EKBE09 paragraaf 4-6

EKBE09 Break-evenanalyse § 4-6
Pak alvast je boeken, 
rekenmachine en pen uit je tas. 



Dan kunnen we beginnen...


Iedereen heeft zijn rekenmachine mee vandaag, telefoon is niet nodig!! Die wil ik niet zien tijdens de uitleg. Als je straks zelfstandig aan het werk gaat mag je van mij muziek op zetten met oortjes in, tot die tijd geen telefoon!
Doe je telefoon weg, oortjes uit en haal je tas van tafel.
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

EKBE09 Break-evenanalyse § 4-6
Pak alvast je boeken, 
rekenmachine en pen uit je tas. 



Dan kunnen we beginnen...


Iedereen heeft zijn rekenmachine mee vandaag, telefoon is niet nodig!! Die wil ik niet zien tijdens de uitleg. Als je straks zelfstandig aan het werk gaat mag je van mij muziek op zetten met oortjes in, tot die tijd geen telefoon!
Doe je telefoon weg, oortjes uit en haal je tas van tafel.

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het eind van deze les: 
  • Kun je de break-evenafzet berekenen
  • Kun je de veiligheidsmarge berekenen
  • Kun je in een grafiek aflezen waar de break-evenafzet ligt

Slide 2 - Tekstslide

Break-even ....???

Slide 3 - Tekstslide

Welke aanpak bij Break-even?
Enkele tips.... herhaling vorige les
  • Winst is € 0,00, want Totale opbrengsten=Totale kosten
  • Zorg dat je de formules kent! (dekkingsbijdrage?)
  • Break-evenafzet, Break-evenomzet ?????
  • Lees goed de vraag, worden er aantallen of bedragen gevraagd? (denk aan verschil afzet & omzet)

  1. Break-evenafzet = aantal stuks (aantallen!!!!) waarbij kosten gelijk zijn aan opbrengsten.
  2. Break-evenomzet = omzet is gelijk aan de totale kosten

Slide 4 - Tekstslide

Formules Break-even
Totale kosten = Totale opbrengsten
Totale kosten= totale constante kosten + totale variabele kosten
Dekkingsbijdrage = verkoopprijs - variabele kosten
Voorbeeld:
Verkoopprijs = €20
Constante kosten = €10.000
Variabele kosten = €15
Dekkingsbijdrage = verkoopprijs - variabele kosten
Hiermee verdien je jouw constante kosten terug, hiermee zorg je ook dat je winst maakt als je jouw constante kosten hebt terugverdiend
Gevraagd opdracht 1:
1. Dekkingsbijdrage
2. Break-evenafzet
3. Break-evenomzet
Dekkingsbijdrage = verkoopprijs - variabele kosten
=20-15 = €5
Break-evenafzet 
  • aantal stuks waarbij geen winst of verlies gemaakt wordt
  • Totale opbrengst = Totale kosten
  • Constante kosten : dekkingsbijdrage => €10.000 : €5 = 2.000 stuks

Break-evenomzet 
  • Omzet = totale kosten (er is geen winst en geen verlies)
  • Break-evenafzet x verkoopprijs => 2.000 x 20 = €40.000 Ter controle kun je totale kosten berekenen bij 2.000 stuks..... 2000x15=30.000 (variabel) & 10.000 (constant) = €40.000 en dit is inderdaad gelijk aan de omzet

timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

Uitwerking

Slide 6 - Tekstslide

Veiligheidsmarge
Waarom streeft een bedrijf naar een afzet die groter is dan de break-evenafzet? 


Formule Veiligheidsmarge
Veiligheidsmarge = Verwachte afzet - breakeven afzet
Verwachte afzet 60.000 stuks 
Break-evenafzet 40.000 stuks
Een onderneming wil niet alleen zijn constante kosten terugverdienen maar ook winst maken. 
Als er meer verkocht wordt dan de break-evenafzet dan is de omzet groter dan de totale kosten.

Slide 7 - Tekstslide

Veiligheidsmarge - Opdr. 2
1. Absolute veiligheidsmarge => in aantallen (bijv 5.000 stuks)

2. Relatieve veiligheidsmarge => in percentage (bijv 25%)
Relatieve veiligheidsmarge bereken je als percentage van de verwachte afzet
Verwachte afzet 10.000 stuks 
Break-evenafzet  8.000 stuks
Bereken de absolute veiligheidsmarge
=Verwachte afzet - break even afzet
=10.000-8.000=2.000 stuks
Bereken de relatieve veiligheidsmarge
=(Verwachte afzet - break even afzet) : verwachte afzet
= absolute veiligheidsmarge : verwachte afzet
=(10.000-8.000) : 10.000 = 0,20 => 20%
= (verwachte afzet - break even afzet) 

= (verwachte afzet - break even afzet) : verwachte afzet 
= veiligheidsmarge : verwachte afzet

timer
3:00

Slide 8 - Tekstslide

Gewenst winstniveau
De break-evenformule kun je ook gebruiken om een bepaald winstniveau uit te rekenen.....
Voorbeeld:
Verkoopprijs = €10
Constante kosten = €20.000
Variabele kosten = €5
Gewenste winst = € 5.000
Gevraagd (opdracht 3):
1. Break-evenafzet
2. Extra afzet voor gewenste winst
Dekkingsbijdrage = verkoopprijs - variabele kosten =10-5 = €5

Constante kosten : dekkingsbijdrage = break-evenafzet
= € 20.000:5=4.000 stuks


Extra afzet komt uit dekkingsbijdrage.... hoeveel stuks moet je verkopen om €5.000 te verdienen?
= 5.000 : 5 = 1.000 stuks
timer
3:00
Als je variabele kosten goedgemaakt worden door de verkoopprijs dan blijft er als het goed is nog iets over van de verkoopprijs. Dit noem je de dekkingsbijdrage. 
De dekkingsbijdrage "Dekt" de constante kosten, hiermee wordt bedoeld dat je hiermee je constante kosten probeert terug te verdienen.
Als dit gebeurt is dan ga je winst maken, met je dekkingsbijdrage kun je dus ook uitrekenen hoeveel stuks je moet verkopen om extra winst te maken

Slide 9 - Tekstslide




Twee manieren om extra afzet te berekenen (vraag 2)

Slide 10 - Tekstslide

Uitwerking

Twee manieren om extra afzet te berekenen (vraag 2)
- Via dekkingsbijdrage => extra winst : dekkingsbijdrage 
  € 5.000 : (€10 - €5) = 1.000 stuks
- Via break-evenafzet berekening=> constante kosten + extra winst "dekken"   € 20.000 + € 5.000 = € 25.000 moet "gedekt" worden uit dekkingsbijdrage
 € 25.000 : (€10 - €5) = 5.000 stuks 
5.000 stuks - break evenafzet (=4.000 stuks) = 1.000 stuks
Let dus op dat je bij de 2e berekening de break-evenafzet eraf haalt!
Als je variabele kosten goedgemaakt worden door de verkoopprijs dan blijft er als het goed is nog iets over van de verkoopprijs. Dit noem je de dekkingsbijdrage. 
De dekkingsbijdrage "Dekt" de constante kosten, hiermee wordt bedoeld dat je hiermee je constante kosten probeert terug te verdienen.
Als dit gebeurt is dan ga je winst maken, met je dekkingsbijdrage kun je dus ook uitrekenen hoeveel stuks je moet verkopen om extra winst te maken

Slide 11 - Tekstslide

Break-even - Opdracht 4
Variabele kosten
Inkoopprijs €5 Verpakking €1
Constante kosten
€ 18.000
Verkoopprijs
€10
Geef in de grafiek aan waar de break-evenafzet ligt, het break-evenpunt en de break-evenomzet
timer
6:00

Slide 12 - Tekstslide

Break-even 
Variabele kosten
Inkoopprijs €5 Verpakking €1
Constante kosten
€ 18.000
Verkoopprijs
€10

Slide 13 - Tekstslide

Aan de slag
Wat?
R 1 t/m R 11
Hoe?
In je werkboek
Hulp?
Steek je vinger op als je er niet uitkomt
Tijd?
Tot het eind van de les
Uitkomst?
Je hebt geoefend met leerstof
Klaar?
Ga verder met K 1-17 en T 1

Slide 14 - Tekstslide

Lesdoelen
1. Waarom zou een bedrijf berekenen wat de break-evenafzet is?
  
2. Hoe bereken je de veiligheidsmarge (2 manieren)

3. Als je een grafiek met een omzetlijn en een kostenlijn ziet, hoe zie je waar de break-even afzet ligt?

Slide 15 - Tekstslide

Break-even point => kosten zijn gelijk aan opbrengsten (lijnen snijden elkaar in dit punt)
Break-evenafzet => bij deze hoeveelheid verkochte artikelen zijn de kosten gelijk aan de opbrengsten.

Let op de as..... hier staan de hoeveelheden, dus het antwoord is in aantallen!
Break-evenomzet => bij deze omzet wordt geen winst gemaakt, de omzet is gelijk aan de totale kosten.
Let op de as, hier staan €, het antwoord is dus in "geld"
Hoe hoog zijn de constante kosten?
€ 3.000
Wat stellen de drie punten in grafiek voor?

Slide 16 - Tekstslide