Thema 2 - Basisstof 4 Gezonde voeding

Vandaag
  • Introductie / voorkennis
  • Uitleg
  • Zelfstandig werken & Huiswerk en poster controle
  • Afsluiten
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
  • Introductie / voorkennis
  • Uitleg
  • Zelfstandig werken & Huiswerk en poster controle
  • Afsluiten

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat waren ook alweer de 6 groepen voedingsstoffen?

Slide 2 - Tekstslide

Klassikaal vragen en de 6 noteren op het bord.
Doorvragen naar voedingsvezel. Naast deze 6 groepen voedingsstoffen hadden we nog een groep besproken, weten jullie nog wat dat was?
Hints:
- Het geeft je een verzadigd gevoel.
- Behoort tot de koolhydraten.
- Verzamelnaam voor plantaardige stoffen die je lichaam niet kan verteren.
- Zorgt voor een verbeterde stoelgang.
Gezonde voeding
Thema 2 - basisstof 4

Slide 3 - Tekstslide

Voorkennis koppelen aan deze basisstof. 
Om gezond te blijven heb je alle 6 de groepen voedingsstoffen nodig. Het is niet zo dat in 1 voedingsmiddel maar 1 groep voedingsstof zit. De groep minderalen komt bijna in elk voedingsmiddel voor. Maar hoe weet je nou wat je per dag ongeveer moet eten om voldoende voedingstoffen binnen te krijgen om gezond te blijven.
Leerdoelen
Aan het eind van de les kan je:
  • met de schijf van 5 adviezen voor gezond voedsel geven.
  • toelichten wat een gezond gewicht is en kan je benoemen welke keuzes hier aan bij kunnen dragen.
  • mogelijke oorzaken en gevolgen van eetstoornissen benoemen en een aantal voorbeelden benoemen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schijf van 5 
  • Het voedingscentrum 

Slide 5 - Tekstslide

Is een stichting dat onder andere voorlichting geeft over goed en gezond eten. Om een idee te hebben wat je elke dag ongeveer moet eten hebben ze een schijf van vijf gemaakt als hulpmiddel. Verschillende soorten voedingsmiddelen zijn dan ingedeeld in 5 groepen en de grote van de taartpunt geeft aan hoeveel je er op een dag van eten moet. 
Vitamines
Eiwitten
Koolhydraten
Water
Vetten

Slide 6 - Tekstslide

De grootste taartpunt die je ziet is de groende, waarin groente en fruit zich bevinden. De belangrijkste voedingstof die je uit groente en fruit haalt zijn vitamines.

Dan heb je oranje, de groep waar onder andere brood, graanproducten en aardappel behoren. Van deze groep krijg je de meeste koolhydraten binnen.

Roze en blauw zijn bijna even groot, blauw is simpel dat zijn dranken en daar haal jij je water uit.
Roze is heel veelzijdig, hier behoren zitten zowel plantaardige als dierlijke producten. In de grootste taartpunten, groen en oranje zitten eigenlijk alleen maar plantaardige producten. Maar in roze daar behoren zuivel, noten, vis, peulvruchten, vlees en ei bij en in deze groep krijg je vooral eiwitten binnen.

En als laatst heb je geel. Hier zitten voornamelijk de vetten, maar hier zitten ook vitamines in die vetoplosbaar zijn, dat wil zeggen dat ze niet oplosbaar zijn in water. Van deze groep heb je eigenlijk niet veel nodig om aan je dagelijkse behoefte te komen.
In het kort
  1. Groen --> Veel groente (250 gr) en fruit (2 stuks)
  2. Geel --> Zacht en vloeibare vetten
  3. Roze -->  Meer plantaardig, minder vlees
  4. Oranje --> Meer volkoren
  5. Blauw --> Drinken zonder suiker

Slide 7 - Tekstslide

De 5 adviezen die het voedingscentrum eigenlijk meegeeft is dat je veel groente en fruit eet. Voor de groep vetten, dat je vooral zachte en vloeibare vetten eet. Deze zijn namelijk beter voor je bloedvaten.

Voor de groep waar je je eiwitten vandaan haalt, adviseren ze om meer plantaardig en minder vlees te eten. Dit is goed voor jou maar ook goed voor het milieu.

Oranje, war je je koolhydraten voornamelijk krijgt. Adviseren ze om vooral volkoren producten te eten. Als je voldoende eet verklein je de kans op hart- en vaatziekten, darmkanker diabetes type 2.

En voor dranken adviseren ze eigenlijk drinken te drinken zonder suiker. 
Energie
  • Brandstof
  • Kilojoule (kJ)
  • Kilocalorie (kcal) 
 
  • Afhankelijk van geslacht, leeftijd, grootte en inspanning
1 kcal = 4,2 kJ

Slide 8 - Tekstslide

Een groot deel van de voedsel gebruik je als brandstof. Uit dit deel van je voedsel haalt je lichaam zijn energie vandaan. 

Voor energie heb je eigenlijk 2 eenheden, oftewel maatstaven. Je hebt kilojoule en je hebt kilocalorie. Wanneer mensen over calorieën hebben, praten ze eigenlijk over kilocalorieën. 

De hoeveelheid energie die je nodigt hebt verschilt per persoon heel erg. Het hangt onder andere af van je geslacht, je leeftijd (zit je in een groeispurt dan heb je meer energie nodig), je lichaamsgrootte (een groot persoon heeft nou eenmaal meer energie nodig voor zijn lichaamsprocessen vergeleken met iemand die wat kleiner is. En het hangt ook af van je hoeveelheid inspanning. Als je sport vindt er meer verbranding plaats in je lichaam en heb je dus ook meer energie nodig. 

Hiernaast zie je de voedingswaarden van een donut. Achter elk voedingsmiddel zit zo'n sticker. Hier staat precies in welke voedingsstoffen er in zitten. Ook geeft het de percentage aan van je benodigde dagelijkse hoeveelheid. Als je kijkt naar de vetten, bevat 1 donut al 21% van dagelijks aanbevolen hoeveelheid vetten. 
Gewicht
  • Energie opnamen en energie verbruik in balans
  • Reservestof
  • Genetisch bepaald --> Bouw, stofwisseling en dikte vetlaag

Slide 9 - Tekstslide

Wat je eet en hoeveel je ervan eet heeft invloed op je gewicht. Wanneer je hoeveelheid energie dat je binnenkrijgt evenveel is als wat je verbruikt, dan blijft je gewicht gelijk. 
Wanneer je meer eet dan wat je verbruikt wordt een deel van deze voedingsstoffen opgeslagen als reservestof, meestal in de vorm van vet.  Hierdoor wordt je zwaarder. Maar wanneer je minder eet dan wat je verbruikt dan worden je reservestoffen gebruikt als energiebron en neemt je gewicht wat af.

Gewicht hangt niet alleen af aan de hoeveelheid dat je eet maar kan ook erfelijk zijn. De stofwisseling kan per persoon verschillen, maar ook de dikte van de onderhuidse vetlaag.

Te veel of te weinig
  • Te veel --> Overgewicht of obesitas
  
 

  • Te weinig --> Ondergewicht als gevolg van ondervoeding

Te veel reservestoffen. 
Gezondheidsrisico's --> hart en vaatziekten en/of diabetes
Gewrichten overbelast
Te laag lichaamsgewicht.
Tekort aan voedingsstoffen, energie uit vetweefsel en dan spierweefsel.
Sneller ziek, moe en kans op botbreuk neemt toe.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BMI

Slide 11 - Tekstslide

Om een indicatie te hebben of je een gezond gewicht hebt ten opzichte van je lengte kan je je bmi berekenen. In deze berekening wordt er naar je gewicht gekeken ten opzichte van hoe groot je bent. 
Afvallen en aankomen
  • Om op een gezond gewicht te komen.
  • Gezonde manieren en ongezonde manieren: 
Afvallen door maaltijden over te slaan.
Aankomen door te veel  of ongezond voedsel.

Slide 12 - Tekstslide

Wanneer je te veel bezig bent met eten, afvallen of aankomen, kan dit leiden tot een eetstoornis
Eetstoornissen
  • Anorexia nervosa --> voelt zich dik, weigert te eten.
  • Boulimia nervosa --> bang om dik te worden, eet weinig maar heeft wel eetbuien.  
  • Eetbuistoornis --> braakt niet, leidt tot ernstige overgewicht.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken
  • Invloeden door cultuur en media
  • Nare gebeurtenissen in je leven
  • Gevoel van controle willen hebben
  • Faalangst of perfectionisme
  • Ontevreden over je uiterlijk 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig aan het werk
  • Wat? --> Thema 2 - bs 4 opdracht 1 t/m 4 en 6 t/m 10
  • Hoe? --> Rustig alleen of in tweetallen
  • Tijd? --> 10:27
 
  • Klaar? --> Steek je vinger op en krijg een nakijk boek om bs 1 t/m 4 na te kijken.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het eind van de les kan je:
  • met de schijf van 5 adviezen voor gezond voedsel geven.
  • toelichten wat en gezond gewicht is en kan je benoemen welke keuzes hier aan bij kunnen dragen.
  • mogelijke oorzaken en gevolgen van eetstoornissen benoemen en een aantal voorbeelden benoemen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voor morgen
Huiswerk: Thema 2 - bs 4 alle opdrachten behalve opdracht 5

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies