Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
aiToolsTab
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
Een griezelig Halloween BL verwijswoorden
Een griezelige Halloween
Verwijswoorden
1 / 28
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Begrijpend lezen
Basisschool
Groep 3
In deze les zitten
28 slides
, met
interactieve quizzen
en
tekstslides
.
Lesduur is:
20 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Een griezelige Halloween
Verwijswoorden
Slide 1 - Tekstslide
Ik kan een verwijswoord in een tekst vinden.
Slide 2 - Tekstslide
Wat is een verwijswoord ?
Verwijswoorden zijn woorden die naar ander woord verwijzen in een tekst.
Woorden als :
Ik,jij,u,het, wij ,jullie,zij,me,mij,jou,hem,haar,ons,hen,hun,
mijn,jouw,uw,zijn,haar,ons,ze
deze,die,dit,dat,wie,wat
toen,daar,hier
Slide 3 - Tekstslide
Summer liep naar het oude huis. Zij vond het niet eng.
Het verwijswoord= Zij
Slide 4 - Tekstslide
Summer liep naar het oude huis. Zij vond het niet eng.
Het verwijswoord= Zij
Zij-> Summer
want je kunt ook lezen:
Summer vond het niet eng
Slide 5 - Tekstslide
Matz heeft honger. Hij gaat eten
Het verwijswoord= hij
Slide 6 - Tekstslide
Matz heeft honger. Hij gaat eten
Het verwijswoord= hij
hij -> Matz
want je kunt ook lezen:
Matz gaat eten.
Slide 7 - Tekstslide
Kailey heeft een pompoen. Zij heeft hem gekocht.
Het verwijswoord= zij
Verwijswoord= hem
Slide 8 - Tekstslide
Kailey heeft een pompoen. Zij heeft hem gekocht.
Het verwijswoord= zij
Zij=Kailey
Verwijswoord= hem
hem->pompoen
want je kunt ook lezen:
Kailey heeft een pompoen gekocht
Slide 9 - Tekstslide
Welk verwijswoord zie je in de zin :
Gisteren was er een jongen op straat. Hij had een masker op.
A
hen
B
zij
C
hij
D
hun
Slide 10 - Quizvraag
Welk verwijswoord zie je in de zin :
Er waren veel mensen op het feest. Ik kende hen niet.
A
hen
B
zij
C
jullie
D
hun
Slide 11 - Quizvraag
Welk verwijswoord zie je in de zin :
Wij gingen naar de buren. Zij gaven ons snoep.
A
hen
B
zij
C
hij
D
hun
Slide 12 - Quizvraag
Welk verwijswoord zie je in de zin :
Moeder was benieuwd naar mijn snoep. Ik liet haar mijn tas zien.
A
hen
B
zij
C
hij
D
haar
Slide 13 - Quizvraag
Welk verwijswoord zie je in de zin :
Wij kwamen een groep tegen. Wij kenden hen niet.
A
hen
B
zij
C
hij
D
haar
Slide 14 - Quizvraag
Welk verwijswoord zie je in de zin :
De buurman woont in een eng huis. Wij kennen hem niet.
A
hen
B
zij
C
hij
D
hem
Slide 15 - Quizvraag
1
2
Zoek met je maatje naar verwijswoorden in de tekst, kleur deze met potlood.
Klaar: Pak je leesboek. En ga stillezen.
3
ze, hij , hen, hun , zij, haar, ik, wij/we
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Tekstslide
Ik kan vertellen waar een verwijswoord naar verwijst.
Verwijswoorden
Naar wie of het verwijst het ?
zij
het meisje
Het
de pompoen
Slide 18 - Tekstslide
Wat is een verwijswoord ?
Verwijswoorden zijn woorden die naar ander woord verwijzen in een tekst.
Woorden als :
Ik,jij,u,het, wij ,jullie,zij,me,mij,jou,hem,haar,ons,hen,hun,
mijn,jouw,uw,zijn,haar,ons,ze
deze,die,dit,dat,wie,wat
toen,daar,hier
Slide 19 - Tekstslide
Vince heeft honger. Hij gaat eten
hij -> Vince
want je kunt ook lezen:
Vince gaat eten.
Slide 20 - Tekstslide
Liza heeft een pompoen. Zij heeft hem gekocht.
Het verwijswoord= zij
Zij=Liza
Verwijswoord= hem
hem->pompoen
want je kunt ook lezen:
Liza heeft een pompoen gekocht
Slide 21 - Tekstslide
Alysa liep naar het oude huis. Zij vond het niet eng.
Zij-> Alysa
want je kunt ook lezen:
Alysa vond het niet eng
Slide 22 - Tekstslide
Waar verwijst het verwijswoord naar ?
Gisteren was er een jongen op straat. Hij had een masker op.
A
masker
B
de jongen
Slide 23 - Quizvraag
Waar wijst het verwijswoord naar ?
Moeder was benieuwd naar mijn snoep. Ik liet haar mijn tas zien.
A
moeder
B
haar
Slide 24 - Quizvraag
Waar wijst het verwijswoord naar ?
Wij kwamen een groep tegen. Wij kenden hen niet.
A
wij
B
een groep
Slide 25 - Quizvraag
Waar wijst het verwijswoord naar ?
De buurman woont in een eng huis. Wij kennen hem niet.
A
huis
B
de buurman
Slide 26 - Quizvraag
Waar verwijst het verwijswoord naar?
Er waren veel mensen op het feest. Ik kende hen niet.
A
het feest
B
de mensen
C
D
Slide 27 - Quizvraag
1
2
Lees nog een keer de tekst goed met je maatje.
Vul met je maatje " het verwijswoorden" schema in :
Klaar: Pak je leesboek. En ga stillezen.
3
Slide 28 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
Halloween '25 - Quiz
October 2025
-
22 slides
newEditor
LessonUp
Basisschool
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Groep 5-8
LessonUp Inspiratie
Halloween '25 - Quiz
October 2025
-
22 slides
newEditor
LessonUp
Basisschool
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Groep 5-8
Quiz!
Halloween met LessonUp - Editie 2🎃24
October 2024
-
28 slides
LessonUp
Basisschool
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Groep 5-8
LessonUp Inspiratie
Halloween '24 - Quiz
November 2025
-
28 slides
newEditor
LessonUp
Basisschool
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Groep 5-8
Quiz!
Verwijswoorden en flaptekst
January 2022
-
26 slides
Taal
Basisschool
Groep 8
Kidsweek in de Klas
Groep 7-8 | taal | persoonlijke voornaamwoorden
August 2025
-
27 slides
Nederlands
Taal
+2
Basisschool
Groep 7,8
TisTaal by Dutchily E.E.
Halloween '24 - Quiz
July 2024
-
28 slides
LessonUp
Basisschool
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Groep 5-8
LessonUp Inspiratie
Halloween '23 - Quiz
July 2024
-
28 slides
LessonUp
Basisschool
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Groep 5-8
LessonUp Inspiratie