Opfris les week 1

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Afspraken
- Jas / oortjes uit.
- Pet / capuchon af.
- Kauwgom uit.
- Telefoon in de tas.

Slide 2 - Tekstslide

Trots!

Slide 3 - Tekstslide

Vandaag 
- Check mentoruur 
- Afspraken
- Vooroordelen
- Praktijk

Slide 4 - Tekstslide



DIVERSITEIT
THEMA MODULE
GELIJKE KANSEN: VOOROORDELEN

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

Een vader en zijn zoon zijn op weg van voetbaltraining naar huis. Onderweg rijden ze een tunnel in en uit het niets komt een auto op ze af die op de verkeerde weghelft rijdt. Er volgt een frontale botsing. De vader wordt ter plekke geholpen. De zoon wordt met gillende sirenes naar het ziekenhuis gebracht, waar een team van chirurgen klaarstaat om de jongen te redden.

De chirurg werpt bij het binnenrijden van de patiënt een blik op het gezicht van de jongen en zegt: 'Ik kan de operatie niet uitvoeren, deze jongen is mijn zoon.'

Hoe kan dat?

Raadsel

Slide 10 - Woordweb

Het antwoord is dat de chirurg de moeder van de jongen is. En, hadden jullie het goed?

Wij mensen hebben onbewust stereotypes. Zo is er onderzoek gedaan naar dit raadsel en daaruit blijkt dat slechts 15% van de proefpersonen het goede antwoord gaf. Overigens is dit onderzoek ook aangepast en herhaald met eenzelfde soort raadsel: Een moeder reed in de auto en een verpleegkundige weigerde om te assisteren tijdens de operatie. Ook in deze situatie kwamen mensen niet op het idee dat de betreffende verpleegkundige ook een vader kan zijn.

Slide 11 - Tekstslide

VRAAG 1
Waar denk jij aan bij het begrip 'kansenongelijkheid?'

Slide 12 - Woordweb


Vraag 2
Waar denk jij aan bij het begrip 'kansenongelijkheid?'
Op grond waarvan wordt het meest gediscrimineerd in Nederland?

A
GESLACHT
B
GODSDIENST
C
HERKOMST

Slide 13 - Quizvraag

Antwoord C, Herkomst is het goede antwoord. 

Welk antwoord dachten jullie en waarom?

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

VRAAG 4
Waar denk je aan bij het woord vooroordeel?

Slide 16 - Woordweb

Vooroordelen zijn meningen die niet op feiten zijn gebaseerd. Deze meningen gaan vaak over groepen mensen.

Slide 17 - Tekstslide


Vraag 5
Waar denk jij aan bij het begrip 'kansenongelijkheid?'
Welke uitspraak is een vooroordeel?

A
VROUWEN ZIJN NIET GOED IN VOETBAL, DAT IS ALGEMEEN BEKEND
B
BART KAN HEEL ERG LEKKER KOKEN, IK HEB LAATST BIJ HEM GEGETEN

Slide 18 - Quizvraag

Antwoord A is het goede antwoord. Vooroordelen zijn meningen over mensen die we al hebben voordat we gezien hebben hoe iemand echt is.

Slide 19 - Tekstslide


Vraag 6
Vooroordelen dragen bij aan kansenongelijkheid, omdat we de mensen waar we een vooroordeel over hebben niet de kans geven om te laten zien wat ze kunnen
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 20 - Quizvraag

Antwoord A waar is het goede antwoord.

Slide 21 - Tekstslide


VRAAG 7
Heb je wel eens in een situatie gezeten waarin je bevoor- of benadeeld werd?
JA
NEE

Slide 22 - Poll

Praktijk

Slide 23 - Tekstslide

Opdracht 1 praktijk
- Maak een poster waarbij je laat zien dat wij tegen vooroordelen zijn en iedereen welkom is. 
10 minuten ongeveer.

Slide 24 - Tekstslide

Opdracht 2 praktijk
In het kader van samenwerken/gezonde leefstijl krijg je opdrachten in overleg met de docent. 
Actief of juist rustig aan? Je eigen keuze.

Slide 25 - Tekstslide