Vergelijkingen & Overtreffende trap

vergelijkingen
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

vergelijkingen

Slide 1 - Tekstslide

DOEL
  •  Ik kan een vergelijking maken in het Engels
  • Ik kan een vergrotende trap maken
  • Ik kan een overtreffende trap maken

Slide 2 - Tekstslide

Waar ben jij net zo goed in als ik?

Slide 3 - Tekstslide

  • 2 SOORTEN VERGELIJKINGEN

  1. gelijkwaardige vergelijkingen
  2. ongelijkwaardige vergelijkingen
Wat is een vergelijking?

Slide 4 - Tekstslide

GELIJKWAARDIGE VERGELIJKING 
  • Jij bent net zo groot als ik. 
  • Wij zijn net zo schattig als jij.
  • Hij is net zo grappig als zij.
=

Slide 5 - Tekstslide

  • This dog is as big as that dog.

  • This dog is as hairy as that dog.

  • This dog is as beautiful as that dog.

In het Nederlands:
net zo groot; mooi; lekker; snel als
 
In het Engels:
as big; beautiful; nice; fast as

Slide 6 - Tekstslide

Waar ben jij beter in dan ik?

Slide 7 - Tekstslide







ONGELIJKWAARDIGE VERGELIJKING

Slide 8 - Tekstslide

ONGELIJKWAARDIGE VERGELIJKING
als we dingen vergelijken en iets of iemand is
groter / sneller/ leuker / mooier/ lekkerder dan   

           groot                         groter
vergrotende trap

Slide 9 - Tekstslide

In het Nederlands zeg je
In het Engels zeg je 
this dog is smaller than that one
: groter dan
: bigger than

Slide 10 - Tekstslide

In het Engels zet je net als in het Nederlands -er achter het woord 
klein - kleiner
small - smaller
fast - faster
high - higher
       small           smaller

Slide 11 - Tekstslide

My sister has a ___ room than I have.
A
big
B
bigger
C
biggest
D
more bigger

Slide 12 - Quizvraag

I drive ___ than my husband.
A
safe
B
safer
C
safest
D
most safe

Slide 13 - Quizvraag

My dog is ............. than your pony
A
the bigest
B
the biggest
C
biger than
D
bigger than

Slide 14 - Quizvraag

Waar ben jij het beste in?

Slide 15 - Tekstslide

ONGELIJKWAARDIGE VERGELIJKING
als we dingen vergelijken en iets is het mooist/ grootst/ lekkerst/leukst etc. dan noemen we dit de overtreffende trap
           groot                 groter dan               het grootst

Slide 16 - Tekstslide

in het Nederlands: het ..........+ -ste
in het Engels zet je dan the ..........+ -est
fastest 
smallest
highest
                   small             smaller than     the smallest

Slide 17 - Tekstslide

Voor het woord zet je eerst the en achter het woord + est
This is the smallest dog they have.

Slide 18 - Tekstslide

He has .......... car in our family.
A
faster than
B
the faster
C
fastest than
D
the fastest

Slide 19 - Quizvraag

London is .............city in Europe.
A
largeer than
B
the largeest
C
larger than
D
the largest

Slide 20 - Quizvraag

The teacher likes to have the ___ talks.
A
dull
B
duller
C
dullest

Slide 21 - Quizvraag

3 Uitzonderingen:
woorden die eindigen op een -y
bijv : ugly, lazy, early, heavy
Bij de vergrotende / overtreffende trap verdwijnt de -y en verandert in:
  • an uglier dog       / the ugliest dog
  • a lazier man         / the laziest man
  • a hairier dog        / the hairiest dog
1

Slide 22 - Tekstslide

2
woorden die eindigen op -e
bijv : safe, nice, large
Bij de vergrotende / overtreffende trap komt er een -r / - st achter het woord

Slide 23 - Tekstslide

2
woorden die eindigen op -e
  • a large dog
  • a larger dog
  • the largest dog

Slide 24 - Tekstslide

Woorden van 1 lettergreep met 1 klinker die eindigen op 1 medeklinker
3
  • a fat dog
  • a fatter dog
  • the fattest dog

Slide 25 - Tekstslide

Woorden van 1 lettergreep met 1 klinker die eindigen op 1 medeklinker
3
bijv : big , fat, hot
Bij de vergrotende / overtreffende trap verdubbelt de medeklinker + er / est
  • big - bigger - biggest
  • fat  - fatter   - fattest
  • hot - hotter - hottest

Slide 26 - Tekstslide

This is a nice cat. It's much ...............
my friend's cat
A
nicer than
B
niceer than
C
the nicest
D
the niceest

Slide 27 - Quizvraag

This joke was ....................
joke I've ever heard.
A
the funnyest
B
funnyer than
C
the funniest
D
funnier than

Slide 28 - Quizvraag

You look ........... yesterday
A
the biggest
B
the bigest
C
bigger than
D
biger than

Slide 29 - Quizvraag

Bij meer dan 2 lettergrepen
vergrotende trap
more .......... than
  • more beautiful than
  • more intelligent than
  • more wonderful than
  • more exciting than
  • the most beautiful
  • the most intelligent
  • the most wonderful
  • the most exciting
overtreffende trap
the most

Slide 30 - Tekstslide

Find the mistake!

Slide 31 - Tekstslide

een aantal woorden van 2 lettergrepen krijgen ook more en most
bijv. famous en boring

Slide 32 - Tekstslide

Deze rijtjes moet je uit je hoofd leren :


  • much / many - more   - most
  • little / few        - less      - least
  • bad                   - worse  - worst
  • good                 - better - best

Slide 33 - Tekstslide

This is .............
exercise on the worksheet.
A
the difficultest
B
the most difficult
C
the most difficultest
D
the more difficulter

Slide 34 - Quizvraag

Se is .......... teacher in the country.
A
the goodest
B
gooder than
C
the best
D
better than

Slide 35 - Quizvraag

Oh no, this is my ............ nightmare!
A
badder
B
baddest
C
worse
D
worst

Slide 36 - Quizvraag

My life is ................. yours
A
more boring than
B
more boringer than
C
the most boring
D
the most boringest

Slide 37 - Quizvraag

The weather today is even ___
than yesterday.
A
badder
B
baddest
C
worse
D
worst

Slide 38 - Quizvraag

My dad is the ___ dad ever!
A
good
B
goodest
C
better
D
best

Slide 39 - Quizvraag

Wat heb je van mij nodig om je te verbeteren?

Slide 40 - Woordweb

And now something completey different......

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Video