In deze les zitten 12 slides, met tekstslides en 1 video.
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Week 3 - W39 M4
Slide 1 - Tekstslide
Weektaak
Unit 1 - Lesson 4
&
Unit 1 - Lesson 1
Lesson 1 - Presentations
Lesson 2 - Speaking
Work by yourself
Unit 1 Lesson 4
2, 3 (expressions A & B p. 66), 4 (script only), 6
Lesson 3 - Grammar
Go back to lesson 1.1
Ex. 14 t/m 16 - superlatives
see p. 66 for tips
Lesson 4 - Exam Idiom
Study the words from unit 11 Write the words in your notebook
Slide 2 - Tekstslide
Weektaak
Unit 1 - Lesson 4
&
Unit 1 - Lesson 1
Lesson 1
Homework check
Work by yourself
Unit 1 Lesson 4
2, 3 (expressions A & B p. 66), 4 (script only), 6
Lesson 2 - Speaking
Talk for 30 seconds
Mock presentations (ex. 10 & 12)
introduction: Oral exam
Lesson 3 - Grammar
Go back to lesson 1.1
Ex. 14 t/m 16 - superlatives
see p. 66 for tips
Lesson 4 - Oral exam
Slide 3 - Tekstslide
Unit 1 - Lesson 4
Homework check
Work by yourself
Unit 1 - Lesson 4
1 - together in class
2
3 (expressions A & B p. 66),
4 (script only)
6
Next lesson: Mock presentations
Slide 4 - Tekstslide
Semiles
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Tekstslide
Lesson 2 - Mock presentations
Work with the person next to you
Roll the dice:
did you roll an even number? Present ex. 10
did you roll an uneven number? Present ex. 12
Slide 7 - Tekstslide
Lesson 2 - Exercises
Unit 1 Lesson 4
2 - Fill in the gaps (p. 74)
3 - use expressions A & B p. 66
4 - script only
6 - Similes
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Video
Lesson 3 - 1.1 Grammar
Slide 10 - Tekstslide
Lesson 3 - 1.1 Grammar
Ex. 14, 15 & 16
p. 20
uitleg: p. 66
Finish from the previous class: Unit 1 Lesson 4
2 - Fill in the gaps (p. 74)
3 - use expressions A & B p. 66
4 - script only
6 - Similes
Slide 11 - Tekstslide
Lesson 4 - Exam Idiom H 11
write the words in your notebook using this technique
Vooraf: zorg dat je 2 pennen hebt in verschillende kleuren. Lees alle woorden van 1 blz goed door. Je doet 1 blz per keer.
Zorg dat enkel 1 rij woorden zichtbaar is, de zinnen en andere rij verberg je met je schrift.
Schrijf alle woorden op die je zeker weten kan vertalen. De woorden die je niet weet sla je eerst over.
Dan check je met je andere kleur pen of je de woorden goed vertaald hebt. Verbeter met die kleur pen. Met deze zelfde pen schrijf je alle woorden op die je niet uit je hoofd kende. Doe vervolgens hetzelfde met de woorden die je nu in je schrift hebt staan. Vertaal de woorden die je zeker weet met de ene kleur, en de woorden die je niet wist en uit je boek hebt moeten halen met de andere kleur.
Resultaat: een overzicht van de woorden die je al kende en de woorden die je nog niet kende.