§ 1.3 Wereld: Sedimentatie

1.3: Sedimentatie
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

1.3: Sedimentatie

Slide 1 - Tekstslide

Tot nu toe

Slide 2 - Woordweb

Wat gaan we doen?
  • Herhaling eerdere theorie
  • Uitleg paragraaf 1.3
  • Aan de slag

Slide 3 - Tekstslide


A
mechanische verwering
B
chemische verwering
C
biologische verwering

Slide 4 - Quizvraag

Sleep het juiste begrip naar de juiste afbeelding
Chemische verwering
Mechanische verwering: water
Mechanische verwering: temperatuur
Biologische verwering: planten

Slide 5 - Sleepvraag

Dit dal is geërodeerd door een...
A
Rivier
B
Gletsjer

Slide 6 - Quizvraag

Dit dal wordt ook wel een .... genoemd.

Slide 7 - Open vraag

Dit dal is gevormd door een...
A
Gletsjer
B
Rivier

Slide 8 - Quizvraag

Leerdoelen
  • Je weet wat verweringsmateriaal en sedimentatie is.
  • Je begrijpt hoe het verweringsmateriaal gesorteerd wordt afhankelijk van de stroomsnelheid.
  • Je kunt beschrijven en verklaren wat er in de boven-, midden- en benedenloop van een rivier gebeurt.



Slide 9 - Tekstslide

Ben je weleens op het strand geweest?
Ja, heel vaak
ja, een paar keer
ja, een enkele keer
nee, nog nooit

Slide 10 - Poll

Wat komt er altijd uit op zee?

Slide 11 - Open vraag

Zeeën en rivieren
Om de verandering van landschappen te begrijpen, zul je moeten begrijpen hoe zeeën en rivieren invloed hebben op het land.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide


Een laaggelegen en vlak gebied heet een laagvlakte
Door de laagvlakte stroomt de benedenloop an de rivier.


aantekening
Een laaggelegen en vlak gebied heet een laagvlakte.
Door de laagvlakte stroomt de benedenloop van de rivier.
(- hooggebergte = bovenloop)
(- middelgebergte en heuvellandschap = middenloop)

Slide 15 - Tekstslide

In een laagvlakte kom je metersdikke lagen grind, zand en klei tegen. Die zijn daar naar de bodem gezakt.
Sedimentatie: proces waarbij korrels blijven liggen.
Sedimentatie = neerleggen

aantekening

Slide 16 - Tekstslide

Verwering =

Slide 17 - Open vraag

Erosie =

Slide 18 - Open vraag

Meanderen =

Slide 19 - Open vraag

Sedimenteren =

Slide 20 - Open vraag

Noem de 6 sedimentatiematerialen (verweringsmaterialen).

Slide 21 - Open vraag

Bovenloop
Middenloop
Benedenloop

Slide 22 - Tekstslide

Welke sedimentatie in welke loop?

Slide 23 - Tekstslide

Bovenloop
Middenloop
Benedenloop
Rotsblokken
Stenen (keien)
Zand (grind)
Keien
Grind
Klei
Zeer snelle rivier
snelle rivier
langzame rivier
Veel verwering
Beetje verwering
weinig verwering
Erosie
Erosie
Veel erosie
Sedimentatie
Sedimentatie
Veel sedimentatie
aantekening

Slide 24 - Tekstslide

Bovenloop
Middenloop
Benedenloop
Delta

Slide 25 - Tekstslide

Delta
Nieuw land in zee dat ontstaat door sedimentatie waar een rivier in zee uitmondt.


Nieuw land in zee dat ontstaat door sedimentatie waar een rivier in zee uitmondt.
aantekening

Slide 26 - Tekstslide

Estuarium



Trechtervormige monding van de rivier. 

Tijdens eb en vloed stroomt de zee de rivier in en uit en neemt sediment mee naar de zee. 

aantekening

Slide 27 - Tekstslide

Delta
Estuarium

Slide 28 - Tekstslide

0

Slide 29 - Video

Bekijk het volgende filmpje en bedenk wat er gaat gebeuren

Slide 30 - Tekstslide

https://www.youtube.com/shorts/tVXZRbVpaKg

Slide 31 - Tekstslide

Op een strand
 heb je misschien wel eens met je voeten in de branding gezeten. De golven stromen af en aan. En telkens bewegen er zandkorrels en schelpen heen en weer. Toch blijft er bij elke golf net iets meer zand liggen dan er mee teruggenomen wordt. Hierdoor wordt het strand opgehoogd met een dun laagje zand.

Slide 32 - Tekstslide

Zandbanken
Strand
Hoe komt het zand uiteindelijk op het strand terecht?
Bij hoog water en gunstige wind wordt het zand van de zandbanken naar het strand vervoerd. Zo worden stranden hoger. 

Slide 33 - Tekstslide

Een deel van al het zand en klei dat door de rivier wordt aangevoerd, wordt door stromend zeewater meegenomen. Op plaatsen voor de kust waar de stroming wordt afgeremd, vallen de zandkorrels naar beneden. Ze vormen daar
zandbanken
. Op deze zandbanken komen stranden voor.

Slide 34 - Tekstslide

Zee
  • Golven nemen zand mee richting het strand.
  • Zo zorgt de zee voor sedimentatie van zand op het strand.
  • Bij storm slaan de golven stukken van de duinen weg. Dan zorgt de zee voor erosie.
aantekening

Slide 35 - Tekstslide

Duinen: door de wind opgewaaide zandheuvel.

Door de wind opgewaaide zandheuvel.

Door de wind opgewaaide zandheuvel.


Als je op je handdoek ligt op het droge strand, kan het gebeuren dat plotseling de wind opsteekt. Het zand vliegt dan om je oren. Rondom je tas hoopt zich dan zand op. Als je je tas zou laten liggen, zou die helemaal bedekt raken met zand en zou je nog alleen een heuveltje zand zien. Op dezelfde wijze ontstaan er op het strand duinen rond stukken hout of plantjes helmgras. Het begint klein maar na verloop van tijd kunnen ze meters hoog worden
WIND
aantekening

Slide 36 - Tekstslide

Je weet nu hoe gesteente verbrokkelt en dat het uiteindelijk duizenden kilometers verderop weer wordt gesedimenteerd in de laagvlakte en op de zeebodem. Omdat dit al heel lang aan de gang is, bestaan de laagvlakten uit kilometers dikke lagen zand en klei. 

Slide 37 - Tekstslide

Bij een dikte van honderden meters of meer worden de zand- en kleikorrels zo stevig samengeperst,
dat het gesteente wordt => sedimentgesteente
aantekening

Slide 38 - Tekstslide

Sedimentgesteente
Gesteente dat dat ontstaat uit samengeperst
sediment (laagjes).

- Zand --> Zandsteen
- Klei --> Schalie
- Schelpen --> Kalksteen (fossielen)
aantekening

Slide 39 - Tekstslide

Aan de slag
Maak opdracht 1 t/m 6

Slide 40 - Tekstslide