegenargumenten kunt bedenken, dan is het dus waar.'



Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een onjuist beroep op een autoriteit (6)

Je voert iemand op die helemaal geen autoriteit is op het gebied van het onderwerp van de discussie.

''Wij van WC-eend adviseren WC-eend.''

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Een onjuist beroep op  autoriteit



'Ik weet zeker dat deze maaltijd gezond is, want dat heeft mijn fitnesstrainer gezegd.'

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beroep op traditie (7)
Je geeft een argument dat gebaseerd is op het idee dat iets zo moet blijven omdat het altijd al zo geweest is.

'Waarom zou ik een mobiele telefoon aanschaffen? Vroeger had niemand een mobiele telefoon en de communicatie verliep altijd prima.'

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Beroep op traditie


Natuurlijk moeten leerlingen met pen en papier blijven werken, dit is altijd zo geweest.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonlijke aanval (8)
Bij een persoonlijke aanval wordt er niet op de bal, maar op de persoon gespeeld. 

 'Als je tegen Zwarte Piet bent, dan ben je geen echte Nederlander'. 

Dit argument valt iemand aan op zijn mening 


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Persoonlijke aanval


Wat weet jij van nu gezondheid, jij weegt zelf 105 kilo!

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dat hoef ik niet te bewijzen, dat is gewoon zo!
A
Verkeerd autoriteitsargument
B
Beroep op traditie
C
Persoonlijke aanval
D
Ontduiken van bewijslast

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Condooms verergeren de verspreiding van aids, want dat zegt de paus.
A
Verkeerd autoriteitsargument
B
Beroep op traditie
C
Persoonlijke aanval
D
Ontduiken van bewijslast

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

We eten nooit later dan zes uur, dus nu ook niet.
A
Verkeerd autoriteitsargument
B
Beroep op traditie
C
Persoonlijke aanval
D
Ontduiken van bewijslast

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Jij stelt niks voor, want je bent maar een docent.

A
Verkeerd autoriteitsargument
B
Beroep op traditie
C
Persoonlijke aanval
D
Ontduiken van bewijslast

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Video
-
Argumentatiestructuren

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies